Woest harig groepsportret

Er wordt wat afgelachen, hoog in de Zwitserse Jura. Daar bewerken twee broers, Plonk & Replonk, stokoude foto's tot ironische inkijkjes in eigentijdse fenomenen.

In La Chaux-de-fonds, een industriestadje boven Neuchâtel, rijden auto's met bumperstickers als `Ik woon thuis' of `Ik plak, want ik ben een sticker'. En heeft de kapper een sepia groepsportret uit 1900 op zijn ruit geplakt, vol mannen met lange, woeste haren. Daarnaast staat een eveneens harig type in koningsdracht vol medailles en tressen. `Helvetus IV, koning der Zwitsers, op bezoek bij de stakende kappers', staat eronder.

De grappenmakers zijn twee broers uit het stadje. Niet alleen gaan zij grinnikend door het leven, ook tarten zij de wijdverbreide opvatting dat Zwitsers geen gevoel voor humor hebben. De broers noemen zichzelf Plonk & Replonk. Ze maken vooral ansichtkaarten op basis van oude foto's, die ze met fotografische trucages en krankzinnige onderschriften omtoveren tot ironische inkijkjes in eigentijdse fenomenen.

Zo nemen ze de huidige angst voor een grieppandemie op de hak met een oud familieportret waarop iedereen een snor heeft gekregen – `de verschrikkelijke snor-epidemie van 1890' noemen ze dat. En de debatten over kinderen met ADHD inspireerden tot een ansicht van een oude klassenfoto waarop de hoofden van alle leerlingen als een gek bewegen. Alleen de juf houdt haar normale gezicht.

De humor van Plonk & Replonk, alias Hubert en Jacques Froidevaux, is even herkenbaar als aanstekelijk. In de Zwitserse krant Le Temps maken ze elke week een aflevering van de avonturen van koning Helvetus; de ene keer brengt hij alle treinstations onder in één gebouw, de andere keer bedenkt hij dat het na de autoloze zondag tijd is voor de bestuurderloze zondag. Ook de Franse krant Le Monde en het Belgische Le Soir hebben hun werk afgedrukt. In galerie Humus in Lausanne hebben ze nu een tentoonstelling onder de titel De mooiste zondagmiddagen ter wereld. De bladzijnummering van de catalogus gaat van zondag 1 december tot zondag 119 december.

Plonk & Replonk vallen nooit iemand persoonlijk aan; politici en beroemdheden laten hen koud. Ze steken alleen de draak met stereotiepen en menselijke eigenaardigheden. En net als Monty Python en wijlen de Franse humorist Pierre Dac doen ze dat op een bijna kinderlijke, ontregelende manier. Met de oude foto's, die ze op rommelmarkten vinden of van een vriend bij de vuilnisophaal krijgen, roepen ze een wereld op die niet meer bestaat. Maar met wat Plonkiaanse manipulaties wordt die wereld ineens tijdloos of zelfs heel erg van deze tijd. Zoals die foto van een vergadertafel vol nette heren. Sommigen hebben een kerstmuts gekregen, anderen hazenoren. De tekst luidt: `De mondialisering in de wereld – kerst verwerft 51% van het kapitaal van pasen'.

In een tot kantoor omgebouwd appartement in La Chaux-de-Fonds, in een geweldige rommel, drinken de broers bier uit een wijnglas. Ze zijn een beetje verlegen. Hun vader had een houtzagerij in de buurt, hun moeder runde een café. Als jongens al schiepen ze hun eigen wereld door collages te maken. Als er een fabriek in voorkwam, noemden ze die Plonk. Hubert werd later graficus, Jacques ging in de houtzagerij werken. Maar als ze elkaar in het weekend zagen, zetten ze hun oude spel voort. Acht jaar geleden zegden ze hun baan op, en begonnen ze Plonk & Replonk. `Meesters van de wereld van vader en zoon sinds 1997', staat er op de deur. En verder: `Honorair consulaat van de Republiek van Pim Pam Poum. Maakt niet uit wat, groothandel en detail. Eerste etage'.

,,We zouden in Genève moeten zitten, of Parijs,'' zegt Jacques. ,,Beter voor de business. Maar ach, daar hebben we weinig kaas van gegeten. En hier is het leven normaler.'' Ze gaan zelf naar boekhandels en redacties, met hun werk onder de arm. Hun kaarten worden in zeventig Zwitserse boekhandels verkocht, en in veertig winkels in Frankrijk. Tot hun verbazing verkopen ze redelijk in eigen land – ondanks het feit dat ze de kathedraal van Zürich steevast afbeelden met drie torens in plaats van twee, ,,omdat die mensen in Zürich het in de bol hebben''.

Soms doen Plonk & Replonk ook reclamewerk. Zo maakten ze laatst in Genève billboards om mensen te bewegen vaker de fiets te nemen. Daar zat een postbode bij die een Zwitsers uurwerk in zijn voorwiel had om de post op tijd te bezorgen.

Nieuw zijn kabouters die tot hun kin in een betonblok zijn gegoten. Laatst is het kabouter-bevrijdingsfront namelijk de Frans-Zwitserse grens overgestoken. Op een nacht zetten de dieven alle gestolen tuinkabouters op een rotonde. Half La Chaux-de-Fonds bleef rondjes rijden om te kijken of de zijne erbij stond. Hubert, die in de file stond, schuddebuikt nog als hij erover vertelt. Toegegeven: Plonkiaanser kan het bijna niet.

Info: www.plonkreplonk.ch. De expositie in Galerie Humus, Rue des Terreaux 18bis, Lausanne (00-41-21-3232170) duurt tot 24 december.