Gokkend op weg naar het einde

Miranda van Kralingen, al meer dan een jaar artistiek leider van Opera Zuid, begon zaterdag in Maastricht aan het eerste seizoen dat ze zelf programmeerde. Al wil Van Kralingen geen moderne of onbekende stukken, De speler van Prokofjev valt toch in die laatste categorie. Het ooit onspeelbaar geachte stuk uit de jaren 1915-'17 ging pas in 1929 in Brussel in première en werd dertig jaar geleden voor het eerst in Nederland opgevoerd.

`De gokker' zou een betere titel zijn voor dit stuk over gokverslaving, met een libretto dat Prokovjev schreef naar Dostojevski. Het is een conversatiestuk zonder aria's en zonder Wagneriaanse leidmotieven, waarbij de woorden van de zangers worden ingekleurd door gevarieerde orkestrale passages.

In 1996 dirigeerde Valery Gergjev in Den Haag De speler bij zijn Kirov Opera. Die voorstelling van De speler, een co-produktie met de Milanese Scala, was opmerkelijk omdat het naturalisme ook verregaand was gemoderniseerd met een kaal eenheidsdecor en goedkope tl-licht-effecten. De speeltafel ontbrak zelfs geheel!

Bij Opera Zuid is er ook een eenheidsdecor – een riante hotellobby met een halfronde trap. Maar alles oogt hier erg ouderwets, uit de tijd van Dostojevski, en de speeltafels ontbreken niet in het casino. De kostumering is geheel zwart en dus is de boodschap onmiskenbaar. Feestend, flirtend en gokkend zijn we al ons geld verspillend obsessief op weg naar het einde, en dragen zo de keurige normen en waarden van de samenleving ten grave.

Zó serieus en zelfs saai wordt die deprimerende strekking uitgemeten door de Londens-Litouwse regisseuse Dalia Ibelhauptaite, dat er geen plaats meer is voor het tragi-komische en het karikaturale. En al helemaal niet voor een dubbele bodem onder het cliché: geld maakt niet gelukkig, zelfs niet als je het in overvloed hebt. Want nadat Alexei Iwanowitsj de roulettebank heeft laten springen en wordt bedolven onder geld, raakt hij zijn geliefde Pauline kwijt. Die is niet te koop.

Van Kralingen engageerde een goed zingende internationale cast met zevenentwintig zangers, onder wie veel jong of onbekend talent. Maar ook Tom Haenen, die in 1975 bij de Nederlandse Opera de rol van Generaal zong, staat hier op het podium in de dubbelrol Potapitsch en Onfortuinlijke speler.

Het probleem van de voorstelling als geheel is het gebrek aan speelsheid. Die dringt de zangers een al te zwaarwichtige karakterisering van hun rollen op, en geeft het goed spelende Limburgs Symphonie Orkest net te weinig dramatische scherpte.

In de titelrol profileert de donker getimbreerde tenor Jeroen Bik zich niet als losbol, maar als steeds gekwelder en daardoor steeds integerder en sympathieker Alexej Ivanovitsj. In de andere hoofdrol van Pauline krijgt sopraan Francis van Broekhuizen te weinig kans haar wispelturigheid te etaleren.

De enige die op fenomenale wijze aan het strenge regie-regime ontsnapt is Klara Uleman als de excentrieke, schatrijke Babulenka. We zien haar al haar geld vergokken terwijl ze toch nog drie dorpen en een paleis overhoudt. Uleman is dan ook een veterane van de opera in het Friese weiland in Spanga, in de operawereld een enclave vol hilariteit.

Voorstelling: De speler van S. Prokofjev door Opera Zuid en Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Ivan Angélov. Regie: Dalia Ibelhauptaite. Gezien: 19/11 Theater aan het Vrijthof Maastricht. Tournee: t/m 13/12. Inl. www.operazuid.nl