Verontwaardiging én lof voor rechter van Samir A.

Tot ongenoegen van veel politici sprak het hof Samir A. vrij. ,,In Nederland is het niet verboden terrorist in intentie te zijn.''

De inkt van de uitspraak van het hof was nog niet droog of de enigszins verontwaardigde reacties van politici druppelden al binnen. Onbevredigend, opmerkelijk, incompetent, geschokt, zijn enkele kwalificaties die vielen in politiek Den Haag. Deskundigen op de gebieden strafrecht en terrorismebestrijding juichen de – tweede – vrijspraak van Samir A. juist toe.

Het Haagse gerechtshof sprak gisteren Samir A. (19) vrij van deelneming aan een gewapende overval op een Edah-winkel op 8 april 2004 en van het voorbereiden van een aanslag in de periode van 1 november 2003 tot en met 30 juni 2004. Niet dat de rechters twijfelen aan de terroristische intentie van A., maar hem veroordelen zou betekenen dat A. zou worden gestraft voor zijn gedachten en intenties. Hij sprokkelde immers verkeerde bestanddelen waardoor hij geen bom kon fabriceren. A. vormde dus geen reële dreiging. ,,Op de keper beschouwd stond de verdachte nagenoeg met lege handen.''

Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht aan Radboud Universiteit Nijmegen, complimenteert de rechters van het hof met hun arrest. Als de rechters de intenties van Samir A. voldoende vonden om hem te bestraffen, hadden ze wat de hoogleraar betreft zich schuldig gemaakt aan Gesinnungsstrafrecht. ,,Dat is wat men de nazi's verweet. Als je de democratische rechtsstaat wil beschermen moet je die niet afschaffen.'' Samir A. is een terrorist in intentie, daar hebben de rechters ook niet aan getwijfeld, zegt Buruma. ,,Maar in Nederland is het niet verboden terrorist in intentie te zijn. Je moet ook iets hebben misdaan.''

De Leidse hoogleraar Th. Roos kan zich eveneens vinden in de uitspraak. ,,Foute gedachtes zijn gewoon niet strafbaar.'' Een veroordeling op basis van dit dossier zou erop neer komen dat de rechters de kern van het Nederlandse strafproces opzij hadden gezet, zegt Roos. ,,In landen als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië hebben rechters genoeg aan ernstig vermoeden om iemand te kunnen veroordelen. Onze rechters moeten aan de hand van bewijzen overtuigd zijn van iemands schuld.''

Edwin Bakker, terrorismedeskundige bij Clingendael, instituut voor internationale betrekkingen, reageeret als volgt: ,,Ik ben er blij om dat de rechters ondanks de maatschappelijke druk de intenties niet heeft bestraft.'' Het openbaar ministerie (OM) beraadt zich er nog op de zaak in cassatie voor te leggen aan de Hoge Raad. Roos voorziet ,,weinig heil'' voor het OM. ,,Het lijkt me een kansloze zaak. Met de huidige wetgeving is Samir A. in deze zaak gewoon niet te veroordelen.''

In zijn eerste reactie op de vrijspraak zei minister Remkes (Binnenlandse Zaken) dat bekeken moet worden waar het vast zit in de wetgeving. De PvdA vindt dat personen met terroristische intenties strafbaar moeten zijn als zij ook maar enige uitvoering daaraan geven, hoe klein die ook is. Nergens voor nodig, meent Buruma. ,,Intenties in combinatie met voorbereidingshandelingen zijn nu al strafbaar. Het is dan aan de rechter om de voorbereidingshandelingen te toetsen.'' Buruma illustreert: iemand die met moordplannen rondloopt, is strafbaar op het moment dat hij een broodzaag koopt. Ook als die broodzaag niet blijkt te werken? ,,Dan begint het interessant te worden en dan is het aan de rechter. Er is weinig nodig om iemand veroordeeld te krijgen als hij ook iets heeft misdaan.''

Volgens Buruma hebben de politici die nu verontwaardigd reageren op de beslissing van het hof de vrijspraak een beetje ,,over zich heen geroepen''. Volgens de Nijmeegse hoogleraar heeft de Tweede Kamer na de aanslagen op 11 september 2001 op initiatief van Geert Wilders, destijds Kamerlid voor de VVD, de wetten aangepast. De eerste van drie `veiligheidskleppen' (in groepsverband, intentie en opzet) werd uit de wet geschrapt om sneller tot veroordeling van vermeende terroristen te kunnen komen. Deze criteria waren er juist om te voorkomen dat verdachten ten onrechte veroordeeld worden. ,,Als je wetten maakt met minder bestandsdelen, gaan de rechters de overgebleven criteria nog strenger toepassen. Ze hebben al zo weinig toetsingscriteria.''

De vrijspraak van Samir A. wordt, zegt Bakker van het instituut Clingendael, in verband gebracht met de meest recente arrestatie van A. en zes van zijn vrienden op 14 oktober. Op de dag van hun aanhouding werd het Binnenhof afgezet en de beveiliging van enkele politici werd verscherpt. Justitie verdenkt A. nu van voorbereiding van moord op politici en voorbereiding van een bomaanslag op het hoofdkwartier van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in Leidschendam. Bij deze nieuwe zaak is de nieuwe Wet terroristische misdrijven van kracht. De werving voor de jihad en samenspanning met als doel een ernstig terroristisch misdrijf te plegen, zijn sinds 10 augustus vorig jaar strafbaar. ,,Zijn volgende zaak is nog veel belangrijker.''