Hollandse horden

Wie zijn greep op de wereld kwijt is, stort zich op wat klein en emotioneel is: de dieren bijvoorbeeld. Een imaginaire poema, een doodgeschoten mus, een gewurgd hondje, de ekster die een zelfmoordmissie uitvoerde tegen het raam van Rita Verdonk het zijn stuk voor stuk symbolen van maatschappelijke onmacht. Wie geen overzicht meer heeft, bijt zich vast in onbeduidende details; als de dilemma's je boven het hoofd groeien, ga je zeuren over de procedure. De woede en de paar duizend dreigementen tegen de producenten van Domino Day, die een mus lieten afschieten die in z'n eentje 23.000 dominosteentjes omverfladderde, legt een maatschappelijke onvrede bloot die eigenlijk te groot is om onder ogen te zien. De diskjockey die het Nederlandse volk opriep om op te trekken naar Leeuwarden en in het Frisian Expo Centre de rest van de steentjes om te trappen, Ruud de Wild, is niet toevallig ook de presentator van dat andere Hollandse feest van wezenloosheid, Big Brother een geval van zelfhaat dus.

Er wordt de laatste tijd veel en schaamteloos gekoketteerd met de geest van de revolutie die in Nederland zou rondwaren. Er hoeft nog maar dit te gebeuren, of het volk trekt de straat op om een radicale omwenteling af te dwingen. Als we geluk hebben wordt het als in Oekraïne, maar het kan net zo goed op een slachting uitdraaien. De volkspeiler Maurice de Hond voorspelt ongeveer om de week ongevraagd een opstand van Hollandse horden. Het holle fenomeen Rob Oudkerk vraagt zich in het treinkrantje Spits openlijk af waarom de Franse revolutie hier maar niet uitbreekt, de tijd en hijzelf zijn er immers klaar voor.

Keer op keer wordt vastgesteld dat de burger het vertrouwen in de politiek kwijt is, maar de Nederlandse burger is in de eerste plaats het vertrouwen in zichzelf kwijt. De burger eist van de politiek wat hijzelf allang niet meer heeft: een moreel kompas in een steeds moeilijker te navigeren wereld. Men heeft geen ideeën, alleen ongenoegen. De politiek kan dat kompas niet geven, aangezien ze het zelf ook niet heeft. Vandaar de groeiende onvrede, aangewakkerd door de talloze figuren, binnen en buiten de gevestigde politiek, die roepen dat zij wel over zo'n kompas beschikken. Dat is de oorzaak van het Hollandse populisme. De malaise wordt er alleen maar groter door, omdat al die profeten naar verloop van tijd onherroepelijk door de mand vallen. Geert Wilders, een jaar geleden door Maurice de Hond op zestien zetels gezet, probeerde de afgelopen week krampachtig exposure te krijgen door een beloning van tienduizend euro uit te loven aan degene die de moordenaar van het gestikte hondje aangeeft. Kamervraag van Wilders aan de minister-president en de minister van Justitie: ,,Bent u ook met zoveel Nederlanders enorm geschokt en woedend over deze barbaarse daden?'' Vooruit, nog een: ,, Bent u tevens bereid de beloning van tienduizend euro die de Groep Wilders geeft aan diegene die de gouden tip geeft om de daders te achterhalen, te vertienvoudigen?''

Anderhalf jaar geleden legden alle opiniemakers, alle televisiekanalen en alle kranten en weekbladen de rode loper voor Wilders uit als frontsoldaat van de liberale jihad, nu alweer ontpopt hij zich uit zuivere publicitaire wanhoop tot de geestelijke erfgenaam van Pistolen Paultje.

De media hebben alweer genoeg van hem, en de peilingen ook. Hun nieuwe held heet Marco Pastors, een hardwerkende Rotterdammer, die vorige week zijn landelijke doorbraak beleefde doordat hij als wethouder ten onrechte werd afgezet (alleen vraag ik me af of Pastors ooit een dief zonder excuus heeft ontmoet). Maar de aandacht en de speculaties die zijn val losmaakte, waren zo buiten elke proportie avond aan avond Pastors op alle zenders tegelijk, eindeloze verklaringen van onbeduidend kinnesinne, en de zichtbare, door al die overmatige camerastrelingen, zwellende ijdelheid dat je het zoveelste populistische debacle alweer ziet aankomen. Natuurlijk is Pastors al per e-mail bedreigd, natuurlijk heeft hij aangifte gedaan.

De vraag waar het Hollandse populisme vandaan komt is uitentreuren gesteld, er zijn talloze proef- en schotschriften over verschenen, maar nooit onderzoekt iemand nu eens waaróm het maar geen vaste grond onder de voeten krijgt, waaróm het mensen als Wilders, Nawijn, De Vries, Oudkerk en wie zich de komende maanden nog meer aandient, niet lukt om tot een blijvende en betekenisvolle kracht in de Nederlandse politiek uit te groeien. De vluchtigheid ervan lijkt inmiddels een onmiskenbaar bestanddeel. De gevestigde politiek mag onmachtig en hopeloos verkrampt zijn, het populisme is, zo blijkt telkens weer, dat nog veel meer.

Je kunt daar een heleboel redenen voor bedenken, het kaliber van deze volkshelden bijvoorbeeld, maar de belangrijkste ligt waarschijnlijk toch wel in de aard van de onvrede zelf. Die draait richtingloos in het rond, richt zich nu eens tegen dierenactivisten, die mensen lager durven in te schatten dan de weerloze dieren, en dan weer tegen dierenbeulen, die je het liefst zou willen wurgen omdat ze weerloze dieren laten lijden. Geert Wilders aan de minister-president: ,,Zijn de daders al gearresteerd? Vindt u ook niet dat zij eigenlijk eenzelfde behandeling verdienen dan wel op zijn minst langdurig achter de tralies moeten verdwijnen?''

Die ogenschijnlijke willekeur, die razendsnelle opeenvolging van huizenhoge hoop en wrokkige desillusie, van overspannen verwachting naar bittere teleurstelling vormt de aanleiding voor de veronderstelling dat Nederland zich in een pre-revolutionaire fase zou bevinden, een oververhitte pan waar ieder moment de vlam kan inslaan. Maar voor een revolutie is meer dan onvrede vereist, je hebt er ook zoiets als een visie voor nodig, hoe absurd en onwerkelijk ook. De aanhoudende onvrede in Nederland komt juist voort uit het schrijnende gemis aan welke visie dan ook, uit het ontbreken van iedere morele hiërarchie in het omgaan met de buitenwereld zodat een doodgeschoten mus veel meer indruk lijkt te maken dan de dood van elf asielzoekers. Dat is de ware malaise. Als de revolutie hier toch uitbreekt, zoals door de vrienden van het volk zo vurig wordt gehoopt, zal die lijken op het visioen van Ruud de Wild: een horde verontwaardigde burgers die in een expohal een paar miljoen dominosteentjes omvertrapt.