Consumptie is goed voor sociale cohesie

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft er bij China op aangedrongen maatregelen te nemen om de consumptie te verhogen. Dat zou de spanning tussen arm en rijk kunnen verminderen.

Het IMF zei dat tijdens overleg in april met China, wat pas gisteren door het IMF openbaar is gemaakt.

China haalt momenteel liefst 45 procent van zijn bruto binnenlands product uit investeringen, tegen 55 procent uit consumptieve uitgaven. Ook in Japan en Zuid-Korea was er tijdens hun snelle economische groei sprake van hoge investeringen, maar niet op de schaal die China nu te zien geeft.

Het IMF raadt China verder aan de koers van zijn munteenheid, de yuan, verder te verhogen. In juli van dit jaar voerde China een verhoging van 2,3 procent door tegenover de Amerikaanse dollar, waaraan de yuan is gekoppeld. Dat was veel minder dan vooral Amerika had gehoopt. Door de munt verder in waarde te laten stijgen, worden buitenlandse producten goedkoper voor de Chinese consument. Ook neemt het Chinese handelsoverschot, dat dit jaar vermoedelijk 100 miljard dollar zal belopen, dan af.

Het stimuleren van de binnenlandse Chinese consumptie is van belang om de kans op interne spanningen tussen rijk en arm en tussen stad en platteland in China te kunnen verkleinen, zo stelt het IMF.

Uit China komen steeds meer meldingen van opstanden, volgens officiële cijfers zo'n 74.000 in 2004. Veel opstanden hebben te maken met het gegeven dat relatief weinig mensen zeer sterk profiteren van de sterke economische groei in China, terwijl een meerderheid zich buitengesloten voelt.

Oproerpolitie heeft eerder deze maand de burgemeester van de Zuid-Chinese stad Shenzhen moeten ontzetten, toen duizenden demonstranten probeerden te verhinderen dat de burgemeester na een gesprek met arbeiders over hun slechte arbeidsomstandigheden de onderhandelingen zou verlaten.

Ook noemt het IMF meer Chinese consumptie essentieel voor het verkleinen van ,,onevenwichtigheden op wereldschaal''. Die bedreigen het herstel van de wereldeconomie en verhogen de kans op protectionistische maatregelen van de VS en de EU.

Waar de investeringen vroeger vooral met buitenlands kapitaal werden gefinancierd, komt nu nog maar 4 procent van al het geld van buiten. China is inmiddels rijk genoeg om de groei zelf te financieren. Het is nu primair in de technologische en managementkennis van buitenlandse bedrijven geïnteresseerd.