Beeld Mussert behoeft geen revisie

Hele generaties zijn grootgebracht met de gedachte dat NSB-leider Anton Mussert een landverrader was. Een recente publicatie overtuigde de historicus H.W. von der Dunk van het tegendeel (Opiniepagina, 17 november). Volstrekt ten onrechte, vindt Chris van der Heijden. En niemand dwong Mussert tot het actief ondersteunen van de jodenvervolging, de exploitatie van de economie en de uitzending van Nederlandse jongens naar het Oostfront, betogen David Barnouw en Peter Romijn.

Publicatie van belangrijke historische bronnen is toe te juichen, maar zij moeten wel in hun historisch verband worden gelezen. Dat geldt derhalve ook voor Anton Mussert. Nagelaten bekentenissen. Verantwoording en celbrieven van de NSB-leider. Na lezing van deze door Gerard Groeneveld bezorgde en ingeleide publicatie concludeert H.W. von der Dunk dat Anton Mussert geen landverrader was en dat het gerechtelijk vonnis daarom faliekant onjuist was.

Echter, Mussert schrijft geen nagelaten bekentenis, maar een apologie, een verdediging van zijn intenties en zijn beleid. Het ligt voor de hand dat hij zichzelf niet als landverrader presenteert, maar als een Van Oldenbarnevelt. Zo ver wil Von der Dunk (nog) niet gaan, maar hij lijkt wel te zeer geraakt door de apologie van Mussert.

Hij wil revisie en rehabilitatie van het beeld van Mussert als ordinaire landverrader. Vanwaar deze roep om revisie van althans het imago van Mussert? Mussert wilde volgens Von der Dunk een authentiek Nederlands fascisme vestigen. Hij was echter te zeer slachtoffer van zijn eigen ijdelheid om de Duitse bezetter tijdig te doorzien en weerwerk te geven.

Wij willen de beeldvorming laten voor wat zij is en naar de feiten kijken. Die wijzen er toch op dat Mussert, al was hij een slecht politicus, precies wist wat hij deed. Hij was als oprichter van de NSB het prototype van een kleinburgerlijk nationalist, maar radicaliseerde al voor de bezetting met zijn partij steeds verder in een Duitsgezinde en nationaal-socialistische richting. Mussert was geen fanatiek antisemiet, maar hij heeft de racistische component in zíjn partij getolereerd. Tijdens de bezetting heeft hij zich herhaaldelijk in het openbaar uitgesproken voor de discriminatie en vervolging van de joodse bevolking. Dat SS'ers hem een `jodenvriend' noemden, heeft meer met hun discussietechnieken te maken dan met de feiten.

Toen de Duitsers Nederland binnenvielen, aanvaardde Mussert hen ten overstaan van zijn aanhang als bondgenoot. Daarmee maakte hij zich niet schuldig aan militair verraad. Alles wijst er echter op dat hij als leider van de NSB tijdens de bezetting politiek verraad pleegde door de Duitse bezettingspolitiek actief te ondersteunen: de jodenvervolging, de exploitatie van de economie en het gebruik van Nederlanders als dwangarbeiders, de herinrichting van de samenleving op nationaal-socialistische grondslag én de uitzending van Nederlandse jongens naar het Oostfront.

Niemand dwong Mussert tot dit alles: hij deed het uit `innerlijke overtuiging'. Zo aanvaardde hij in september 1940 Hitlers politiek leiderschap, zwoer hij in december 1941 persoonlijk trouw aan Hitler en stelde hij in maart 1942 de Duitsers voor hem aan de macht te brengen, opdat hij het Duitse leger Nederlandse dienstplichtigen kon leveren.

De naoorlogse aanklacht betrof hulpverlening aan de vijand, pogingen om de staat onder vreemde heerschappij te brengen en de grondwettige regeringsvorm te vernietigen. Dit werd gekwalificeerd als `landverraad'. Mussert werd hiermee aangesproken op de politieke verantwoordelijkheid die hij tijdens de bezetting had willen nemen. Hij stond terecht wegens politieke delicten tegen de staat in tijd van oorlog en zo'n verraadproces is vanzelfsprekend een politiek proces.

Politieke processen zijn doorgaans riskant en onbillijk, en over de strafmaat valt te discussiëren. Toch was het proces onder de gegeven omstandigheden de enige manier om Mussert politieke rekenschap te laten afleggen. Het is interessant op te merken dat in hoogste instantie door de Bijzondere Raad van Cassatie werd aangetekend dat hij ,,wellicht zonder laaghartige gezindheid had gehandeld''.

Musserts gezindheid en intenties zijn zeker relevant voor de geschiedschrijving. Het is ook goed naar de feiten te kijken: hij heeft gekozen voor politiek verraad om zijn eigen doelen te realiseren. Mussert ontbeerde politiek inzicht en de machtspositie om tegenover de Duitse bezetter een eigen koers te kunnen varen. Hij was een ineffectief politiek leider, die actief meeging met de radicaliteit van het nationaal-socialistische systeem. Zijn falen is daarom in het geheel geen argument voor revisie van ons beeld van Mussert en voor de stelling dat hij zich niet schuldig zou hebben gemaakt aan landverraad.

David Barnouw is onderzoeker en Peter Romijn is hoofd onderzoek bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.