De dichter dreigt

Afshin Ellian, rechtsgeleerde en columnist van NRC Handelsblad, heeft over het algemeen stevige meningen, maar wat opvalt is dat er maar zwakjes op wordt gereageerd. Alsof men aan positieve discriminatie doet en een buitenlander wil ontzien. Daar heeft een columnist natuurlijk niets aan, een columnist wil reactie uitlokken, hij wil debat en polemiek, daar heeft hij recht op.

Nu moet ik wel zeggen dat het niet meevalt, reageren op Ellian. Zijn taal is nogal onnavolgbaar en archaïsch en doet soms denken aan die van 19de-eeuwse dichters en soms aan die van politieagenten die een proces-verbaal opmaken, met bijwoorden als desalniettemin, temeer, daarentegen en voorzetsels als inzake, niettegenstaande en aangaande.

Bovendien krijg je bij bestudering van zijn columns van het afgelopen jaar het gevoel dat er drie stemmetjes tegelijk spreken: er schuilt een drievoudige persoonlijkheid in zijn stukjes. Er is de deftige wijsgeer in een Grieks gewaad. Er is de ongeschoren, boerse redneck met een krap T-shirt en blote navel. En er is ten slotte de sentimentele, puberale dichter, zo uit duizend-en-een-nacht, met kanten rokje en roze maillot. Elk van de drie persoonlijkheden neemt zichzelf bloedserieus en geen van hen zal ooit worden betrapt op humor of zelfrelativering.

Ellian mag graag openen met Griekse wijsheden, die los in de tekst blijven hangen, maar die hem de gelegenheid geven zijn eruditie te bewijzen.

Hij kent zijn Pericles, Heraclitus, Aristoteles, maar even goed zijn Zarathustra, Montesquieu, Alexis de Tocqueville, Pascal, Derrida, Habermas en niet te vergeten Ludwig Feuerbach en Victor Hugo die hij, zo meldt hij en passant, al op zijn veertiende had gelezen.

Op gezag van deze geleerden komt Ellian tot diepzinnige conclusies. Heeft Iran een kernbom nodig? Nee, leert Ellian. De Iraakse grondwet kan geen gelijkheid garanderen, omdat die gebaseerd is op de koran waarin vrouwen en niet-moslims worden gediscrimineerd. Europa moet zich actief met Irak bemoeien. De ramadan is de voorbereiding op de jihad, omdat men leert geloven in hel (vasten) en hemel (eten). Als de presidentskandidaten van Iran geen moordenaars zijn, zijn het potentiële moordenaars. Neoconservatieven zijn de revolutionairen van vandaag. Sinds de moord op Van Gogh is Nederland te vergelijken met Algerije tijdens de burgeroorlog en Baskenland in Spanje.

Nederland wordt geregeerd door bange mensen. Barbaarse types als Jason W. moeten zo snel mogelijk onder controle van de politie komen, voordat ze een moord plegen. Zolang er rechters zijn, zullen strengere regels tegen terroristen de rechtsstaat niet ondermijnen. En zo verder.

De tweede persoonlijkheid van Ellian is die van een onverschrokken tokkie die iedereen ervan langs geeft: Maria van der Hoeven en Agnes van Ardenne zijn incompetent. Donner heeft vrijheidsvijandige opvattingen en een bedenkelijk geweten. Remkes is handelingsonbekwaam. Klaas de Vries is uitgerangeerd en machtsverslaafd. Femke Halsema is hysterisch en onwetend.

Maar het is vooral Job Cohen die de toorn van Ellian wekt. Hij zag op tv hoe Cohen genoot toen Verdonk het spreken onmogelijk werd gemaakt bij de herdenking van de slavernij. Kotsmisselijk werd Ellian ervan. Cohen dehumaniseert Verdonk, Cohen is de burgemeester van een vrije stad voor moslimterroristen, links-extremisten en georganiseerde misdaad. Cohen beperkt de vrijheid van meningsuiting, omdat hij vindt dat bezoekers van een debat twee euro extra moeten betalen voor de beveiliging van de sprekers.

Sowieso heeft Ellian een hekel aan Amsterdam dat hem, zoals hij in interviews zegt, buikpijn bezorgt. Heel Nederland schijnt hem soms buikpijn te bezorgen, als hij Rudy Kousbroek met grote instemming citeert: ,,Ik vind Nederland een verschrikking. [...] Nederland is een derderangs land, alles is hier derderangs.'' Zo zie je maar hoe ver het met de inburgering van vreemdelingen kan gaan.

Niet alleen Nederlandse politici, ook Nederlandse intellectuelen moeten het ontgelden. Soms worden ze bewonderaars van Mohammed B. genoemd, dan weer morele terroristen of koddebeiers van de Moerasdelta. Hij heeft een afkeer van de heersende elite, wat misschien te verklaren is door zijn vroegere marxistische achtergrond volgens een interview maakte hij op zijn twaalfde al deel uit van de marxistische beweging in Iran: weg met de bourgeoisie, leve de nieuwe revolutionaire voorhoede, waartoe hij niet alleen zichzelf rekent, maar ook Verdonk, Van Aartsen, Hirsi Ali, Leon de Winter, Fortuyn, Van Gogh en Wilders. Zelfs George W. Bush, die militaire macht gebruikt om een wereld naar het evenbeeld van Amerika te scheppen. ,,Met het evenbeeld wordt een democratische rechtsorde bedoeld waarin respect voor mensenrechten buiten kijf staat'', schreef Afshin Ellian op 19maart van dit jaar, toen alles over Abu Ghraib al bekend was.

Maar het is de derde persoonlijkheid van Afshin Ellian die het meest fascineert. Hier spreekt een romantische, halfwassen versjesschrijver met een verontrustende moederbinding. De moeder die niet bang was voor Russische of Amerikaanse soldaten, maar voor Russische of Amerikaanse blondines, die haar man zouden verleiden en stelen. De moeder die hem leerde dat zijn bruid in een wit gewaad zou komen en onder een wit laken zou gaan en die hem onder een vals voorwendsel liet besnijden. Het sneeuwt, als Ellian denkt aan het witte verband om zijn geslachtsdeel: ,,De witte onschuld bedekt de sporen. De verraderlijke witheid strijkt de werkelijkheid glad. Het zijn wordt onzichtbaar. Het witte is een instantie met de bevoegdheid om het werkelijke over te verven.''

Ellian citeert Joseph Brodsky en Omar Khayam, maar staat zich zo nu en dan ook een eigen versje toe: ,,Het lijden van de aarde / ben ik / zonder enkele vlucht / de zee van de stormen / ben ik / zonder enkele rust / de zwaluw van de terugkeer / ben ik / zonder enkele terugtocht.''

Ook zonder witregels wil Ellian ons verblijden met zijn poëtische gave, zoals toen hij met zijn later vermoorde neef langs zijn geliefde Kaspische zee liep. De kleine Ellian was nog maar vijftien, toen hij al zwoer ,,dat de mensen zich ons ooit zouden herinneren als golven van de zee en niet als het schuim van de golven dat vormloos sterft op de kust.''

Zo golft Ellian nu over het arme Nederland onder de zeespiegel, zonder enkele terugtocht. Geen dijk of duin is tegen deze Perzische tsunami opgewassen. Ik hoor dat Ellian beveiligd wordt wegens zijn politieke uitspraken. Ik zou ons willen beveiligen tegen zijn dreigende dichterlijkheden.

ramdas@nrc.nl