Moorkop

Er wordt mij weleens gevraagd: is het nou moeilijk om elke week een nieuw taalonderwerp te verzinnen? Integendeel, luidt het antwoord, ik vind het soms moeilijk om te kiezen, zó groot is het aanbod.

Neem vorige week. Toen speelde de kwestie negerzoen weer eens op. Volgens de `Stichting eer- en herstelbetalingen slachtoffers slavernijverleden Suriname' is die naam discriminerend. Koekfabrikant Van der Breggen in Tilburg, die de negerzoenen maakt, kondigde aan de gevoeligheid van de naam te gaan onderzoeken – een zaak die tientallen kranten haalde.

Ik vind het waanzin om ten strijde te trekken tegen de negerzoen, een product dat al sinds 1920 in Nederland wordt geproduceerd, en ik zou de geschiedenis van deze zoetigheid het liefst tot op de bodem uitzoeken. Volgens het Etymologisch woordenboek van Van Dale gaat het woord negerzoen terug op het Duitse Negerkuss en is het mogelijk ,,onder invloed van baiser zo genoemd naar de zachtheid van het koekje''. Een Nederlands product met een uit het Duits ontleende naam, onder invloed van het Franse baiser, dat zowel `kussen' als `neuken' betekent? Ik geloof er geen snars van. En hoe moeten we in dit verband andere culinaire woorden als moorkop (dat vroeger alleen `negerhoofd' of `zwart paard' betekende), jodenkoek en zigeunersaus duiden?

Voor je het weet ben je drie afleveringen verder, want alleen al over het woord jodenkoek – wel of niet genoemd naar een zekere bakker Jode? – valt enorm veel uit te zoeken en te vertellen.

Maar er was meer. Zo heb ik mij verbaasd over een woordvoerder van de Amsterdamse politie, die op televisie zei dat George van Kleef, die onlangs in Amsterdam met twee kogels in het hoofd werd doodgeschoten, was ,,komen te overlijden''. Dat strookt helemaal niet met mijn taalgevoel. Als je twee kogels door je hoofd krijgt ben je doodgeschoten of vermoord. Bij overlijden denk ik eerder aan een natuurlijke dood. Volgens mij is ,,komen te overlijden'' een regelrecht eufemisme, maar het kan ook ambtelijk taalgebruik zijn. Zolang de doodsoorzaak niet officieel is vastgesteld (twee kogels door het hoofd!) houden we het formeel.

Ik heb een en ander aan enkele taaladviseurs voorgelegd en die deelden mijn mening dat overlijden vooral wordt gebruikt voor een natuurlijke dood, maar daar vind je niks van terug in de woordenboeken. Volgens de Grote Van Dale is overlijden `sterven' en is sterven `ophouden te leven', maar er staat verder niks bij over de doodsoorzaak. Ik ben wel benieuwd hoe de lezers hierover denken. En vindt u het met Erik Jurgens onjuist dat iedereen die tegenwoordig een kogel door het hoofd krijgt volgens de kranten is geliquideerd? Moet je niet eerst het motief van zo'n moord kennen voordat je dat schrijft? Een liquidatie is een `vereffening', een `afrekening', maar dat kun je toch niet op voorhand aannemen?

En zo waren er nog zeker vijf andere onderwerpen. Koos van Zomeren heeft onlangs bij uitgeverij Flanor in Nijmegen een mooi boekje gepubliceerd getiteld Dit doet de taal met ons, onder meer over het mirakel van de perfecte zin. Prinses Laurentien opende vorig weekend het congres van Onze Taal in Utrecht met een moedige voordracht waarin zij vertelde dat zij ,,met volle mond `ja' had gezegd'' toen prins Constantijn haar ten huwelijk vroeg, in plaats van volmondig.

Er was nog veel meer, maar dat komt een andere keer, of niet.

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl. Van Ewoud Sanders verscheen het boekje `Aarsrivalen, scheldkarbonades en terminale baden', met daarin ruim vijfhonderd thematisch gerubriceerde `woordinfecties'. Prometheus/NRC Handelsblad, 124 blz., prijs € 7,50.