Kosovo 4

NRC kopte `Geld van Kosovo-actie misbruikt'. Deze kop is suggestief en pertinent onjuist. De SHO is voorstander van scherpe controle op hulpverlening. De afgelopen jaren is er door hulporganisaties veel geïnvesteerd in verbeterde controle. Controle kost geld, maar de kwaliteit van het werk wordt erdoor verbeterd en het vertrouwen van de gevers versterkt. Achteraf was de controle en het toezicht ten tijde van de hulpactie in Kosovo niet voldoende. De SHO hebben geleerd. Er is een Financieel Reglement opgesteld en een onafhankelijke Commissie van Toezicht voor de tsunami-actie ingesteld. Verder zijn de interne controleprocedures verscherpt.

Hulpverlenen kost geld. Kostenpercentages zeggen niet zoveel. In elke situatie is de verhouding tussen de prijs van de hulpgoederen, vervoer en distributie, datgene wat nodig is voor coördinatie en rapportage, verschillend. We moeten als hulporganisaties die kosten wel beter inzichtelijk maken en verantwoorden. In het Financieel Reglement wordt dat gedaan.

De kwaliteit van de hulpverlening moet in de context van de situatie worden geplaatst. Zorgvuldigheid kost tijd, en juist tijd ontbreekt in de eerste maanden van hulpverlening. De context van noodhulp is vaak die van falende overheden, verleidingen van corruptie, moeilijke klimaatomstandigheden, armoede en onderdrukking. Hulpverlening wordt tot onderdeel van politieke tegenstellingen, etnische en religieuze conflicten gemaakt, terwijl humanitaire hulp onpartijdig moet zijn.

Door beter inzicht te geven in de dilemma's, geven we vollediger informatie over ons werk. Dat is belangrijk voor de betrokkenheid en het begrip bij de gevers. Verscherpt intern en extern toezicht moet leiden tot meer kritische reflectie en verbeteringen zoals heldere kwaliteitsstandaarden en gedragscodes. Daarom doen we mee in de discussie over een bredere vorm van toezicht op hulpverlening.