Mini-hammam staat in duister paleis

In Marrakech vond deze week de opening van de Nederlands-Marokkaanse expositie `Respect' plaats. Aanstootgevende kunst werd vermeden.

Maanlicht strijkt over David Bades `mini-hammam' in het Palais el Badi. Het paleis is verlaten, op de ooievaars na. Overdag cirkelen ze boven Marrakech, 's avonds zoeken ze hun ronde nesten op de paleismuren op. Toen de kunstenaar David Bade enkele dagen geleden in de Marokkaanse koningsstad arriveerde, besloot hij zo'n ooievaar na te maken en bovenop zijn installatie, een op schaal nagebouwd Marokkaans badhuisje, te zetten.

Op de opening van de tentoonstelling Respect: Vormen van samenleven in het Musee Dar Si Saïd, staat David Bade tegen een muur geleund. Bade verbijt zich. Er klinkt gelach en geproost, er klikken hoge hakken over Marokkaans mozaïk. Bade heeft zoëven zijn werk, een met lange, groene draden aangeklede fiets, laten zien aan prins Willem Alexander en prinses Máxima die de opening bijwonen, maar hij is niet tevreden. Zijn grootste werk, de mini-hammam, is namelijk te zien in een ander gebouw, het Palais el Badi, evenals dat van een tiental andere kunstenaars. Daar gaat geen van de genodigden naar toe.

Respect is de eerste grote tentoonstelling hedendaagse kunst uit Nederland in Marokko, georganiseerd door de Mondriaan Stichting in opdracht van de ministeries van OCW en Buitenlandse Zaken. De expositie wordt gehouden ter gelegenheid van de 400 jaar oude betrekkingen tussen beide landen.

De tentoonstelling vindt plaats in Marrakech, in het zuiden van Marokko. Een opmerkelijke keuze, want de meeste Marokkanen in Nederland zijn afkomstig uit het Rif-gebergte in het noorden van het land. ,,Marrakech heeft een kosmopolitischer uitstraling en een betere culturele infrastructuur dan het noorden,'' verklaart curator Roel Arkesteijn. Bovendien kan hedendaagse kunst in het conservatieve noorden sneller als provocerend worden opgevat.

En dus vindt de opening plaats in Musée Dar Si Saïd en in het verlaten Palais el Badi. De enkeling die zich tijdens de opening toch in het paleis waagt, treedt een wondere wereld binnen. Een donkere wereld, met muren die het lawaai van de stad buitensluiten – zelfs de ooievaars klepperen vanavond niet. Een brave wereld ook, blijkt als de bewaker het licht aanknipt.

Want dan ook floepen de billboards van de Marokkaanse mode-ontwerper Aziz Bekkaoui aan, waarop hij zachtjes de spot drijft met de traditionele opvattingen over de Marokaanse vrouw. Die is op zijn lichtborden gehuld in een zwarte chador – maar strengen haar en witte gympies piepen er onderuit. TL-balken die het woord terror vormen, stralen nu in zacht babyblauw de ruimte in. Echt venijnig wordt de kunst niet.

En dus dringt de vraag zich op: moesten bezoekers en autoriteiten worden ontzien? Respect wordt immers gehouden om 400 jaar betrekkingen te vieren – niet om ze te verzieken. Zowel staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur), ook aanwezig bij de opening, als curator Arkesteijn erkennen met de tentoonstelling een ,,positieve signaal'' te willen uitzenden.

Toch heeft Arkesteijn het venijn niet willen uitsluiten. Want kijk, daar hangen óók twee schilderijen van de in Marokko omstreden kunstenaar Rashid Ben Ali. En hier staat een computer met tekeningen van Aline Thomassen. Ze tekent Marokkaanse vrouwen, veelal tijdens hun onschuldige dagelijkse bezigheden, maar soms verdwijnt de onschuld, dan hebben de vrouwen messen in hun lijf, of rukken ze een bloederig hart uit hun borst en vangen we andere glimpen van huiselijk geweld op.

Makkelijk is het ook niet, zegt Arkesteijn. De projector die het werk van Marijke van Warmerdam moet vertonen, stond dagenlang `vast' bij de Marokkaanse douane. En in de muren van het museum mochten geen gaten worden geboord; op de dag van de opening is de curator met punaises in de weer.

De installatie van Bade staat in het donker. Maar hij ontwaart toch iets. ,,Kijk'', zegt hij, ,,ze hebben er een Nederlands en een Marokkaans vlaggetje opgezet.''