Softdrugsbeleid wordt sluipenderwijs strenger

Het softdrugsbeleid staat onder druk. Justitie en politie treden vaker op tegen blowen in het openbaar. Soms wordt de geur van een joint aangemerkt als overlast.

Het softdrugsbeleid in Nederland slingert al jaren heen en weer tussen de politieke wensen tot verdere liberalisering en juist verdere inperking. De voorstanders van een liberaler drugsbeleid krijgen meer tegenwind, zo blijkt de afgelopen maanden regelmatig in de praktijk, maar ook in de politiek. Sluipenderwijs lijkt het drugsbeleid in Nederland strenger te worden.

Zo bepleitte de VVD-fractie in de Tweede Kamer afgelopen week het bestraffen van burgers die in het park of op straat een joint roken, net als in geval van publieke dronkenschap of het aan de mond zetten van een fles whisky. Al was het maar wegens de penetrante geur en de verloedering van het straatbeeld, luidde de argumentatie.

In de praktijk geeft het openbaar ministerie al invulling aan die wens, zoals het parket in Haarlem in augustus tijdens grote dansfestivals als Mysteryland of Dance Valley. Hoewel volgens de officiële richtlijnen het bezit van vijf gram softdrugs – voor eigen gebruik – wordt getolereerd, besloot justitie bij de toegang alle drugs in beslag te nemen. Justitie wilde daarmee ,,discussies aan de poort'' met festivalbezoekers voorkomen over de vraag wat bij een meerdaags festival moet worden verstaan onder gebruikershoeveelheden.

Dat was onlangs tenminste de uitleg van de Haarlemse hoofdofficier Steensma aan burgemeester Hertog van Haarlemmermeer, nadat Hertog hem in een persoonlijke brief om opheldering had gevraagd over deze verscherping van het drugsbeleid tijdens `Mysteryland' op zijn grondgebied. ,,Dit beleid is in strijd met de algemene richtlijnen van het openbaar ministerie die bepalen dat het is toegestaan om gebruikershoeveelheden softdrugs in bezit te hebben'', schreef Hertog. Bovendien was hij tevoren niet door justitie op de hoogte gesteld van het verscherpte drugsbeleid, tot zijn ergernis, omdat een burgemeester verantwoordelijk is voor de openbare orde en er rellen hadden kunnen uitbreken als gevolg van het nieuwe beleid.

Maar volgens hoofdofficier Steensma is een dergelijke afwijking van landelijk beleid ,,volstrekt legitiem'' wanneer ,,bijzondere (lokale) omstandigheden daarom vragen'', schreef hij terug. Een woordvoerder van het college van procureurs-generaal bevestigt die opvatting. ,,In combinatie met bepalingen in de plaatselijke politieverordeningen kunnen die richtlijnen ook lokaal worden vertaald. Dan krijgt het begrip `overlast' zijn eigen lokale vertaling. Ook bijvoorbeeld stankoverlast kan dan een overweging zijn om op te treden.''

Zo proberen politie en justitie in Dordrecht het blowen in publieke ruimten te beperken, bijvoorbeeld in parken. Maar daar stuitte justitie recentelijk op de juridische grenzen van het landelijke gedoogbeleid. Een student die was geverbaliseerd omdat hij in een park een joint zou hebben gerookt kreeg van de rechter gelijk omdat de betrokken agenten in hun verbaal onvoldoende hadden aangegeven wat de overlast was geweest die hij zou hebben veroorzaakt. ,,De verbalisant moet inzichtelijk maken dat het gebruik van softdrugs op dat moment en op die plaats als hinderlijk wordt ervaren'', meende de rechter. In een reactie op dat vonnis gaf het college van procureurs-generaal vervolgens aan dat er weliswaar kan worden opgetreden tegen het publiekelijk opsteken van een joint, maar dat er dan ook wel concreet overlast moet worden geconstateerd.

[Vervolg SOFTDRUGS: pagina 2]

SOFTDRUGS

OM voet niets voor liberaliseren

[vervolg van pagina 1]

In weerwil van het toenemende repressieve optreden bepleit een groot aantal burgemeesters juist verdergaande liberalisering van het softdrugsbeleid. Zoals burgemeester G. Leers van Maastricht die wil dat de `achterdeurproblematiek' van de coffeeshops in zijn stad wordt geregeld. Coffeeshops mogen immers wel cannabisproducten verkopen, maar de teelt van diezelfde producten, hasj en wiet, wordt nog altijd niet gedoogd.

Leers heeft in zijn gemeente inmiddels een meerderheid van de linkse fracties, maar ook van coalitiepartners VVD en D66 aan zijn zijde. PvdA, D66 en VVD in de Tweede Kamer overleggen begin volgende maand met Leers over een experiment waarbij de aanvoer van softdrugs naar coffeeshops wordt getolereerd. Aan de rand van de stad moeten één of meerdere wietplantages in kassen worden gedoogd, die vervolgens met instemming van het openbaar ministerie als leverancier gaan fungeren van de coffeeshops in Maastricht. De exploitatie moet in handen komen van particuliere ondernemers, maar ze gaan wel accijns betalen. De opbrengst daarvan moet ten goede komen van de bestrijding van het illegale softdrugscircuit in de stad.

Het overleg tussen Leers en de Tweede-Kamerleden Van der Ham (D66), Albayrak (PvdA) en Weekers (VVD) vindt begin volgende maand in Maastricht plaats. Maar het openbaar ministerie in Maastricht vindt een dergelijk experiment, waarbij gecontroleerde aanvoer van softdrugs via de achterdeur geregeld wordt, op voorhand ,,onaanvaardbaar'', zegt de Maastrichtse officier van justitie A. Rogier. ,,Het openbaar ministerie neemt op lokaal niveau wel deel aan besprekingen daarover, maar alleen als toehoorder, zonder dat er instemming is met de afspraken die daar worden gemaakt.''

Volgens Rogier zijn dergelijke experimenten in strijd met de Opiumwet en zal daartegen worden opgetreden. ,,Dat is bij die bijeenkomsten onze enige boodschap.'' Ook voor het college van procureurs-generaal zijn dergelijke experimenten onbespreekbaar. ,,Er mag niet worden getornd aan de landelijke richtlijnen. Dat kan alleen als de wetgever ons de gelegenheid zou bieden.''

Minister Donner (Justitie, CDA) heeft afgelopen week in de Tweede Kamer al aangegeven dat, wat hem betreft, en in tegenstelling tot wat een Kamermeerderheid wil, die ruimte er niet zal komen.