Een heel speciale sjaal

De Amsterdamse Najat Rabbae probeert in te burgeren in Marokko. Over leugens en gastvrijheid.

Ik vind het moeilijk de gastvrijheid van de Marokkanen, die me hier vaak ten deel valt, te verenigen met de sneaky maniertjes om geld los te peuteren. Aan de ene kant is men ontzettend open. In de bus komen, ondanks genoeg lege plekken, onbekenden naast mijn oma en mij zitten om het volgende uur aan een stuk door te kletsen. De afstand tussen mensen is klein en iedereen spreekt elkaar aan met goya (broer) of gti (zus). Ik geniet van de vriendschappelijke gesprekjes met taxichauffeurs en winkelbediendes die oprecht geïnteresseerd zijn in mijn achtergrond en me uitnodigen nog eens langs te komen.

Aan de andere kant moet ik altijd op mijn hoede zijn als het gaat om geld. Alles is onderhandelbaar, een groot verschil met Nederland. Met open mond zag ik mijn neef een boete van 20 euro voor te hard rijden afdingen tot 5 euro, geld overigens dat direct betaald moet worden en in de zak van de agent verdwijnt.

In winkels is het bekvechten voor een goede prijs voor mij een tweede natuur. Lastiger is het in situaties die eerder vriendschappelijk dan zakelijk zijn. Zo stelde mijn buikdanslerares laatst voor een speciale buikdanssjaal voor me mee te nemen. De prijs die ze vroeg was niet gering (30 euro), maar toen ik dit zei, kreeg ik met een wat verwijtende glimlach te horen `Nee, ik lieg niet tegen je, vraag het maar aan je medeleerlingen. In Marokko wordt deze kwaliteit niet gemaakt, ze worden speciaal uit Egypte geïmporteerd'. Als ik haar niet zou geloven, zou ik haar van liegen beschuldigen en dat vind ik nogal wat. Ik betaal haar dus wat ze me vraagt. Toen ik achteraf hoorde dat de prijs veel te hoog was, was ik kwaad en teleurgesteld.

Ik ga ervanuit dat mensen eerlijk zijn, vooral als ik ze ken. Maar het is moeilijk in te schatten wie wel en wie niet te vertrouwen is, behalve bij familieleden, die voor elkaar door het vuur gaan. Veel Marokkanen zijn niet nichen (rechtdoor) hoor ik mijn familie vaak zeggen. Dat is iets waar ik niet aan kan wennen. Dat ik, als het om geld gaat, opeens niet meer als Marokkaanse zus wordt gezien maar als wandelende portemonnee.

Of heb ik makkelijk praten omdat ik geen armoede ken? Is dit gedrag noodzakelijk voor de doorsnee Marokkaan om zichzelf te kunnen onderhouden? De meeste Marokkanen krijgen heel weinig betaald. Politieagenten worden zo door de regering eigenlijk gedwongen de rest van hun maandsalaris bij elkaar te sparen via kleinschalige corruptie. Bovendien bestaat het denkbeeld dat alle Europeanen rijk zijn en dus gemakkelijk meer geld kunnen betalen, wat ook vaak waar is. Maar is dit een excuus om iemand voor te liegen en te bestelen?

Volgens mijn tante verandert deze mentaliteit langzaam maar zeker. De jonge generatie wil graag nichen zakendoen. Tot het zover is, zal ik mijn afdingtechnieken moeten perfectioneren.

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam