Schaatsen met de neus op het ijs

Het Japanse schaatsen staat van oudsher bekend om zijn sprintcultuur. De nieuwe held op de 500 meter is de 20-jarige Joji Kato. Hij verbeterde zaterdag het wereldrecord van zijn landgenoot Hiroyasu Shimizu. Met dank aan een perfecte laatste binnenbocht.

In de mixed zone van de Utah Olympic Oval in Salt Lake City komt hij nauwelijks boven de dranghekken uit. Zijn schaatsen lijken uit een kinderrek geplukt: schoenmaat 37. Hij spreekt geen Engels en de vriendelijke vertaalster wordt niet gehinderd door enige kennis van het hardrijden. Een journalist uit Tokio biedt zijn Europese collega's meer houvast, maar over de achtergrond van het sensationele wereldrecord van Joji Kato én de geheimen van de Japanse sprintcultuur komen we vooralsnog weinig te weten.

,,Het is net als met auto's en electronica: ze perfectioneren al het goede uit het Westen en houden zich vervolgens van de domme als wij iets van hen willen weten'', weet de Nederlandse topsportcoördinator Ab Krook na dertig jaar ijservaring. ,,De Japanners hebben een gesloten cultuur. Ze zijn meesters in videobeelden, kijk maar met hoeveel camera's ze langs de kant staan. Ze zijn heel vriendelijk, maar een kijkje in de keuken krijgen wij niet'', vertelt Krook in de catacomben van de snelste indoorbaan ter wereld.

De Russische sprintcoach Kosta Poltavets van de Nederlandse ploeg TVM heeft dezelfde ervaringen met Japanse topsporters. ,,Mijn vrouw was wereldkampioene trampolinespringen. Altijd en overal stonden de Japanners haar bewegingen te filmen. Net zo lang tot ze de oefeningen zelf onder de knie hebben. Maar met schaatsen ligt het anders. Ze kopiëren niet blind, omdat ze een andere lichaamsbouw hebben dan de Amerikanen en de Europeanen.''

De 20-jarige Joji Kato beantwoordt aan het beeld van een Japanse sprinter. Hij meet 1.64 meter en weegt 63 kilogram. Tijdens zijn wereldrecordrace (34,30 seconden) in Salt Lake City steekt hij, dankzij een extreem diepe houding, onder de reclameborden uit. Zijn laatste binnenbocht benadert volgens schaatskenners de graad van perfectie. Als een voetzoeker rijdt hij met zijn neus op het ijs. Hij wijkt met zijn linkerschaats bijna niet van de blokjes af, daar waar de zwaargebouwde Nederlander Erben Wennemars uit de bocht vliegt en ten val komt.

Een dag later doet de nieuwe wereldrecordhouder zijn bijna ideale race nog eens dunnetjes over. Hij blijft 0,15 seconden van zijn eigen toptijd verwijderd. De internationale concurrentie maakt in het eindklassement een diepe buiging voor de nieuwe `keizer van de sprint'. Deze benaming was bijna een decennium voorbehouden aan zijn landgenoot Hiroyasy Shimizu. De 31-jarige olympisch kampioen van Nagano is, mede dankzij hardnekkige rugklachten, geen schim van de vliegende vlo uit de jaren negentig.

Shimizu is nog kleiner dan zijn beoogde opvolger Kato. De schaatsveteraan meet 162 centimeter en weegt 72 kilogram; het verschil in gewicht wordt veroorzaakt door krachttraining. Kato heeft tot dusverre veel minder halters getild dan Shimizu, die dit weekeinde openlijk zijn meerdere heeft erkend in de youngster en breedlachend zijn bijna vijf jaar oude wereldrecord (34,32) uit handen geeft.

,,Ik had dit nooit verwacht'', spreekt de kleine Kato een paar uur na zijn heldendaad. De 500 meter bij het schaatsen is als de 100 meter in de atletiek: het koningsnummer. ,,Ik voelde me afgelopen week niet zo goed en hoopte op een tijd onder de 35 seconden. Ik wist pas hoe laat het was toen ik mijn coach zag juichen aan de overkant. Ongelooflijk, ik heb een nieuw tijdperk ingeluid. Mijn start was matig, omdat ik last van mijn lies heb. En mijn bochten kunnen ook nog beter'', verbaast hij zijn toehoorders.

Kato heeft zijn gedateerde wereldjuniorenrecord (34,75) met bijna een halve seconde verbeterd. De tweedejaars senior baarde vorig seizoen opzien met zijn wereldtitel op de 500 meter bij de WK afstanden in Inzell. Hij versloeg de hele sprintelite en begon voor het eerst in een wereldrecord te geloven. Op de vraag of hij de eerste schaatser zal zijn die de barrière van 34 seconden zal slechten, kan hij zaterdag slechts glimlachen. ,,Daar durf ik helemaal niet aan te denken. Misschien. Ik ben nu alleen maar met de Olympische Spelen bezig'', antwoordt de liefhebber van computerspelletjes die niet alleen zijn lengte maar ook zijn leeftijd mee heeft.

In Turijn kan Kato over drie maanden in de voetsporen treden van Shimizu, die in 1998 voor eigen publiek olympisch goud won. Nog nooit had een Japanse schaatser gezegevierd bij de Spelen. Volgens Krook is het presteren onder druk een terugkerend probleem bij de Aziaten. ,,Hoewel er in een olympisch jaar vaak extra miljoenen yen in het schaatsen worden gepompt, zijn de resultaten in de tussenliggende jaren gek genoeg beter. Er valt ook weinig continuïteit te bespeuren. De Japanse generaties wisselen elkaar snel af. Shimizu is een positieve uitzondering. Kato moet nog aantonen dat hij langere tijd aan de top blijft. Heel vaak zie je een talent na een mindere periode zijn studie oppakken en hoor je nooit meer iets van zo'n jongen.''

Shimizu is sinds de bestijging van de Olympus een volksheld in zijn vaderland. Hij rijdt niet, zoals Kato en vele anderen, in zogenaamde bedrijfteams. Shimizu verdient genoeg geld aan zijn contracten met privésponsors. Ooggetuige Krook over diens populariteit: ,,Bij de M-Wave in Nagano kwam hij ooit in een enorme limousine aanrijden en na het uitstappen werd hij aanbeden door een horde dames, dat wil je niet weten. Een meisje kreeg een kus en was vervolgens helemaal van de kaart.''

Shimizu, vijfvoudig wereldkampioen op de 500 meter, heeft ook in zijn hoogtijdagen nooit een mondiale sprinttitel behaald. Daarvoor stelt zijn 1.000 meter te vaak teleur. Het is een terugkerend probleem bij Japanse sprinters. Ze zijn lichamelijk beter gebouwd voor de 500 meter. Zo rijden de Japanse vrouwen Sayuri Yoshi (clubgenote van Joji Kato) en Sayuri Osuga op de derde wedstrijddag in Salt Lake City persoonlijke én nationale toptijden op het kortste sprintnummer. Op de dubbele afstand komen ze er niet aan te pas.

Kato is gisteren wel in actie gekomen op de 1.000 meter en eindigt in de grijze middenmoot. Hij is meer gebrand op een goede 500 meter die eerder op de dag wordt verreden. Met een katachtige rijstijl stelt hij zijn eerste wereldbekerzege van dit seizoen veilig. Volgens Poltavets, sprintcoach van TVM, is Kato in technisch opzicht nog beter dan Shimizu. ,,Hij voelt het ijs beter aan en is minder een werker. En hij rijdt de bochten als een shorttracker. Prachtig om naar te kijken. De Nederlanders kunnen daar nog veel van leren.''

Volgens de Amerikaanse schaatsprofessor Carl Foster – al meer dan dertig jaar als bewegingswetenschapper een begrip in internationale schaatskringen – hebben de kleine en lichtgebouwde Japanners van nature een hoger en explosiever beentempo. ,,In de bochten zijn ze daarom in het voordeel. Ze trappen het ijs ook minder snel kapot. Op het rechte eind zijn ze fysiek in het nadeel ten opzichte van de grotere en zwaardere Europese en Noord-Amerikaanse rijders, die langere slagen kunnen maken. Maar qua aerodynamica hebben ze de ideale techniek én lichaamsbouw'', zegt Foster.

Poltavets heeft gemerkt dat de Japanse schaatsers letterlijk en figuurlijk een inhaalslag maken. ,,Ze kijken, met hun onvermijdelijke camera's, veel naar ons en proberen hun slagen ook langer en dus efficiënter te maken. Ik ben daarom benieuwd of ze in de toekomst ook succesvol zullen zijn op de 1.000 meter.''

Poltavets, opgegroeid in de sportcultuur van de Sovjet-Unie, roemt de mentaliteit van de Japanse sprinters in het algemeen en Kato in het bijzonder. ,,Ze zitten niet te slapen, omdat ze weten dat het schaatsen in ontwikkeling is. In Japan is overwerken geen schande. In Nederland ben ik die mentaliteit nog niet tegengekomen'', weet de nieuwe trainer van olympisch kampioen Gerard van Velde.