Actie tegen afbraak muziekleven

Een actiedag tegen de `sluipende vernietiging van het muziekleven' bracht eensgezindheid tegen bezuinigingen, maar concertzalen moeten ook zelf werken aan het werven van meer publiek.

,,We moeten onze eigen Baron van Münchhausen worden''. Zo verwoordde Willem Wijgers van het Bureau Promotie Podiumkunsten gisteren de heersende mening tijdens de eerste publieke manifestatie van de onlangs opgerichte Muziekbeweging in het Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam. De Muziekbeweging is een initiatief van componist Ron Ford, Donemus-directeur Marian van Dijk, concertzaaldirecteuren Martijn Sanders en Jan Wolff, en Felix Rottenberg. Behalve een discussiebijeenkomst waren er ook verschillende muzikale activiteiten en (protest-)concerten.

Doel van de beweging, die blijkens de adhesiebetuigingen op www.demuziekbeweging.nl door talloze componisten, muziekbonzen en -liefhebbers wordt gesteund, is om een halt toe te roepen aan wat men noemt de `sluipende vernietiging van het hele muziekleven' in Nederland. Bezuinigingen op het MCO, muziekscholen die bij bosjes worden opgeheven, de recente FunX-affaire rond Radio 4 en het dreigende opgaan van de ondersteunende muziekinstellingen als Gaudeamus en Donemus en het Fonds voor de Scheppende Toonkunst in overkoepelende instanties ziet men als indicaties van het hellend vlak waarop het Nederlandse muziekleven zich als geheel bevindt. De hoogste tijd dus, aldus de initiators, om een beweging op te richten die eensgezind, voorbij ieder eigenbelang, een tegengeluid geeft.

Op de discussiebijeenkomst werd dan ook vooral duidelijk waar men tegen is: tegen marktdenken in de kunst, tegen de vervlakking, tegen de opvatting van kunst als amusement, en vooral tegen elke vorm van bezuiniging, al had men zich nog zo voorgenomen het niveau van klagen over te weinig geld te ontstijgen. Toch draait het uiteindelijk natuurlijk dáárom, zoals kraakhelder bleek toen enkele aanwezigen opperden dat alle problemen tot het verleden zouden behoren als Nederland zich zou houden aan het UNESCO-advies om één procent van de begroting aan cultuur te besteden.

Van Den Haag verwachtten de meeste aanwezigen echter weinig, en vandaar ook Wijgers' suggestie dat het muziekleven zichzelf aan zijn haren uit het moeras moet trekken. Belangrijk daarbij is, zo was men het eens, een grotere publieke zichtbaarheid: muziekinstanties moeten zich duidelijker manifesteren, in `dialoog met het publiek' gaan, en meer publiek de zaal inkrijgen. Afgezien van de educatieve projecten die veel orkesten organiseren (zo bezochten vorig jaar tienduizenden scholieren het Amsterdamse Concertgebouw), wist niemand daarvoor echter een concrete oplossing aan te dragen.

Het lokken van meer publiek was ook een beetje in tegenspraak met de strekking van het pamflet dat componist/radiomaker Wim Laman namens de medewerkers van Radio 4 voorlas, namelijk dat de klassieke muziek de strijd om kijk-, luister- en bezoekerscijfers toch nooit zal winnen. Hij was één van de vele aanwezigen die stelden dat het debat dus niet over de kosten en baten van het muziekbestel moet gaan, maar over de intrinsieke waarde ervan. Wat er in Nederland bestaat aan ensembles, orkesten, podia, en steun voor componisten is uniek, waardevol, en moet alleen daarom al worden gekoesterd. Dan maar een beetje elitair, leek de houding van velen.

Een vreemde eend in de bijt was in dat opzicht SP-kamerlid Arda Gerkens, die in september een nota schreef om meer steun voor de Nederlandse popmuziek te verwerven. Haar belangrijkste argument in die nota was: pop is de populairste podiumkunst, en verdient dus (meer) steun. Precies het soort argumenten dat de rest van de zaal juist wilde uitbannen. Dit potentiële meningsverschil werd door panelvoorzitter Martijn Sanders in de kiem gesmoord met de vraag: ,,Maar jij wilt toch ook het liefst én-én?''. Want als de aanwezige voortrekkers van de Nederlandse Muziek één les hebben geleerd van het verleden, is het wel dat onderlinge strijd uiteindelijk voor iedereen slecht uitpakt. Het protest moet met één stem klinken, en, zoals componist Cornelis de Bondt van het balkon van het Muziekgebouw aan 't IJ riep: ,,Laat het niet gericht zijn aan dovemansoren.''