Bublé swingt als mierzoet kinderijsje

Groot worden met vergeten swing. Het lukt tegenwoordig weer legio artiesten. Sommigen slagen er in korte tijd zelfs in wereldsterren te worden. Het recept? Verpak een goede stem in de romantiek van de swingtijd. Draag bij voorkeur een strak maatpak en glimmende schoenen, en vergeet nooit de grote meesters te eren. Het waren tenslotte Sinatra en de zijnen die het genre op de kaart zetten

De Canadese crooner Michael Bublé (30), spreek uit: Boe-bléé, kent het door nieuw leven ingeblazen swingrecept van binnen en buiten. Verkocht zijn vorige album al heel aardig, toen hij - in de slipstream van Jamie Cullum - dit jaar met It's Time nog prominenter werd neergezet, werd hij een internationale bestseller. Swing, het is een toverwoord.

In een uitverkochte Heineken Music Hall te Amsterdam schotelde Bublé gisteravond gladjes aandoende retroswing met jongensachtige bravoure en pikante kwinkslagen voor. Maar vanaf de eerste maten in deze Nederlandse debuutshow werd duidelijk: Bublés gemakzuchtige swing voor de kauwgomgeneratie beklijft nauwelijks en mist een eigen gezicht.

De bombast van het openingsnummer, Bublés opgepoetste versie van Nina Simone's Feeling Good met veel spetterende blazers, werd lang vastgehouden. Daarna wisselde Bublé zijn show af met bigband-knallers, ballades en gezellige gesprekjes. Het repertoire, American Songbook-standards en popnummers in bigbandarrangementen, was voorspelbaar. Save The Last Dance For Me, The More I See You en I've Got You Under My Skin; Bublé ging ze af met een best prettige stem, terwijl hij danste op de noten van zijn blaassectie. De verswingde covers pasten hem beter, zoals het van Otis Redding bekende Try A Little Tenderness en You Don't Know Me van Ray Charles. Waarom de zanger zich niet gewoon toelegt op eigen materiaal blijft de vraag. Home is bijvoorbeeld een mooie, zelfgeschreven ballade.

Als je swing brengt, doe het dan goed: met stijl, flair en elegantie. Bublé koos, ondanks het grootse decor en een van a tot z geregiseerde show, juist voor een nonchalante aanpak, die op den duur danig stoorde. Hij had al gauw de lachers op zijn hand en leek het swinggenre, dat in deze vorm niets met jazz te maken heeft, weinig serieus te nemen. Zo graag wilde hij, blakend van zelfvertrouwen, vermaken met zijn grapjes. Vergeten we de ongeëvenaarde stijl van Sinatra even en kijken we hoe popster Robbie Williams deze stijl een paar jaar geleden ook al met een goede vette knipoog aanpakte, is de conclusie simpel. Bublés muziek voegt weinig toe en smelt snel als een mierzoet kinderijsje.

Concert: Michael Bublé. Gehoord: 20/11, HMH, Amsterdam.