Leven met aids blijft taboe in Malawi

Aids hoeft in Afrika niet meer fataal te zijn dankzij de groeiende beschikbaarheid van aids-remmers. Maar overleven blijft een hele klus. Het verhaal van een besmette moeder in Malawi.

Joyce Foliasi is besmet met het aids-virus. Ze vertelt het uit zichzelf. Ze zegt het vrijwel meteen als het bezoek heeft plaatsgenomen op de rieten mat die ze op de vloer van haar lemen huis heeft uitgespreid. Buiten speelt haar oudste dochter, de zesjarige Ndaziona. Die naam betekent: ik kamp met heel veel zorgen. Binnen ligt dochter Yankho aan de borst. Yankho is het plaatselijke woord voor antwoord.

De aids-epidemie is ook aan dit dorp niet voorbijgegaan. Ook al ligt Dickson in de savannen verscholen, tachtig kilometer verwijderd van de `zondige' hoofdstad Lilongwe. Ook al ligt de dichtstbijzijnde asfaltweg 35 kilometer verderop en mijden zelfs de zandwegen dit gehucht. In Malawi is één op de zeven bewoners van tussen de vijftien en vijftig met het virus besmet: 900.000 op een bevolking van twaalf miljoen. Zo wijdverbreid is het virus dat het in dit land ook tot de verste uithoeken, die alleen maar over paden bereikbaar zijn, is doorgedrongen. Lopend heeft aids in Dickson ooit zijn intrede gedaan.

Toch verrast de openbaring van Joyce Foliasi. Niemand in dit dorp van bijna 300 inwoners geeft toe het aidsvirus te hebben. Ook niet de twee vrouwen en een man bij wie de symptomen overduidelijk lijken. Officieel is hier nooit iemand overleden aan aids. ,,Jongens en meisjes, laat ons strijden tegen aids'', staat er op de schriften van de basisschoolkinderen. Die oproep moet voor tieners in de stad zijn bestemd. Of toch ook voor Dickson? 's Avonds zingen de meisjes over de vrouwen die zo dol zijn op mannen dat het kerkhof er vol van ligt.

Jarenlang heeft de epidemie in Afrika ongehinderd kunnen voortwoekeren, omdat regeringsleiders haar stelselmatig hebben ontkend. De Malawiaanse alleenheerser Hastings Kamuzu Banda verbood in 1994, vlak voor zijn aftreden na dertig jaar bewind, bekend te maken dat het aandeel volwassenen met het aidsvirus in zijn land de 5 procent al had bereikt. Ruim tien jaar later is het percentage bijna verdrievoudigd en sterven er jaarlijks 84.000 Malawianen aan aids.

Ook Afrikaanse aids-lijders zelf hebben jarenlang massaal de kop in het zand gestoken. Velen lieten zich nooit testen om de verschrikkelijke waarheid niet te hoeven weten. Anderen zwegen over hun ziekte uit vrees voor verstoting. Waarom zouden ze openhartig zijn over een ziekte die met zoveel taboes was omgeven? Een ziekte waarop toch de doodstraf stond? In de nadagen van hun leven zou dat alleen ellende opleveren.

Vijf oktober vorig jaar. De 24-jarige Joyce weet het nog precies. Dat was de dag waarop ze de uitslag kreeg van de aids-test die ze als zwangere vrouw in het missieziekenhuis van Namitete had ondergaan. ,,Zo beschaamd'' , voelde ze zich. ,,Zo ontzettend bang. Alsof ik al dood was.''

Maar ook in Afrika, zelfs op het platteland waar de allerarmsten wonen, hoeft het aids-virus niet meer fataal te zijn. Aids-remmers die in het Westen de dodelijke ziekte tot een beheersbare, chronische aandoening hebben gemaakt, zijn de laatste twee jaar ook op het zwaarst getroffen continent binnen het bereik van de massa's gekomen. Dat is te danken aan de drastische prijsverlagingen van aids-remmers die actiegroepen hebben afgedrongen. Dat is te danken aan de grootscheepse campagne die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) twee jaar geleden begon om vóór 2006 drie miljoen aids-lijders in ontwikkelingslanden aan aids-remmers te helpen. Dat is te danken aan het mondiaal aids-fonds dat het geld voor de verstrekking bij elkaar heeft gebracht.

In de hoofdstad Lilongwe vertelt David Chitate van UNAIDS, het aids-programma van de Verenigde Naties, dat het aantal Malawianen met aids-remmers dit jaar verviervoudigt tot 40.000. Dat is nog altijd minder dan een kwart van de 170.000 patiënten die de medicijnen nodig hebben om te overleven. Door in zes jaar tijd 273 miljoen dollar in versterking van de gezondheidszorg te investeren moet dat aantal tot zeker 80.000 worden uitgebreid.

Voor Joyce Foliasi arriveerden de medicijnen in Malawi net op tijd. Aids-remmers verkleinden tijdens haar bevalling van Yankho de kans dat het virus op de baby werd overgebracht. Aids-remmers zorgen er ook thuis in Dickson voor dat de aantasting van haar immuunsysteem wordt tegengegaan. Instructies die ze ontving in het ziekenhuis moeten haar helpen zo lang mogelijk te leven met het virus. ,,Ik heb weer een toekomst'', zegt ze strijdbaar. ,,Ik kan nog jaren voor mijn kinderen zorgen.''

Al valt het naleven van de instructies haar zwaar. Als ze zich niet lekker voelt, zoals nu, moet ze meteen naar de dichtstbijzijnde gezondheidspost gaan. Maar een consult kost geld en dat heeft ze vaak niet. Ook het tweemaandelijkse transport voor aids-remmers naar het vijftig kilometer verderop gelegen ziekenhuis kan ze niet altijd betalen. Drie gevarieerde maaltijden per dag moet ze eten, bij voorkeur met groenten en vlees. Maar in haar dorp is iedereen te arm voor vlees en de jaarlijkse hongerperiode nadert. In die maanden voor de oogst is er hooguit maïs voor één maal per dag.

Haar ouders staan haar bij. ,,Ze moedigen me aan om door te gaan met mijn leven.'' Zij zijn ook de enige mensen in het dorp aan wie ze haar geheim heeft onthuld. ,,De mensen in het dorp zouden me buitensluiten als ze op de hoogte waren.'' Waarom heeft ze het nu dan wel verteld? ,,Omdat je niet een van de dorpelingen bent. Omdat je me misschien kunt helpen. Ik wil nog niet dood.''