Excuses voor de holocaust zijn gratis

De NS kan beter naar Duits voorbeeld de treindeportatie van joden tentoonstellen in het spoorwegmuseum, vindt Maarten Huygen.

Een verlate posteractie op stations tegen de deportaties van joden per trein: `Vroeger vertrok hier de trein naar Auschwitz. Wanneer wordt de wereld wijzer'. Het antwoord op deze uitroep lijkt me duidelijk. Een volgende bezetter kan net zo goed minderheden uit Nederland naar vernietigingskampen sturen, al of niet met tegenzin geholpen door Nederlanders. Het getuigde van moed om tegen de Duitse bezetter op te staan en dat is geen vak dat op school kan worden onderwezen. De samenwerking van Nederlandse troepen aan de deportatie van moslims uit Srebrenica laat zien dat moed in de naoorlogse jaren niet minder zeldzaam is geworden.

Ik las nog een ander affiche met de merkwaardige tekst: `In '40-'45 moesten de joden oprotten. Wie nu'. Twee mensen vertelden mij dat ze zich onmiddellijk schaamden zodra ze deze tekst op het station zagen. De tekst klopt ook niet. Op dit moment denkt niemand aan het ombrengen van hele minderheidsgroepen. Ook in 1940 was daar geen sprake van. Tot de Duitsers de boel overnamen. Dat de deportaties werden opgelegd, pleit lang niet iedereen vrij, maar de bezetting van toen is niet te vergelijken met het vrije bestaan van nu.

Door deze affiches van het Centraal Joods Overleg een maandje op zijn stations toe te staan, herdacht de NS het eigen oorlogsverleden. NS-directeur ir. Aad Veenman had bij die gelegenheid anderhalve maand geleden namens de NS zijn excuses aangeboden voor de deportaties met het voorbehoud dat ,,die in de context van vandaag passen''. Ik kan me zijn voorbehoud voorstellen maar waarom doet hij het dan? Behalve voor geïnteresseerde enkelingen die een wereldwijd excuusregister bijhouden, raken verontschuldigingen door onschuldige personen even snel in vergetelheid als een paar affiches. De NS moet zich zijn verleden op een meer duurzame manier aantrekken.

Toen ik afgelopen weekeinde in Berlijn het uitgestrekte holocaustmonument van licht overhellende, hoge vierkante blokken zag, moest ik nog terugdenken aan de excuses van de NS. Ik ken geen enkele andere nationale hoofdstad waar in het zicht van het parlementsgebouw een uitgestrekt, voor de eeuwigheid bestemd grafzerkenveld ligt van slachtoffers van eerdere regeerders. Van de vele tientallen miljoenen die door Stalin zijn omgebracht is nabij het Kremlin in Moskou niets te vinden. De Duitsers die nu leven, hebben meestal zelf niet aan de oorlog meegedaan en zij geven het goede voorbeeld. Op het Berlijnse station Grünewald zijn lange natuurstenen muurtjes langs het spoor ter herdenking van de deportaties die daar vandaan gingen. Nou heeft het station Muiderpoort, vanwaar veel joden naar hun ondergang werden gestuurd, ook een klein sculptuur met tekst en misschien kon ik meer informatie vinden in het spoorwegmuseum in Utrecht. Het museum van de Deutsche Bahn in Neurenberg wijdt een deel van zijn tentoonstelling aan de nazi-tijd. De rol van de NS bij de deportaties uit het bezette Nederland ligt ingewikkelder. Er waren verzetsmensen bij de NS en in 1944 kwam zelfs op last van de regering in Londen een langdurige spoorwegstaking. Maar toen waren vrijwel alle deportaties al voorbij. Hoe zat het nu?

Verwachtingsvol liep ik door het gerestaureerde en van oude meubels voorziene station aan de Maliebaan maar toen ik bij de opgestelde locomotieven en wagons was aangekomen, hielp een suppoost me snel uit de droom. ,,Wij zijn geen museum meer'', sprak hij. ,,Wij zijn een culturele manifestatie richting pretpark.'' De omzetten van deze trein-Efteling stijgen snel. Na de opening van het voor 70 miljoen euro herbouwde spoorwegmuseum afgelopen juli zijn er al 250.000 bezoekers gekomen, tegenover slechts 120.000 uit het laatste jaar van het oude museum.

Dat er pret is, soit, maar kan daar ook geen informatie aan worden toegevoegd met foto's, voorwerpen en uitlegteksten zoals in een gewoon museum? Voor tentoonstellingen is geen ruimte meer, vertelde de suppoost. Het station wordt gebruikt voor feesten en partijen. Elke avond volgeboekt, voegde hij er trots aan toe.

Nu begreep ik waarom er zoveel kinderen langs de sporen renden. Het Spoorwegmuseum is een studiehuis geworden: veel zelf ervaren en niks leren. Ik zag een gesimuleerde treincabine schommelen en er stonden zware locomotieven,vaak zonder dat er met tekst of beeld werd uitgelegd wat, hoe en wanneer. Ik nam een spookhuisrit in een wagentje tussen stomende en sissende locomotieven uit een onbestemd tijdperk. Het begin van het spoortijdperk was te beleven in een Disney-landschap waar alleen de antieke trein echt in was. Geen indeling in tijdperken maar in vier werelden van ervaring. Een catalogus van de tentoonstelling hoort daar niet bij, want lezen is al helemaal geen pretje meer.

In een kleine vitrine in een rommelkamer van onbeschreven oude NS-spullen zag ik een achttal voorwerpjes uit de oorlog liggen. Hier waren die 70 miljoen euro duidelijk niet terecht gekomen. Onder andere een bordje nur für Wehrmacht en een veelbetekenende aankondiging dat iedere NS-werker die dienst weigert of vertraagt meteen volgens politiestandrecht zou worden behandeld. Niets over deportaties, geen spoor van het omstreden deel van het verleden.

Wel hoorde ik bij twee oude aangeklede poppen van een oude man en een jongetje een gepensioneerde spoorwegman aan zijn kleinkind vertellen over vier generaties spoorwegmannen. Gedurende de achttien minuten spoorweggeschiedenis, die ik bij al het kinderlawaai soms niet kon verstaan, kwamen de deportaties in een paar zinnen aan de orde: opa vond het een zwarte bladzijde uit zijn geschiedenis, hij was geen held maar verzet plegen was erg moeilijk. Ze mochten al blij zijn dat het spoor in Nederlandse handen bleef.

Wat is er tegen om deze dilemma's, vormen van collaboratie en heldendaden in een tentoonstelling uiteen te zetten met een opgestelde veewagen die deze donkere periode laat zien? In de grote hal zag ik een vrij plekje. Maar ja de markt vraagt er niet om. Die wil het entertainment van posters en excuses.