`Turks Fruit' de musical staat ook zonder de roman

Geen doorweekte vrijpartij in de regen en ook geen zonovergoten bruidspaar op de fiets door het centrum van Amsterdam – en ik heb die scènes geen moment gemist. Natuurlijk is de musical Turks Fruit, die gisteravond in aanwezigheid van schrijver Jan Wolkers in première ging, anders dan de roman Turks fruit (1969) of de film Turks Fruit (1973), maar de theaterproductie doet niet voor die twee eerdere versies onder. Dit is geen afleggertje en ook geen makkelijk maniertje om een beroemde titel uit te melken. Dit is een voorstelling die er mag zijn, en die volledig op eigen benen kan staan.

Turks Fruit is een voorstelling als een rockconcert geworden, met een vierkoppige band voorop op het podium, vier hoofdrolspelers (Rick, Olga en haar ouders) en vier multifunctionele zangmeiden. Het podium doet niet zijn best iets anders dan een podium te zijn; er rollen hooguit af en toe wat attributen op (een matras, een ziekenhuisbed) en als Rick zijn atelier voor Olga wil inrichten loopt hij naar twee schoolborden toe om daar met een krijtje de woorden `tafel' en `kast' op te schrijven. Een feestslinger voor de bruiloft en een Chinese draak voor de Chinees waar ze gaan eten, veel meer decor is er niet. De rest is suggestie, mede gestuurd door spannend licht. En door de regie van Peter de Baan, die vaak speels en vlinderachtig is, en toch doelgericht op het drama afgaat.

Het verhaal over Rick, Olga en hun allesverterende liefde is samengebald in een levendig, vaak humoristisch script van Dick van den Heuvel en in de beurtelings sappige en poëtische zangteksten van Sjoerd Kuyper – grofgebekt en gevoelig als in het Wolkers-idioom. ,,Eén sproet, soms één sproet, maar nooit op de plek waar-ie wezen moet'', zingt Rick over de naamloze meiden met wie hij het bed deelt als Olga er niet is. En Olga's verweer, even later: ,,Ik moest perfect zijn bij jou en dat ben ik niet / ik moest Homerus kennen en die ken ik niet.'' Daarbij schreven Fons Merkies en Jan Tekstra spierballenmuziek die komt aanrollen en weer afzwakt – nauwelijks nummers met een kop en een staart en ruimte voor applaus, maar melodische flarden die één pakkend geheel vormen met de dialogen en met Ricks compacte vertellersteksten. Zodat de zang de handeling in de speelscènes voortdurend verhevigt.

Maar de grootste verrassing van deze Turks Fruit is ongetwijfeld Antonie Kamerling als Rick, de ruige kunstenaar die volledig verslingerd raakt aan Olga. Hij begint als de wildebras, de robbedoes, de speelse versierder, en groeit allengs in de rol van de afgewezen minnaar die het verlies niet kan verkroppen. Hij zingt zich de longen uit zijn lijf en als hij haar zijn liefde verklaart, klinkt dat volkomen oprecht. Tegenover hem is Jelka van Houten de ideale Olga: verleidelijk eerst, meisjesachtig hitsig, maar ook kwetsbaar, opstandig en tenslotte – als de kanker haar aanvreet – ontroerend zuiver in haar zwakheid. Alleen haar dictie laat soms te wensen over; ze is niet steeds verstaanbaar. Maar in hun lijfelijke geilheid, hun blote stoeipartijen, weten ze zo veel intensiteit te leggen dat het grote podium moeiteloos verandert in een klein, intiem liefdesnest.

Ellen Evers en Sjoerd Pleijsier zijn Olga's ouders. Zij is bits en dominant maar ook hunkerend naar late liefde (,,alleen van deeg dat lang gekneed is, krijg je lekker brood'', zingt ze) en hij is een goeiige, tragikomische lachebek met een versleten moppenrepertoire. En om hen heen dwarrelen die vier meiden, als energieke achtergrondzangeressen en in allerlei kleine rolletjes. Samen met de opzwepend spelende band vormen ze een ensemble dat dit spannende weefwerk van tekst en muziek tot de beste, origineel Nederlandse musical maakt die ik in lange tijd heb gezien.

Voorstelling: Turks fruit, naar Jan Wolkers, door stichting Beeldenstorm. Regie: Peter de Baan. Gezien: 20/11 in de Schouwburg, Tilburg. Tournee t/m 30/4. Inl. www.turksfruit.com