De nieuwe buurvrouw

Angela Merkel, de nieuwe, christen-democratische bondskanselier van Duitsland, zal anders dan haar sociaal-democratische voorganger Gerhard Schröder een buitenlandse politiek voeren die in het teken staat van ,,Europese gemeenschappelijkheid binnen een transatlantische verhouding''. Merkel is vandaag in de Bondsdag als kanselier gekozen, na een nipte verkiezingszege in september, gevolgd door een moeizame formatie. Haar coalitie vertegenwoordigt de twee politieke hoofdstromen van Duitsland. Zo'n `olifantenhuwelijk' is in de geschiedenis van de Bondsrepubliek maar één keer eerder gesloten, in de jaren zestig onder leiding van de CDU'er Kiesinger.

Kansloos is het samengaan van CDU/CSU en SPD niet, maar een beproeving mag het al bijna wel heten. Het leek erop dat door rebellie de boel vroegtijdig uit elkaar zou spatten. Uiteindelijk viel dit mee, maar gestuntel van de SPD leidde tot vaandelvlucht uit Berlijn van Edmund Stoiber, Merkels politieke partner uit Beieren. Aan deze stoorzender is niets verloren. Hij heeft zichzelf overbodig gemaakt en kan nu rustig zijn tijd in de eigen deelstaat uitdienen – als hem dat wordt gegund. Merkel slaagde er zonder hem in een regeerakkoord te sluiten, een compromis dat getekend is door kiezersvijandige maatregelen als belastingverhogingen. De ingebakken Duitse afkeer van experimenten van het type grote coalitie maakt van Merkels missie een ingewikkeld hoogstandje. Maar hier hebben de Duitsers wel voor gekozen. Het is een gelegenheidsoplossing; een betere is even niet voorhanden. Te lang mag dit experiment niet duren: uit democratisch en partijpolitiek oogpunt is één regeerperiode genoeg.

Wat kan het buitenland, waaronder de belangrijke handelspartner Nederland, van Merkel verwachten? Zoals ze zelf in de Süddeutsche Zeitung zei: een beleid dat op Europa is gericht én op de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Schröder voelde met zijn anti-Amerikaanse houding inzake `Irak' weliswaar goed de stemming in Duitsland aan, maar deed ten onrechte niets aan diplomatieke schadebeperking en toonde te weinig initiatief om de Europese Unie op één lijn te brengen. Het gevolg is bekend: hopeloze verdeeldheid binnen Europa over de oorlog in Irak. Merkel krijgt een unieke kans om Duitslands transatlantische band aan te halen, een noodzaak die het land moet terugbrengen in de internationaal-politieke arena.

Zo'n charme-offensief in de richting van Amerika mag niet ten koste gaan van de relatie met de Europese landen. Juist de EU wacht op Duits leiderschap, na een wederzijds surplace van maanden omdat men in Berlijn met zichzelf bezig was. Hoewel het goed gebruik is de beslissingen van vorige regeringen niet ongedaan te maken, zal Merkel kritischer dan haar voorganger zijn over het mogelijke Turkse lidmaatschap van de Unie. Ze is daar geen voorstander van, niet uit afkeer van Turkije, maar omdat ze vindt dat de EU er nog lang niet aan toe is. Ook haar `oost-politiek' zal van een andere orde zijn dan die van Schröder, die een warme relatie met president Poetin van Rusland onderhield. Merkel spreekt als Oost-Duitse sinds haar schooljaren Russisch, maar ze zal eerder de band met Polen en de Baltische landen aanhalen dan met Rusland. Dat is terecht. Het zijn nabije staten, EU-partners bovendien, die Moskou niet bepaald als vriend zien. Een beetje aandacht van de nieuwe buurvrouw is meer dan welkom.