Het beeld

De onafhankelijkheid van een recensent is een groot goed, zeker nu oordelen in de media steeds makkelijker gekocht lijken te kunnen worden. Als filmcriticus heb ik me altijd zo veel mogelijk getracht te houden aan de regel dat zelfs de schijn van belangenverstrengeling vermeden dient te worden. Dat betekent in de praktijk dat je een collega vraagt de recensie te schrijven over een film waar je partner, familielid, minnares, chef of vriend bij betrokken is. Gelukkig ken ik weinig televisiemakers.

De meeste mensen achter de tafel in R.A.M - De besprekers (VPRO) heb ik wel eens ontmoet, vaak als collega-recensent. Enige terughoudendheid in het bespreken van hun optreden is geboden, ook al ben ik nog zo blij dat er weer eens onafhankelijke kunstkritiek te horen valt op televisie. Maar wat moet ik nu met coproducties van NRC Handelsblad en een publieke omroep? Je kunt het dan namelijk als recensent nooit goed doen. Een positief zinnetje zal worden uitgelegd als het doorzichtig dienen van eigenbelang. Een negatief woord duidt op hypercorrectie of bijval voor degenen die vinden dat krantenmakers zich bij hun leest moeten houden. En het negeren van zo'n coproductie, met tien binnenlandse netten altijd verdedigbaar, is een vorm van lafheid.

Mijn hoofdredacteur meent dat ik me niets van belangen moet aantrekken, want ik word betaald voor een onafhankelijk, persoonlijk oordeel. Dus waag ik me met deze zegen van boven aan de kwadratuur van de cirkel.

Ik vind het een goed idee dat dagbladredacties zich met televisie gaan bemoeien. Een krant is allang niet meer alleen enkele vellen bedrukt papier, maar ook een uitgever van dvd's, boeken en cd's, een website, een vraagbaak en een denktank. Beide partijen kunnen profiteren van de samenwerking tussen een dagblad en een omroep, en dat geldt zeker ook voor het belang van cultuuroverdracht en -behoud. Toen ik gisteren twee van de beste televisie-interviewers in Woestijnruiters (VARA) aan de directeur van een abortuskliniek hoorde vragen wat haar man van haar beroep vond, schoot me even door het hoofd dat ik geen Nederlandse krant ken waar zo'n schandalige vraag de eindredactie zou passeren.

Structureel werken NRC Handelsblad en VPRO samen aan het programma Boeken&cetera (VPRO). Wat precies de bijdrage is van de krant is onduidelijk. De van de VPRO-radio afkomstige presentator Wim Brands ondervraagt in de studio een of meer schrijvers, en stelt nogal lange, veel informatie bevattende vragen. Goed dat het programma er is, maar het kan veel beter.

De gisteren eenmalig samen met deze krant geproduceerde aflevering van Tegenlicht (VPRO) was echter voorbeeldig. Roel van Broekhoven vroeg NRC-redacteur Maarten Schinkel een scenario te schrijven voor De dag dat de dollar valt, en verwerkte dat in een quasi-reportage over een valuta-krach. Televisiecoryfee├źn als Twan Huys, Rob de Wijk en Aldith Hunkar speelden hun eigen rol, Schinkel bevroeg in New York, Singapore en Hongkong internationale deskundigen. Het was zorgvuldige, verontrustende en heel goed vormgegeven televisie op basis van een uitstekend idee en kennis van zaken. Maar hoe kan ik u overtuigen van de onpartijdigheid van zulke kwalificaties?