Schrik voor bruikleen kunst zit er in

Deze week legde een Zwitserse zakenman beslag op 54 schilderijen van het Poesjkinmuseum in Moskou. De coup staat niet op zichzelf.

Directeur Piontrovski van museum Hermitage aan de Amstel wil ,,een status aparte voor meesterwerken zodat ze geen gijzelaar worden in financiële geschillen''. Hij zei dit naar aanleiding van het beslag dat een zakentycoon in Zwitserland deze week liet leggen op een collectie van 54 topstukken uit het Moskouse Poesjkin museum. De kunstwerken zaten in vrachtwagens, op weg naar Rusland. Hoewel de Zwitserse regering het beslag snel ophief, zit de schrik voor het internationale bruikleenverkeer er in.

Een week geleden pleitte de Amsterdamse hoogleraar en kunsthandelaar mr. Th.M. de Boer tijdens een studiemiddag over internationale `collectiemobiliteit' in het Amsterdamse Van Gogh museum ook voor een status aparte, oftewel vrijwaring van beslag en van een proces in een ander land. De Zwitserse coup staat namelijk niet op zichzelf. Het Poesjkin museum bijvoorbeeld, heeft verschillende malen tijdens een buitenlandse expositie te maken gehad met vorderingen door de familie Sjtsjoekin. Hun collectie Franse meesters werd na de Russische revolutie van 1917 onteigend – zonder schadevergoeding. Tot nu toe hebben deze pogingen geen succes. En in New York werd een geruchtmakend beslag op werken van Egon Schiele, afkomstig uit Oostenrijk, uiteindelijk opgeheven. Het zou gaan om ,,roofkunst'' uit de Tweede Wereldoorlog.

Ook zonder beslaglegging tijdens een buitenlandse expositie kunnen er juridische risico's ontstaan. In Washington loopt op het ogenblik een geding van de nazaten van de Russische kunstenaar Kasimir Malevitsj tegen de gemeente Amsterdam over een belangrijke collectie die in de jaren vijftig werd verworven door het Stedelijk Museum.

De Zwitserse regering riep zich bij haar interventie op het internationale recht dat nationale culturele goederen beschouwt als openbaar bezit dat niet in beslag mag worden genomen. De VS zien dat anders. Hun wet erkent weliswaar buitenlandse immuniteiten, maar onder het voorbehoud dat de stukken niet in strijd met het internationale recht tot buitenlands kunstbezit behoren. Onteigening zonder schadevergoeding valt daar buiten, net als roofkunst.

Behalve in de VS bestaan er immuniteitswetten in sommige provincies van Canada en België, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Oostenrijk, Spanje. Een commissie onder voorzitterschap van de hoofddirecteur van het Rijksmuseum, Ronald de Leeuw, bepleitte onlangs een immuniteitsregeling voor de hele Europese Unie. Maar daar zit niet het echte probleem, aldus professor De Boer. Uitleners zijn vooral benauwd dat een buitenlands beslag leidt tot een buitenlands proces – dus niet voor hun eigen rechter. Het Europese recht verwijst iedere claim naar het land waar de bezitter woont.

Nederland valt buiten het rijtje van landen met vrijwaring. Het Rijksmuseum heeft jaarlijks te maken met duizend bruiklenen, aldus directeur collecties Peter Sigmund van dat museum. Buitenlandse leners vragen soms een vrijwaring, maar de Nederlandse regering kan alleen een ,,inspanningsverbintenis'' afgeven en niet een ,,resultaatsverbintenis''.

Het echte probleem gaat de EU te buiten, aldus De Boer. Dit betreft met name de VS, die een centrale rol vervullen in het internationaal kunstverkeer en, naar nu blijkt, ook Zwitserland. Hier ligt een taak voor de UNESCO, die vorige maand nog een hooggestemd verdrag over ,,culturele diversiteit'' aannam. Maar deze organisatie, werd tijdens de bijeenkomst opgemerkt, is inmiddels wat huiverig voor standard setting instruments.