Studiehuis 2

De recente negatieve evaluatie van het Studiehuis (`Zeven jaar Tweede Fase, een balans'), waarin op een wetenschappelijke manier wordt aangetoond dat het Studiehuis de aansluiting tussen het voorgezet en hoger onderwijs niet heeft verbeterd, wordt door Van Steenoven in zijn brief snel van tafel geveegd (W&O 12 nov.). In zijn ogen gaat er `weliswaar nog van alles mis, maar om daar het studiehuis de schuld van te geven is weinig wetenschappelijk'. Het Studiehuis is een goed onderwijsconcept, vindt hij. Het levert gemotiveerde studenten af met de juiste studievaardigheden die `immers in korte tijd hun leemtes in kennis wegwerken'. Dat juist dit argument wordt weersproken door de recente evaluatie van het Studiehuis doet aan zijn overtuiging niets af.

Het is als wanneer je zegt tegen je kind met de hik: `Houd je adem acht tellen in, dan zal het over zijn.' Het kind houdt de adem acht tellen in, maar de hik blijkt niet over te zijn. Je moet dan concluderen dat je experiment weliswaar gelukt is, maar dat de uitkomst tegenvalt: het helpt niet altijd om je adem acht tellen in te houden.

In het onderwijs worden regelmatig experimenten uitgevoerd en meer dan eens blijkt bij de evaluatie dat het experiment gelukt is, maar dat de van tevoren vastgestelde doelen niet zijn gehaald. Een professionele wetenschapper gelooft het experiment en verwerpt de onderzoeksveronderstellingen.

`Onderwijsdeskundologen' doen het anders. Als de doelen niet blijken gehaald dan vindt men dat het experiment wél deugde, maar dat (achteraf!) de randvoorwaarden niet goed waren. De docenten waren niet bereid tot veranderen; het lesmateriaal was niet goed; de faciliteiten niet op orde; de scholen gebruikten het studiehuis als bezuiniging. Een veelgehoord argument is ook dat het Studiehuis nog pas ten dele is ingevoerd en dat daarom nog geen negatieve conclusies kunnen worden getrokken.

Toch is het simpel: uit deze evaluatie blijkt dat de resultaten van het Studiehuis tegenvallen. En ook bij een gedeeltelijke invoering zou nu toch wel enige verbetering meetbaar moeten zijn, wil men volhouden dat het een goed onderwijsconcept is. Als je op een wetenschappelijke manier omgaat met deze evaluatie dan verwerp je de veronderstellingen ten aanzien van dit onderwijsconcept.

Helaas leveren tegenvallende resultaten geen plaats op in de geschiedenisboekjes en dat is in deze tijd voor deskundologen en politici een `must'. Het onderwijs wordt zo slachtoffer van de persoonlijke geldingsdrang van individuen.