Bedrijven gaan aan banlieues voorbij

In het artikel `Rellen komen niet door de wijk zelf' (NRC Handelsblad, 14 november), vraagt Frederiek Weeda zich af of er nog toekomst is voor naoorlogse wijken als de Franse banlieues. Het antwoord op die vraag weten we allang: die `toekomst' is er nooit geweest! In 1961 beschreef Jane Jacobs het falen van stedenbouw à la Ebenezer Howard (Tuinsteden) Le Corbusier. Dynamische steden, aldus Jacobs, ontstaan uitsluitend onder de volgende condities: menging van zowel bevolking als functies, architectuur, kleinschaligheid, en concentratie van functies. Jacobs voorspelde het bankroet van de banlieues, Gropiusstad, Westelijke Tuinsteden, Bijlmermeer en Hoogvliet, nog vóórdat deze gebouwd werden. En hij kreeg gelijk. Deze plekken kenmerken zich door grootschaligheid, monotonie (bevolking en architectuur), functiescheiding, en relatief grote afstand tot het stedelijk hart. Van stedelijke dynamiek kan hier dus nooit sprake zijn.

De Jordaan in de jaren '50 en '60 was als gevolg van economische depressie een achterstandswijk. Maar het aantrekken van de economie werd juist dáár het eerst zichtbaar: de eerste Nederlandse gentrification (middenklasse trekt achterstandsgebieden in om daar te wonen). De naoorlogse uitbreidingswijken kunnen dat in hun oorspronkelijke verschijningsvorm, zonder aanpassingen, niet aan. Het is common sense recent onderzoek van o.a. de Dienst Ruimtelijke Ordening van Amsterdam wijst daar ook op dat ook de huidige economische bedrijvigheid zich vestigt op plekken die voldoen aan de door Jacobs genoemde condities. De grenzen tussen de naoorlogse uitbreidingsgebieden zonder bedrijvigheid en de `gemengde' plekken in de binnenstad en 19de-eeuwse gordel zijn haarscherp. Binnenstad en 19de-eeuwse gordel zijn ook nog eens aantrekkelijke woonmilieus: rustig wonen met levendigheid om de hoek, begaanbaar per fiets of te voet, aansprekende architectuur, kleinschalig, gemengde bedrijvigheid en gemengde bevolking.

Kortom, bedrijven en economisch actieve bewoners gaan aan de banlieues voorbij en vestigen zich in van oudsher dynamische gebieden die door hun diversiteit flexibel kunnen reageren op economische veranderingen. Die kracht mist de banlieue per definitie. Daar blijven groepen achter die geen kant meer op kunnen en hun frustraties uiten in rellen. Dat het hierbij om Noord-Afrikanen gaat is louter toeval. Hun kansarme positie in combinatie met het afgesloten zijn van stedelijke dynamiek, is veel bepalender.