Bosnische politici moeten eindelijk eens wakker worden

Tien jaar na het akkoord van Dayton, dat een einde maakte aan de oorlog in Bosnië, dreigt het land door incompetent gedrag van zijn politieke leiders achterop te raken, betoogt Carl Bildt.

Het zag er naar uit dat het 'smorgens zou sneeuwen. Wij zaten al drie weken in afzondering op de luchtmachtbasis in Ohio, waar wij probeerden een vrede tot stand te brengen om een einde te maken aan het bloedvergieten in Bosnië.

De vorige avond was geëindigd in wanhoop en ellende: het laatste Amerikaanse aanbod was door president Alija Izetbegović van Bosnië vierkant afgewezen.

Maar in de vroege ochtenduren maakte de Joegoslavische president Slobodan Milošević een ommezwaai. Hij was meer gebrand op een regeling dan wie ook.

En ineens, vandaag tien jaar geleden, hadden wij in Dayton een akkoord.

In wezen was de overeenkomst al meer dan een maand eerder totstandgekomen, in Genève. Wat daar was overeengekomen, was hoofdzakelijk een compilatie van plannen die al een poosje op tafel lagen: een soeverein Bosnië, bestaande uit twee entiteiten met een hoge mate van autonomie.

Achteraf gezien is de vraag niet waarom in Dayton een akkoord is gesloten, maar waarom dat niet al veel eerder was gebeurd, zelfs al voordat de oorlog uitbrak. Het punt is dat toen Washington zich tamelijk laat – tegen het einde van de zomer van 1995 – realiseerde dat er een politieke overeenkomst moest komen, zo'n overeenkomst ook mogelijk werd. De militaire operaties in de herfst speelden natuurlijk ook een rol, maar de politiek had de overhand – zo sluit je vrede.

Wanneer ik terugdenk aan onze weken in Dayton, verbaast het me nog steeds hoe verdeeld wij waren in het stellen van prioriteiten. Terwijl wij, de Europeanen, de uitvoering van het akkoord het liefst zagen als een politieke actie voor vrede voor de lange termijn, overheerste nog steeds de naïeve overtuiging dat het een louter militaire actie was voor de korte termijn. De constitutie voor het nieuwe Bosnië werd ten slotte bijlage 4 van de vredesovereenkomst, terwijl de militaire kwesties bijlage 1 werden, en de civiele realisatie bijlage 10 – zo lagen toen de prioriteiten.

Thans weten wij beter. Het akkoord van Dayton was de kiem van de moderne aanpak van staatvorming in een naoorlogse situatie. Veiligheid komt natuurlijk in de eerste plaats, en daarvoor is zeker inzet van de strijdkrachten vereist, maar in wezen is de vorming van staten een politieke zaak, en de kern van het echte vredeswerk ligt vaak op economisch terrein.

Achteraf gezien is er veel bereikt. Meer dan een miljoen vluchtelingen is naar huis teruggekeerd. Men kan zich vrijelijk verplaatsen, en de ooit zo omstreden grens tussen de twee entiteiten is amper waarneembaar.

In schrille tegenstelling tot Kosovo heeft er zich de afgelopen jaren nauwelijks geweld voorgedaan. Grootscheepse wederopbouw heeft de meeste littekens van de oorlog weggenomen, en één ding is zeker: de oorlog komt niet meer terug.

Maar Bosnië mag dan in dit opzicht een onbetwist succes zijn geworden, in andere opzichten is het veel minder goed gegaan. Bij mijn vertrek uit Sarajevo was mijn belangrijkste boodschap aan de politieke leiders dat zij zich moesten toeleggen op economische hervormingen. Ze konden niet eeuwig blijven leunen op de internationale gemeenschap.

Maar zelfs al zou Bosnië maandag beginnen met besprekingen voor een mogelijk lidmaatschap van de EU, dan nog vrees ik dat dit land, dat velen van ons zijn gaan waarderen om zijn menselijke kwaliteiten, wat hervormingen en ontwikkeling betreft op essentiële punten lelijk achterop dreigt te raken.

Tot dusverre heeft Bosnië zich niet, zoals Turkmenistan en andere landen, kunnen aansluiten bij het Partnership for Peace van de NAVO, noch, zoals Moldavië en Angola, bij de Wereldhandelsorganisatie.

De Bosnische politici konden zich veel te gemakkelijk verschuilen achter de zeer ruime bevoegdheden van de internationale hoge vertegenwoordiger, of verspilden hun krachten aan vruchteloos gekibbel over de constitutie, waardoor economische en sociale kwesties werden verwaarloosd.

Het officiële werkloosheidscijfer ligt nu boven de 40 procent en stijgt nog steeds. In feite is het zo dat de meerderheid van de bevolking buiten de weinige functionerende particuliere ondernemingen en de topzware, inefficiënte overheidsstructuren overlevingsstrategieën hanteert die neerkomen op een combinatie van landbouw voor eigen gebruik met overboekingen uit het buitenland en uiteenlopende activiteiten op de grijze of zwarte markt.

Kroatië voert al overleg over het EU-lidmaatschap, en zodra een overeenkomst gesloten is over Kosovo, zijn er ook voor Servië goede vooruitzichten om vaart te zetten achter zijn EU-aspiraties.

Het is hoog tijd dat de politici in Bosnië eens wakker worden. De overheidsuitgaven moeten worden verlaagd, een herstructurering van het bedrijfsleven is vereist, de arbeidswetgeving moet worden geliberaliseerd, de belastingen moeten eerder worden verlaagd dan verhoogd, en in de topzware bureaucratie met haar privileges moet worden gesnoeid, anders zal Bosnië steeds verder bij Europa achteropraken en zo de aspiraties van zijn inwoners – en niet in de laatste plaats zijn jongeren – verraden.

Ik zie uit naar de dag dat Bosnische politici en masse naar Estland en Slowakije reizen om te leren van de successen in het nieuwe Europa in opkomst.

Zij moeten ophouden te debatteren over het verleden en te ruziën over het heden, maar echt aan de toekomst gaan werken. Dayton was een succes. Maar of Bosnië ook een succes wordt, staat nog te bezien.

Carl Bildt, oud-premier van Zweden, was op de vredesconferentie in Dayton in 1995 namens de EU co-voorzitter van het overleg, en de eerste internationale hoge vertegenwoordiger in Bosnië in 1996 en 1997.

© New York Times Syndicate