Kleintjes over één kam

Taakjes en werkjes domineren te veel het kleuteronderwijs, vinden critici. Van een kleuter kun je niet de concentratie verwachten van een kind van zes of zeven.

DE KLEUTERSCHOOL moet terug! Het congres over kleuteronderwijs, eind komende week in Zwolle heeft een opvallende titel. Maar hij is misleidend, want de organisatoren willen de oude, aparte kleuterschool helemaal niet terug. Wat ze wel willen, is kleuteronderwijs zonder prestatiedruk en zonder toetsen. En meer aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling van kleuters in het onderwijs en op de pabo.

Opvallend genoeg zijn de initiatiefnemers geen kleuterleerkracht. Hoewel ze steun krijgen uit de hoek van vooral oudere kleuterjuffen. ``Het is een lawaaiconferentie. We willen hiermee de aandacht vestigen op een probleem'', zegt Bas Levering, als pedagoog werkzaam op de Universiteit Utrecht en op Fontys Hogescholen. Hoogleraar spraaktaalpathologie en orthopedagoog Sieneke Goorhuis is de andere initiatiefnemer. Goorhuis behandelt spraak- en taalstoornissen in het academisch ziekenhuis van Groningen. Tenminste, als die stoornissen er zijn. Ze ziet de laatste jaren steeds meer kinderen waarmee helemaal niets aan de hand is. Maar waarvan de juf of de ouders menen dat het kind een taalachterstand heeft. Ouders bijvoorbeeld die met hun vierjarig zoontje komen omdat het kind de `r' niet kan zeggen. ``Dan zeg ik: dat hoeft ook helemaal niet. Dat hoeft pas als-ie zes is. Maar dan willen ouders wel therapie, want ze zijn bang voor een mogelijk leesprobleem.''

Een kwart van de jonge kinderen die worden aangemeld, heeft geen enkel taalprobleem. En komt dus voor niets. Tien, vijftien jaar geleden was dat nog vijf procent. Goorhuis: ``Die kinderen zitten intussen wel in een omgeving waarin ze bestempeld worden als kinderen met een problematiek. Dat ervaren ze ook zo. Kinderen die extra aandacht krijgen, die extra moeten oefenen, hebben heel goed door dat wat ze doen in de ogen van volwassenen niet is zoals het zou moeten.''

Bij collega's van kinderneurologie en kinderpsychiatrie hoort ze vergelijkbare ervaringen. Hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Rutger Jan van der Gaag bijvoorbeeld ziet in zijn praktijk in Nijmegen ook steeds meer kleuters waarmee niets aan de hand is. Maar waarvan de ouders of de juffen zich zorgen maken over zoiets als concentratieproblemen, de werkhouding en de taakgerichtheid van de kleuter. ``Kortom zaken die nodig zijn voor het schoolse leren vanaf groep 3, maar die in de kleuterperiode nog helemaal niet aanwezig hoeven te zijn'', zegt Van der Gaag. ``We krijgen aanmeldingen van kinderen van vier die misschien iets achterlopen ten opzichte van hun leeftijdsgenootjes, maar van wie je uiteraard niet kunt verwachten dat ze al even lang en geconcentreerd met taakjes bezig kunnen zijn als een kind van zes of zeven.''

Goorhuis en Levering denken dat het te maken heeft met de kleine gezinnen, waarin ouders hun kroost te nauwlettend volgen. Maar ze vinden ook het kleuteronderwijs te prestatiegericht. ``We nemen kinderen te snel de maat. We kijken voortdurend of onze kleuter wel voldoet aan de norm. De normale variëteit die er in de vroegkinderlijke ontwikkeling zit, wordt niet meer als vanzelfsprekend aangenomen'', zegt Goorhuis.

De Inspectie van het Onderwijs is ook niet tevreden over het kleuteronderwijs. Om heel andere redenen. Kleuters spelen te veel naar de zin van de inspectie en presteren te weinig. De inspectie zou liever zien dat het onderwijs aan kleuters meer gericht was op `systematische ontwikkeling van vaardigheden in de Nederlandse taal en beginnende geletterdheid.'' En, schrijft de inspectie in haar onderwijsverslag: ``Daar horen ook toetsen bij en extra aandacht voor taalzwakke leerlingen.''

Maar die toetsen voor kleuters zijn de organisatoren juist een doorn in het oog. ``Als je toetsen invoert, scheer je iedereen over één kam. Daarmee zeg je: kinderen moeten op die leeftijd dat en dat kunnen. Maar je moet op deze leeftijd je schouders ophalen over het feit dat een kind iets nog niet kan'', zegt Levering.

Ontwikkelingspsycholoog Paul van Geert, ook spreker op het congres, zegt het zo: ``Als je een kleuter vandaag toetst en morgen opnieuw, kun je twee totaal verschillende scores krijgen. Dat is een kenmerk van de grillige ontwikkeling van kleuters. De ene dag kunnen ze iets en de andere dag niet meer. Een week later is het een peace of cake. We moeten dus oppassen om bij kleuters op basis van een test allerlei conclusies te gaan trekken.''

Niet dat het slecht is om kinderen te vergelijken, vindt Van Geert. Het grote probleem is dat de resultaten vaak een eigen leven gaan leiden. Het gemiddelde wordt de norm. ``Ouders worden steeds vaker geconfronteerd met metingen, met toetsen, met criteria. En het is dus steeds gemakkelijker om iets te vinden waarbij je kind afwijkt.'

Maar de inspectie wil zicht hebben op de prestaties van kleuters. Ze ziet het kleuteronderwijs vooral als voorbereiding op taal en rekenen in groep 3. Dat was twintig jaar geleden minder vanzelfsprekend dan nu. De kloof tussen kleuteronderwijs en lagere school was in 1985 de aanleiding voor de nieuwe basisschool. Elf procent van de kinderen bleef zitten in de eerste klas. Het leren lezen en rekenen viel de kleintjes zwaar. De aansluiting is beter nu het kleuteronderwijs en de lagere school zijn samengevoegd. Kleuterleerkrachten spreken hun collega's van groep 3 met regelmaat. Ze overleggen over de aanpak van hun onderwijs en over individuele leerlingen. De kleuters zelf zien vaker cijfers en letters. Ze klappen lettergrepen, tellen pepernoten en verzinnen woorden met eenzelfde beginletter. Al start het echte leren lezen en rekenen pas in groep 3.

Het percentage zittenblijvers in groep 3 is gedaald van 11 naar 2,4 procent. Maar de inspectie vindt het nog niet genoeg. In haar onderwijsverslag concludeert ze: ``Op de meeste scholen is het onderwijs in taalontwikkeling in de groepen 1 en 2 nog te weinig expliciet en te weinig ingericht op basis van duidelijke leerlijnen en tussendoelen. De mogelijkheden een sterke basis te leggen voor het formele leesonderwijs worden hierdoor onvoldoende benut.''

En dat terwijl pedagogen als Goorhuis en Levering vinden dat we al te ver zijn doorgeschoten. Ze willen minder taakjes en werkjes in de kleuterklas. En de kleuter meer vrijheid geven zijn eigen spel te spelen. Meer aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kleuters en minder nadruk op kennis. Dat leren lezen en rekenen komt vanzelf wel in groep 3, zeggen ze. Kinderen hebben daar dan ook de leeftijd voor. Goorhuis: ``Wij leggen nu heel veel nadruk op dat leren. En naar mijn gevoel gaat dat ten koste van de persoonlijke ontplooiing van kinderen. Ze worden onzeker, vertrouwen zichzelf niet meer. En dan maken we een heel ongelukkige generatie.''