Het vuil, de buurt en de trots

Om zeven uur 's ochtends gaat de bel. Vanaf m'n slaapmat in de voorkamer hoor ik stemmen buiten op het smalle paadje voor het huis. ,,Nee hoor, de deur gaat niet open'', hoor ik m'n oude buurman zeggen. Daarnaast hoor ik de stemmen van nog twee ouden van dagen. Het gespreksonderwerp is het huisvuil dat ik de avond ervoor heb achtergelaten op de centrale verzamelplaats van het buurtje naast de boeddhistische tempel – de enige plek in de buurt die voor auto's bereikbaar is. Nee, denk ik, ik ga niet op dit tijdstip in m'n ochtendjas de afvalverwerking bespreken. Na enige tijd geven ze op en verdwijnen.

Niets gebeurt onverwachts in vissersdorp Miura. De sociale controle is te groot. Het dromerige dorp ligt aan de Stille Oceaan, op het uiterste puntje van het gelijknamige schiereiland, zo'n anderhalf uur reizen ten zuiden van Tokio. Elke ochtend gaan op de visafslag nog honderden diepgevroren tonijnen van de hand voor de hongerige bevolking van de hoofdstad. Het is een restant van een ooit glorieus vissersverleden. De houten huizen staan dicht op elkaar. De meeste zijn slechts te voet via smalle paadjes te bereiken. Her en der zijn huizen door de bewoners simpelweg in de steek gelaten. Ooit trok iemand voor het laatst de deur achter zich dicht, wetend dat het zou wegrotten onder invloed van weer en wind.

Als herinnering aan de tijd dat in al deze huizen kroostrijke families woonden, klinkt elke dag uit de 96 gemeentelijke luidsprekers in het dorp een vrouwenstem: ,,Het is half vijf. Laten de kleine kinderen naar huis gaan, en laten de volwassenen de kleine kinderen in hun omgeving daartoe aansporen.'' Viermaal wordt een bandje met deze boodschap elke dag afgespeeld, voorafgegaan door een muziekje om de aandacht te trekken. Leven in Japan is makkelijk: volg de aanwijzingen – zelfs als ze overbodig zijn.

Eén zo'n oud, klein huis is nu mijn woning. Tijdens het tekenen van het contract zei de makelaar trots dat het dorp het beste kringloopsysteem heeft in Japan en dus het minste afval produceert. Tien soorten afval kent het dorp namelijk, allemaal met hun eigen ophaaldag. Ik kreeg een poster in kleurendruk mee met de volledige indeling van alle soorten afval, inclusief getekende voorbeelden. Zouden er mensen zijn die werkelijk niet begrijpen wat de woorden `papieren luier' of `maandverband' betekenen en een tekening nodig hebben?

Waarschijnlijk dachten de buren die voor de deur stonden dat ik zo'n geval was. 's Ochtends vroeg de deur niet opendoen, betekende niet dat ik van de ouden van dagen uit de buurt was verlost. Tussen de middag was mijn gepensioneerde buurman terug. Hij is hier geboren en getogen, net als z'n vertrokken broer, wiens huis ik huur. In de dorpse verhoudingen heeft de buurman dus een zekere verantwoordelijkheid voor mij.

Na aan te bellen opende de buurman zonder schroom de voordeur en liep het halletje binnen. In z'n handen had hij een kleurenposter met uitleg over de vuilnis. ,,Kijk, het moet allemaal op deze manier worden gescheiden'', zei hij wijzend naar de tekeningen. Ik liet mijn exemplaar van de poster zien en m'n zak met algemeen afval. ,,Ja dit is goed'', zei hij wijzend op voedselafval, ,,maar dat niet''. Verscheurde enveloppen waren de boosdoener, ook al mocht volgens de uitleg `vuil papier' bij het gewone afval.

Een uur later stond er weer iemand voor de deur. Dit keer een oude dame die ik nog niet kende, met in haar hand opnieuw de gekleurde poster. ,,Ik ben functionaris van de buurtvereniging'', zei ze. Buurtverenigingen waren tot 1945 formeel onderdeel van de Japanse bestuursstructuur. De Amerikaanse bezettingsmacht maakte een einde aan hun officiële status, maar in het dagelijkse leven in oude buurten spelen ze nog altijd een rol, zoals bij de vuilnisophaal.

Enkele dagen later herkende ik nog altijd mijn eigen vuilniszak van de bewuste ochtend, half gevuld met oude enveloppen, op de vuilverzamelplaats. Afvalzakken die in dit dorp worden verkocht zijn namelijk geheel doorzichtig. Ik had geen zin de zak weer mee terug te nemen, en blijkbaar wilde geen buurtbewoner mij bruuskeren door de zak weer bij mij voor deur te zetten. Een week later was de zak eindelijk verdwenen.

Rond die tijd vond ik op een dag bij thuiskomst een nieuw document in de brievenbus. Het was een Engelse vertaling van de poster met tekeningetjes, en een 12 pagina's tellende index van alle mogelijke soorten afval en wat er mee te doen. Wellicht was de taal het probleem, had men blijkbaar gedacht.

Op een ochtend kom ik bij de verzamelplek voor vuilnis mijn 80-jarige, alleenstaande buurvrouw tegen. ,,Ik heb deze week de taak het hier schoon te houden'', vertelt ze. Ze moet ervoor zorgen dat er geen kruimel op straat blijft liggen nadat het vuilnis is opgehaald. Het is een van de taken die de buurtvereniging regelt. ,,Maar maak je geen zorgen'', zegt ze, ,,deze taak valt alleen vrouwen toe.''

Ik heb deze ochtend een zak algemeen afval en wat lege flessen bij me. ,,Nee, glazen flessen zijn, dacht ik, op vrijdag, vandaag alleen lege blikjes'', zegt de buurvrouw enigszins onzeker. ,,Ach, soms snap ik het zelf ook niet meer'', verzucht de weduwe, wier kinderen allemaal naar de grote stad zijn verhuisd. ,,Soms geef ik afval gewoon aan m'n dochter mee als ze met de auto op bezoek komt, zodat ze het in de stad voor me weg kan gooien.''