Gave baby's

Het artikel `Gave Baby's' van Wim Köhler (Pil van de week, wetenschapspagina 3 november) opent met de vraag `Het slikken van extra foliumzuur zou de kans op een kind met een open ruggetje verminderen. Maar is dat wel zo?'. Ja, dat is zo.

De werkzaamheid van foliumzuur ten aanzien van open ruggetjes staat al jaren vast. Sinds de voedselverrijking met foliumzuur in 1998 is ingevoerd in de VS en Canada is het aantal open ruggetjes daar significant gedaald. Volgens Köhler wordt dit verklaard door een toename van het aantal afgebroken zwangerschappen. Echter, de meest recente publicaties in deze twee landen nemen deze abortussen mee in hun berekeningen en laten niettemin een daling zien van 50 procent ten opzichte van de periode vóór de voedselverrijking.

In Europa, waar voedsel niet op grote schaal verrijkt wordt en vrouwen met kinderwens dus tabletten moeten nemen, daalt het aantal open ruggetjes inderdaad niet. Behalve in Nederland! Uit de getallen van Eurocat Noord Nederland, een voor Nederland unieke registratie van aangeboren afwijkingen, blijkt dat het aantal open ruggetjes de laatste jaren wel degelijk is gedaald, en fors. Uit gepubliceerde data bleek een significante daling van 43 procent. Oók TNO ziet een daling van het aantal open ruggetjes in relatie tot de toename van het gebruik van foliumzuur (publicatie aug 2005). Dit komt doordat in Nederland, in tegenstelling tot in andere Europese landen, ca.80 procent van de zwangerschappen wordt gepland waardoor het foliumzuurgebruik ook gepland kan worden. Uit verschillende metingen in Noord-Nederland blijkt dat het gebruik van foliumzuur stijgt. Uit de meest actuele meting (zomer 2005) blijkt dat 51 procent van de zwangere vrouwen tijdens de geadviseerde periode foliumzuur heeft gebruikt en nog eens 30 procent in een deel van die periode.

Köhler heeft gelijk als hij schrijft dat er verschillen zijn wat betreft opleidingsniveau. Hij heeft geen gelijk dat hoger opgeleide vrouwen geen foliumzuur willen slikken. In tegendeel, van de hoger opgeleide zwangere vrouwen uit ons onderzoek gaf 63 procent aan foliumzuur te hebben gebruikt in de geadviseerde periode tegenover 30 procent van de lager opgeleide vrouwen.

Het verschil in foliumzuurinname tussen hoger en lager opgeleiden blijft groot. En dus een punt van zorg! Dit betekent dat er extra aandacht moet komen voor het geven van voorlichting over foliumzuur aan laag opgeleide vrouwen, veelal van allochtone afkomst.