Taboe op Franco-dictatuur slijt

De Spaanse dictator Franco is dertig jaar dood en begraven. Lange tijd rustte er een taboe op diens regime. Maar dat begint te slijten.

De dertig jaar zonder dictator Francisco Franco werd het afgelopen weekeinde in Spanje volgens vast patroon herdacht. In Madrid kwam gisteren een duizendtal falangistische aanhangers van het regime bijeen om op het centraal gelegen Plaza Oriente hun bejaarde leider Blas Piñar te horen spreken. Het mengsel van zestigplus, aangevuld met plukjes jonge neonazi's, riep kreten tegen moslims, homoseksuelen, de regering-Zapatero en andere vermeende bedreigingen voor Spanje's ras en natie. Zaterdag werd bij het graf van de Caudillo in de kathedraal van de Valle de los Caidos een mis opgedragen in het bijzijn van diens dochter Carmen. In Madrid marcheerden die ochtend sympathisanten die de fascistengroet brachten (6.000 volgens de organisatoren, 1.500 volgens de politie). 's Avonds was er een antifascistische demonstratie van jongeren die na afloop in enige kleine schermutselingen met de politie ontaardde.

Franco is dertig jaar dood en begraven, maar zijn nagedachtenis werpt nog een lange schaduw. Hoewel het geschiedenisonderwijs in Spanje nauwelijks ingaat op de Spaanse burgeroorlog en de bijna 40-jarige dictatuur die hier op volgde, blijkt uit onderzoeken dat jongeren tot dertig jaar steeds negatiever denken over de dictator. Tweederde van hen heeft nu ronduit een zwart beeld van Franco, zo constateerde het dagblad El Mundo tevreden.

Tegelijkertijd doen Franco-apologeten goede zaken. De zelfbenoemde historicus Pío Moa staat al maanden op de bestsellerlijst met een lijvig boek waarin de dictator wordt beschreven als de redder des vaderlands die Spanje uit de klauwen van het communisme hield. Moa, een bekeerd lid van een links-anarchistische terreurgroep, is daarmee een pleister op de wond van de reeks historische werken, zoals van Franco-biograaf Paul Preston, waarin de dicator steevast naar voren komt als een kleinzielige, ideeënloze en wrede alleenheerser. Franco's regime worden zeker 150.000 executies, waarvan 50.000 na de burgeroorlog, meer dan 250.000 gevangenen en 400.000 ballingen aangerekend.

Hoewel in de stroom recente Franco-boeken ook minder prettige onthullingen staan (waaronder de bewering dat dochter Carmen is verwekt door Francisco's avontuurlijke broer Ramón), past de correctie van het negatieve Franco-imago in het klimaat van een hoogoplopende confrontatie tussen de linkse regering en de rechtse oppositie van de afgelopen maanden.

De conservatieve Partido Popular, die bijna om de maand in eendrachtige samenwerking met de katholieke kerk massabetogingen organiseert, beschuldigt de regering van premier Zapatero er aanhoudend van dat zij ,,oude wonden'' opent rond de burgeroorlog en Franco. Dat sloeg bijvoorbeeld op het verwijderen van het standbeeld van Franco te paard dat in Madrid de ingang van een ministerie sierde. Een provocatie, die indruist tegen het stilzwijgende pact om de zaken van vroeger te laten rusten, zo luidt het argument. In gemeentes waar conservatief Spanje de scepter zwaait, blijven Franco-standbeelden staan of worden ze zelfs weer teruggezet, zoals vorige week in de exclave Melilla.

Helemaal in het verkeerde keelgat van de oppositie schoot het regeringsvoornemen om eens iets te doen aan de Valle de los Caidos, het kolossale grafmonument in de Madrileense bergen dat de dictator ter eer en meerdere glorie van zichzelf door dwangarbeiders uit de rotsen liet hakken. Daar kon, na het verwijderen van de resten van dictator, bijvoorbeeld een documentatiecentrum worden ingericht. In conservatieve kring is al geopperd dat het een persoonlijke wraakactie betreft van de premier, wiens republikeinse grootvader door de falangisten werd vermoord.

Het taboe op de Franco-dictatuur lijkt echter steeds meer te slijten. Gisteren besteedde de staatszender uitgebreid aandacht aan de drama's van de bannelingen en de nakomelingen van slachtoffers van de dictatuur, die pas recentelijk op enige publiekelijke erkenning mogen rekenen. Zo is er een begin gemaakt met het ruimen van de massagraven, waar nog resten van naar schatting tienduizenden geëxecuteerde tegenstanders van Franco begraven liggen.

De hoogbejaarde Manuel Fraga, minister onder Franco en erevoorzitter van de Partido Popular, meent echter dat de geschiedenis de dictator uiteindelijk een ereplaats zal geven. Zonder Franco was Spanje nooit een democratie geworden, aldus de oprichter van de huidige conservatieve oppositiepartij. Fraga: ,,Franco uitwissen is als het laten verdwijnen van Isabella de Katholieke [van Castillië, red.], omdat ze Granada veroverde.''