In Bosnië heerst de verkeerde generatie

De oorlog in Bosnië kostte een kwart miljoen mensen het leven. Tien jaar na het Dayton-vredesakkoord leven de Bosniërs in een verscheurd land. ,,De huidige bestuurlijke situatie is onhoudbaar.''

De liefde heeft er niet onder geleden. Urenlang zitten ze tegen elkaar aan geplakt op de bank in hun appartement in de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Elkaar troostend, zodra het herinneren te pijnlijk wordt. Hasiba Hilcišin (54), een moslima, en haar man Petar (62), een Bosnische Serviër – ,,het ideale paar in het vroegere Joegoslavië,'' zegt Hasiba. ,,Een huwelijk van een moslima en een orthodoxe man werd toen gestimuleerd: het droeg bij tot de gedroomde multi-etnische staat. Onze beste vrienden waren onze buren. Links Servische orthodoxen, rechts katholieke Kroaten en aan de overkant moslims. We leenden elkaar koffie en suiker.''

Dat het van de ene op de andere dag allemaal anders zou zijn, kunnen Hasiba en Petar nog steeds niet bevatten. Vanaf de dag dat de eerste Servische paramilitairen hun stellingen rondom Sarajevo innamen, op 2 maart 1992, waren ze niet langer het `ideale paar' maar de paria's van de buurt. ,,Als vrouw van een Serviër, ofwel de agressor, werd ik door mijn moslimburen met de nek aangekeken. En Petar werd door de Serviërs gehaat omdat hij met een moslima onder één dak woonde.''

Bijna vier jaar duurde de belegering van Sarajevo. De stad werd afgesneden van water, gas en elektriciteit. `Sniper alley', de hoofdstraat waar burgers door Servische sluipschutters vanaf de bergflanken onder vuur werden genomen, groeide uit tot het beschamende symbool van oorlogswaanzin in een uithoek van Europa waar niemand zoiets mogelijk had geacht.

De Servische buren van Hasiba en Petar konden met hulp van Servische milities vluchten. Zij moesten zich zelf maar zien te redden. Hasiba: ,,De woonkamer was taboe omdat daar kogels konden inslaan. We bivakkeerden met het gezin in de twee kinderkamers met blinde muren, tot het eind van de oorlog.''

Op 21 november 1995, vandaag tien jaar geleden, kwam met het ondertekenen van het Dayton-vredesakkoord een einde aan de oorlog in Bosnië, die een kwart miljoen mensen het leven kostte. `Dayton' voorzag in een tweedeling van Bosnië-Hercegovina in de moslim-Kroatische federatie en de Servische Republiek, elk met een eigen regering. Het feitelijke gezag over beide entiteiten is echter in handen van de Hoge Vertegenwoordiger namens de internationale gemeenschap, thans Paddy Ashdown. ,,De huidige bestuurlijke situatie is onhoudbaar,'' zei Ashdown vorige week, aan de vooravond van onderhandelingen over een nieuwe grondwet voor Bosnië. Met `Dayton' werd de oorlog beeindigd. ,,Nu moet er een nieuw land in de steigers worden gezet.''

Maar over de uitkomst van die onderhandelingen maakt men zich in Sarajevo geen illusies. ,,Het probleem is dat de verkeerde generatie Bosniërs nu aan de knoppen zit,'' zegt ˇZeljko Kopanja, hoofdredacteur van dagblad Nezavisne Novine. Als enige in de Servische Republiek in Bosnië bericht zijn krant onpartijdig over oorlogsmisdaden begaan door zowel Serviërs als Bosnjaks (benaming voor Bosnische moslims). In 1999 kwam het Kopanja duur te staan. Bij een aanslag op zijn leven – een autobom – verloor hij beide benen. De daders werden nooit gepakt.

Zes jaar na de aanslag loopt Kopanja op krukken. Zijn vrolijke, getekende kop steekt fier omhoog uit een spijkerjack. ,,Gevoelens van wraak of haat ken ik niet. Ik heb een dochter van zes en voor haar hoop ik dat het er in de toekomst niet meer toe doet of iemand Serviër of moslim is. Van haar generatie moeten we het hebben. Maar het duurt nog wel even voordat die het voor het zeggen krijgt.''

Opinie pagina 7

Veel jonge Bosniërs vertrokken na de oorlog naar het buitenland, op de vlucht voor de stijgende werkloosheid, ruim 40 procent, en het haatdragende klimaat dat door hun ouders in stand wordt gehouden. Onder hen die bleven raakt het geduld op.

,,Bosnië als multi-etnische staat valt niet meer te repareren,'' zegt de Bosnisch-Servische Anna Drapić die met haar man een computerwinkel heeft. Sinds het Dayton-akkoord leiden ze een gespleten leven. Drapić: ,,We wonen in het centrum van Sarajevo, in de moslim-Kroatische federatie, daar hebben we onze gemengde vriendenkring. Maar onze winkel is gevestigd in een buitenwijk van Sarajevo die sinds de opdeling van Bosnië formeel tot de Servische Republiek behoort. `Servisch Sarajevo' wordt de wijk genoemd.''

Met tegenzin hebben ze er hun bedrijfje gestart. Drapić: ,,Door moslims in het centrum werd ons het leven zuur gemaakt. Tegelijk merkten we dat Servische klanten niet langer naar het centrum kwamen, omdat een moslim-verkoper niet bereid is om een Serviër garantie op een dure aanschaf te geven. Men wil duidelijk geen lange termijn-verbintenis met elkaar aangaan.'' Anna Drapić en haar man restte geen keuze. ,,We zijn onze Servische klanten maar achterna gereisd naar dit getto.''

Drapić is ervan overtuigd dat er in het nieuwe Bosnië voor haar geen toekomst is. ,,Net als in Kosovo krijgen de moslims het hier voorgoed voor het zeggen.'' Ze bereiden zich voor op een verhuizing naar Belgrado.

Op de binnenplaats voor de grote Gazi Husrev-moskee in het centrum van Sarajevo trotseren honderden moslims de eerste sneeuwval. ,,Voor Bosnië-Herzegovina is er maar één weg,'' predikt de imam. ,,Opgaan in de Europese Unie. Dáár ligt voor ons, moslims op de Balkan, de toekomst.''

Tegenover de overdekte groentenmarkt, waar in 1994 door Servisch granaatvuur tientallen mensen omkwamen, liggen in de etalage van het Iraanse cultuurcentrum wervende folders over de islam.

,,Een gespleten stad, volkomen in verwarring,'' omschrijft de moslima Hasiba Hilcišin het huidige Sarajevo dat volgens haar is verpest door fanatieke religieuze provincialen. ,,Sarajevo was vroeger een intellectuele hoofdstad. Alle waardevolle dingen in mijn leven gebeurden hier: het gymnasium, mijn huwelijk, de vriendschap. De meeste vrienden zijn nu verdwenen of dood.'' Als juriste zet Hasiba Hilcišin zich in voor het lot van de tienduizenden invalide oorlogsveteranen, een groep met enorme problemen. Ze hoopt dat haar twee dochters ook weggaan. Voor hen hoopt ze dat ze snel een bestaan buiten Bosnië vinden. ,,Tijdens de oorlog voelde ik me zo schuldig dat ik ze niet veilig, elders, onder kon brengen. Nu wil ik het beste voor ze.''

Petar, haar Servische man, raakte intussen arbeidsongeschikt. ,,We leven in een soort gevangenis,'' zegt hij. ,,We hebben het overleefd, maar de deur zit nog altijd op slot.''

Van hun Servische buren, die in die eerste dagen van de oorlog vertrokken, hebben ze nooit meer iets vernomen. ,,Achteraf begrijp ik ze wel,'' zegt Hasiba. ,,Zij kozen voor de veiligheid van hun kinderen. Maar het echte verraad kwam uit mijn eigen moslim-gemeenschap. Van niemand kreeg ik hulp, wegens mijn orthodoxe echtgenoot. De bajram en de ramadan heb ik sindsdien dan ook nooit meer gevierd.''