Steun voor christenen met kerkbezoek

De Amerikaanse president Bush ging gisteren in Peking naar de kerk. De Chinese leiders zien de kerken als groeiende bedreiging.

Meneer Wang kijkt schichtig om zich heen in het drukbezochte visrestaurant in Peking. We hebben afgesproken om over zijn dissidente activiteiten te spreken. Daarover durft hij gewoon hardop te praten, maar voor wat hij verder kwijt wil, brengt hij zijn stem op fluistertoon.

,,Ik heb het je niet eerder durven zeggen, en je moet het ook maar niet met mijn echte naam in de krant zetten, maar ik ben een gelovig christen'', bekent Wang. Uit zijn geloof put hij zijn grootste steun als de Chinese autoriteiten hem voor de zoveelste keer gevangen zetten omdat hij zijn acties maar niet wil opgeven. Hij is niet de enige voorvechter voor burgerrechten in China die zijn inspiratie vooral uit het geloof haalt.

De Amerikaanse president George W. Bush, die zondag een protestantse dienst bijwoonde in een van de vijf officieel toegestane kerken van Peking, sprak de hoop uit dat ,,de regering van China niet bang zal zijn voor christenen die bijeenkomen om openlijk hun godsdienstige plichten te vervullen''.

Maar daar is de Chinese regering nu juist wel bang voor. De kerken, vooral de ondergrondse maar ook de officieel goedgekeurde, vormen een groeiende potentiële bedreiging voor de Chinese leiders, al was het alleen maar omdat steeds meer Chinezen die teleurgesteld zijn in hun communistische leiders hun heil bij de kerk zoeken.

De Chinese bevolking van 1,3 miljard telt naar schatting zo'n 40 tot 80 miljoen actieve christenen, van wie de helft lid is van de ondergrondse kerken. Het merendeel van hen is protestants. De bovengrondse kerk wordt geaccepteerd omdat die de communistische partij, en niet God of de paus, als hoogste autoriteit erkent. De scheiding tussen boven- en ondergronds is niet altijd duidelijk te trekken. Beide groepen houden contact met elkaar, en zeker de katholieken neigen ernaar om de ondeelbaarheid van hun kerk te onderstrepen.

Vooral op het Chinese platteland groeien de kerken snel. Zelfs in de meest afgelegen dorpen zijn simpele kerken te vinden. In de boerenwoningen van arme christenen worden de traditionele portretten van Mao of van de Chinese god van de welvaart steeds vaker vervangen door papieren portretten van Jezus, geschilderd in Chinese stijl. Op de traditionele rode stroken aan weerszijden van het portret staan dan citaten uit de bijbel.

Buitenlandse, veelal Amerikaanse maar ook Koreaanse groepen verrichten heimelijk zendingswerk. Evangelisatie is volgens de Chinese wet verboden, maar vooral streng gelovige christelijke groeperingen omzeilen dat verbod door gratis Engels taalonderwijs aan te bieden aan Chinese universiteiten, of door zich bezig te houden met liefdadigheid.

,,Als wij leraren Engels sturen naar Chinese scholen, dan vragen we de school altijd om simpele huisvesting en een basisloon voor de docenten. De christelijke organisaties bieden hun docenten gratis aan, en vooral armere instellingen kiezen daarom vaak voor de goedkoopste aanbieder, zonder te beseffen dat het om zendelingen gaat'', zo vertelt een medewerker van de Britse vrijwilligersorganisatie Voluntary Services Overseas op basis van anonimiteit. ,,Als ze eenmaal het vertrouwen hebben van hun studenten, dan brengen ze ook het geloof ter sprake.''

Niet alleen arme boeren, ook goed opgeleide stedelingen die zich niet meer kunnen vinden in de communistische ideologie, voelen zich tot het christendom aangetrokken. China is daarom bang dat het christendom zich ontwikkelt tot een instituut waarin ontevredenen en dissidenten elkaar weten te vinden in hun verzet tegen de overheid, met een wijdvertakt en makkelijk te mobiliseren netwerk in heel China. Dat roept associaties op met de in China verboden spirituele beweging Falung Gong, die vooral zo bedreigend is omdat ze zich lange tijd wist te onttrekken aan het toezicht van de overheid. De leden zijn bovendien bereid om veel voor hun geloofsovertuiging op te offeren.

Dat China Bush heeft toegestaan om een protestantse kerk te bezoeken, is intern riskant. Ook de ondergrondse kerken zullen zich gesterkt voelen door het bezoek van Bush, en zijn bezoek zal mogelijk een nieuwe impuls geven aan de groei van het christendom in China. Maar door ermee in te stemmen wil China de wereld tonen dat het wel degelijk godsdienstvrijheid toestaat, en dat het christenen die zich ,,aan de Chinese wet houden'' geen strobreed in de weg legt.