Column

Kruismus

Ruzie tussen mijn vrouw en mij. Waarom? Om het boek van Rob Oudkerk. Wie het het eerst mocht lezen. Lezen? Verslinden! Met de ogen gulzig opzuigen. Om een grote ruzie te voorkomen, ben ik naar de boekhandel gerend om een tweede exemplaar te kopen. Dan konden we het allebei tegelijk verorberen. Dat was nog een hele klus. Bijna overal uitverkocht. Uiteindelijk heb ik een exemplaar gevonden.

Inmiddels heb ik het uit. En? Te kort. Te dun. Te weinig. Het is maar 425 pagina’s en alles in me schreeuwt om meer. Ik zou Rob dan ook willen smeken om dit weekend nog achter de computer te kruipen en te beginnen aan een nieuw meesterwerk. Maar nu dikker. Meer Oudkerk. Het is zo goed, zo menselijk, zo to the point! Ga door Rob. Ga tot het gaatje. Laat heel politiek Den Haag en Amsterdam trillen van de zenuwen. Maak ze gek.

Wat ik alleen niet begrijp is dat je je in de schaduw van deze politieke bestseller zo bescheiden hebt opgesteld. Waarom niet een kleine presentatie van het werk? Waarom geen interviews? Waarom zo verschrikkelijk timide? Je had er in de media toch wel iets over kunnen zeggen? Je zwijgen maakt me wel nieuwsgieriger. Steeds denk ik: wat voor ziel huist er in deze man? Wat zijn zijn drijfveren? Vanwaar dit politieke idealisme? Waarom geen sprankje zelfzucht? Waarom zo dienstbaar aan de mensheid? Denk je wel genoeg aan jezelf Rob? Cijfer je jezelf niet te veel weg?

In een droom was ik in het Centraal Boekhuis in Culemborg waar men gek werd van de stress. Zowel de nieuwe Harry Potter als de nieuwe Oudkerk was binnen. De boeken stonden achter elkaar opgesteld en het was er wat je noemt Domino Day. Een lief klein musje fladderde door het gebouw en deed telkens een aanval op de achter elkaar opgestelde boeken. Hij had het vooral op het werk van Rob gemunt en werd door het personeel dan ook kruismus genoemd.

Uiteindelijk verscheen er een crimineel met een integraalhelm en die knalde het domme beestje af. Ik kreeg het warme vogellijkje in mijn handen met de vraag of ik het wilde laten opzetten. De martelaar werd een trofee. Een prijs. De gouden kruismus. Onderweg naar de opzetter vertelde het lijkje mij dat het de reïncarnatie van een doodgespoten heroïnehoertje was en dat ze het heel erg vond dat haar lief nu alleen was. Haar lief was het roodborstje dat bij Rita Verdonk op het raam had getikt. Lief vogeltje dat de minister wakker wilde schudden. Hopende dat de minister naar hem zou kijken en zou denken: Schepsel, dom schepsel! Medebewoner van deze aardkloot. Ik zal je redden! Nooit meer zal ik iets levends opsluiten. De wereld is grenzeloos en van ons allemaal.

Maar de minister keek niet, luisterde niet, hoe lang het vogeltje ook tikte. Uiteindelijk was het raam beschadigd en begon ze moord en brand te schreeuwen. Er was een aanslag gepleegd. Er moest een kogelvrij vest worden gebreid. Totaal onthutst heeft het vogeltje asiel aangevraagd in het Wassenaarse Bos waar ze niet echt dol zijn op roodborstjes. Te links, vindt men. Walgelijke kleur, wordt ook geopperd door de daar in meerderheid wonende eksters.

Het vogellijkje piepte zacht dat ze ook bang was voor haar activistennichtje in Leeuwarden, dat een pacifistische aanslag op Endemol voorbereidde. Ik vroeg waar het om ging. ,,Iets volslagen debiels voor SBS”, zuchtte het vogeltje, waarna het mes er in ging en ze werd opgevuld met houtwol en chemicaliën.

Wie de trofee krijgt? De Mexicaanse Raquel Chávez. Zij heeft een piepkleine kruidenierswinkel in een sloppenwijk van Mexico-City en mocht van Coca-Cola geen andere cola verkopen zolang ze Coca-Cola verkoopt. Ze diende een klacht in bij de Mexicaanse overheid, won en de frisdrankengigant werd veroordeeld tot een boete van 68 miljoen dollar! Heerlijk nieuws. Zij krijgt de trofee! En ik bid god om rare vogels te blijven sturen. Het kapitaal zal op ze schieten, maar niks van aantrekken. Volhouden. De zelfmoordguerrilla is nog maar net begonnen!