Brontosaurus

Voor Sven Kramer kun je me midden in de nacht wakker maken. Hoe die jonge hond het ijs aanvalt. Dat is andere koek dan het bijbelse `met het ijs in gesprek raken'. Met het ijs in gesprek raken, daar moet je tijd voor hebben, en tijd heeft Sven Kramer niet. Die kraakt op zijn negentiende gewoon het nog nadampende wereldrecord op de vijf kilometer van Chad Hedrick. En daarna wil hij best een paar woordjes tot het ijs richten.

Het is de schaatsslag van Sven Kramer die me zowel ontroert als beroert. Elke beweging ademt de totale (maar zeer effectieve) onverschilligheid. Als ik het duffe woord `lichaamstaal' mag gebruiken, dan zegt Kramer met elke klap die hij zijwaarts uitdeelt: hier ben ik, en als het jullie niet bevalt dan is dat jammer. Voor mij belichaamt Sven Kramer het Nederland van vóór de populistische angstrodeo – Staphorst en Veenendaal uitgezonderd.

Tijdens zijn recordrace klopte Sven Kramer nipt Carl Verheijen. Ook Verheijen dook onder het wereldrecord van Hedrick. Carl Verheijen vind ik een prachtige schaatser. Een wonder van functionele esthetica. Zoals de architectuur van een brug overweldigend kan zijn in zijn efficiëntie. Of een boorstandaard. Een vergiet. Er is een interessante overeenkomst tussen Sven Kramer en Carl Verheijen. Beiden zijn zonen van. Vaders Yep Kramer en Eddy Verheijen hebben de nodige rondjes over de internationale ijsovalen gedraaid. Is sportief talent erfelijk?

Van Eddy Verheijen herinner ik me dat hij een behoorlijke subtopper was die in de kernploeg zat omdat schaatsland Nederland nou eenmaal niet zoveel subtoppers bezat. Yep Kramer herinner ik me als de man die achter zijn scherp vormgegeven neus aan schaatste. Ook een vrij behoorlijke subtopper, die Yep. Maar hiermee is de vraag niet beantwoord. Sterker nog, het raadsel wordt almaar groter. Twee subtoppers verwekken twee toppers. Hoe kan dat?

Een onverschillige gooi. De moeders huisvesten meer talent in hun dominante DNA dan de vaders. De moeders zijn de kampioenen, de vaders de sukkelaars. Er is veel verborgen talent. De jongen die het wereldrecord op de vijf kilometer tot de absolute limiet kan drijven zit op dit moment misschien te sms'en met een voor hem onbereikbaar wicht. Van schaatsen heeft hij nog nooit gehoord.

Ik sprak eens een bezeten atletiektrainer. De man had een uitgekiend plan ontwikkeld. Binnen de verschillende sportdisciplines wilde hij de beste mannen met de beste vrouwen laten paren om zo de ultieme atleet te kweken. De namen had hij al op een lijstje staan. Bij mijn weten was zelfs in de voormalige DDR niet over zoiets vooruitstrevends nagedacht.

Ik walgde van het plan. Maar puur theoretisch was het prikkelend. Ter vervolmaking van de sport zou men ongewone bronnen kunnen aanboren. Een kruising tussen Margareth Thatcher en Muhammad Ali bijvoorbeeld: dat zou de machtige brontosaurus terug op aarde brengen.