Meer dan macht en prestige

Altijd wordt gedacht dat een grafgift de rijkdom en status van de dode weerspiegelt. Niet waar, zegt archeoloog Harry Fokkens. Hij analyseerde àlle klokbekergraven in Europa.

GRAFGIFTEN IN prehistorische graven waren geen uitingen van rijkdom en prestige, maar hadden een rituele betekenis. Dit betoogde Harry Fokkens, hoogleraar Europese prehistorie aan de Universiteit Leiden, deze week in zijn oratie.

Fokkens is al jaren bezig met opgravingen bij Oss. Ten zuiden van de stad heeft hij de laatste jaren een grafveld opgegraven dat tussen 2200 en 700 voor Christus in gebruik was. Er zijn amper vijftien graven, dat betekent nog niet één grafheuvel per eeuw. ``Maar vijf procent van de toenmalige bewoners is in een grafheuvel begraven'', denkt Fokkens. Tot nu toe hebben archeologen, nationaal en internationaal, altijd aangenomen dat alleen de elite, mensen met politieke macht en rijkdom, in een grafheuvel werden bijgezet. Dat lazen ze ook af aan grafgiften als wapens en sieraden. ``Je kunt het vergelijken met de bling bling van nu. Hoe meer dure glinsterdingen iemand in deze subcultuur draagt, des te meer prestige hij heeft. Hij krijgt vooral bewondering als de spullen herkenbaar in New Orleans zijn gekocht, waar de bling bling is ontstaan.''

Dat idee van grafgiften als macht en prestige stamt al uit de jaren zeventig. Fokkens heeft tien jaar geleden op een congres met de titel Power and Prestige voor het eerst voorzichtig geopperd dat de zaken wel eens anders zouden kunnen liggen. ``Ik vond dat onze moderne ideeën van macht en prestige te ver werden doorgetrokken.''

Met studenten heeft hij onlangs de giften in alle graven van de Klokbekercultuur, die tussen 2600 en 2000 voor Christus in een gebied van Nederland tot Spanje voorkwam, geanalyseerd. Met een ook voor hem verrassend resultaat. ``Overal was hetzelfde assortiment.'' De giften zijn gestandaardiseerd en komen uit vier categorieën: aardewerk, wapens, werktuigen en sieraden. ``Je vindt overal per categorie maar één voorwerp. Dus bijvoorbeeld maar één strijdhamer. Als het om het tonen van macht en rijkdom zou gaan, zou je grote verschillen in aantallen en soorten grafgiften verwachten. Maar dat is niet zo, noch per regio noch per periode.''

Fokkens kijkt voor een verklaring naar niet-moderne samenlevingen als die van indianen. ``Het grafritueel is daar een overgangsritueel dat een dode transformeert tot voorouder. De giften vertegenwoordigen de waarde die iemand tijdens zijn leven voor de gemeenschap had en die hij ook als voorouder zal hebben.'' De voorwerpen zijn volgens Fokkens de dode al tijdens zijn leven gegeven. ``Bij uitwisselingsplechtigheden, waarbij de waarde tot stand kwam. Een strijdhamer kan de dode ooit van zijn vader gekregen hebben om aan te geven dat hij de gemeenschap moest beschermen. Zo'n waardeuitwisseling kennen wij nog bij de uitwisseling van trouwringen, die symbool staat voor wederzijdse trouw en zorg.''

Fokkens meent vanwege het geringe aantal grafheuvels nog steeds dat een graf óók status weergeeft. ``Maar dan niet per se status die op macht en rijkdom is gebaseerd. Iemand kan bijvoorbeeld vanwege zijn status als familieoudste zijn bijgezet. Maar ik ben niet iemand die snel een model helemaal weggooit, dus rijkdom of politieke macht wil ik ook niet helemaal uitsluiten. Dat geldt bijvoorbeeld voor het zogenaamde Vorstengraf uit de IJzertijd, ook bij Oss. De samenstelling lijkt zo op graven uit Midden-Duitsland dat ik denk dat de dode daar zelf is geweest en er een soort uitwisseling heeft gedaan. Daar heeft hij zijn prestige aan ontleend.''