De lange weg naar succes

In de voorsteden van Lyon braken eind jaren zeventig voor het eerst hevige rellen uit. Miljarden werden geïnvesteerd om huisvesting, arbeidsmarkt en onderwijs te verbeteren. Toch brandden de afgelopen weken ook hier auto's uit en een halve school. Heeft het niets geholpen?

Terwijl de ene na de andere Franse stad begin november spontaan leek te ontbranden, haalde ook Vaulx-en Velin, een voorstad van Lyon, de landelijke pers. Maar dan omdat er die eerste dagen géén rellen waren.

Het was daar, in de oostelijke voorsteden van Lyon, dat in 1979 voor het eerst auto's uitbrandden in harde confrontaties tussen voorstadjongeren en de politie. Nog veel heviger ging het eraan toe in oktober 1990, toen drie dagen lang winkels werden geplunderd en platgebrand, auto's vernield en brandweerlieden en journalisten in elkaar geslagen. Net als vorige maand in de Parijse voorstad Clichy-sous-Bois was de aanleiding een dodelijk incident waarvan de politie de schuld kreeg. Het ging om een motorrijder uit de probleemwijk Mas du Taureau, die omkwam na een aanrijding met de politie. Een ongeluk, volgens de politie, de vrienden uit de wijk geloofden het niet.

Ook toen schrok heel Frankrijk van de intensiteit van het geweld. De afwijzing van autoriteiten en instituties bleek verder voortgeschreden dan gedacht. Het werd zichtbaar hoezeer de ellende in de voorsteden een kleur had gekregen: het merendeel van de relschoppers was een immigrant van de eerste of tweede generatie.

De rellen van 1990 hebben Vaulx-en-Velin een slechte naam bezorgd. Maar een voordeel is dat de stad sindsdien altijd als een der eerste profiteert van nieuw grote-stedenbeleid. In december 1990, twee maanden na de ongeregeldheden, kreeg Frankrijk zelfs een heel nieuw ministerie van de Stad, dat alle problemen in de grote steden moest gaan aanpakken. Als ze ergens weten welke oplossingen werken en waar de grenzen liggen van de politiek, dan hier.

Communist

Vijftig inwoners van Vaulx-en-Velin kwamen deze week in het gemeentehuis bijeen om te praten over de toekomst van hun stad. Ze willen het graag hebben over successen, maar sarcasme ligt op de loer. Als burgemeester Maurice Charrier betoogt dat Vaulx-en-Velin ,,de meest ecologische van alle gemeenten in de agglomeratie rond Lyon'' is, volgt een uitleg met grimlach. ,,Logisch, de helft van de bevolking kan geen auto betalen.''

Dat de sociale segregatie in Frankrijk de laatste jaren is toegenomen, doet zich in steden als Vaulx-en-Velin bij uitstek voelen. Het gemiddelde inkomen per huishouden van de 40.000 inwoners ligt nog net boven de 1.000 euro per maand. Van de beroepsbevolking van bijna 17.000 mensen, zijn er 4.500 werkloos. Terwijl de werkloosheid landelijk traag en aarzelend terugloopt, is die hier sinds 2001 elk jaar gestegen. Bijna negentig procent van Vaulx-en-Velin allochtoon, voor het merendeel met de Franse nationaliteit.

De burgemeester betoont zich na het debat voorzichtig met het claimen van successen. ,,Ik zeg altijd: nu, om negen uur, is alles kalm. Dat is mooi.'' In Vaulx-en-Velin zijn rellen makkelijker te verklaren dan de kalmte van dit moment. En het is misschien ook te veel gevraagd om tevreden te zijn als een tijdbom niet ontploft – maar wel verder tikt. Want volgens burgemeester Charrier, een voormalige communist die als onafhankelijk linkse kandidaat sinds 1985 onafgebroken elke vier jaar herkozen is als burgemeester, ligt het niet aan de voorsteden zelf dat daar zulke grote problemen zijn. ,,Wat wij hier meemaken, is de uitdrukking van de grote crisis in onze samenleving – sociaal, economisch en ook moreel'', meent hij. Solidariteit, gemeenschapszin, de bereidheid te investeren om een doel te bereiken, dat is verdwenen. ,,Ik moet er niet aan denken hoe het was geweest als we géén stadsvernieuwingsbeleid hadden gevoerd. Nog veel erger, dat is zeker.''

Charrier grossiert in beeldspraken; ze doen machteloos aan. ,,We roeien tegen de stroom in, dus we schieten niets op. Maar als je roeit, blijf je tenminste een beetje bij de kant.''

Bokser

De rust in Vaulx-en-Velin is relatief. Niet alleen gingen nog altijd wel een bus, een halve school en enkele tientallen auto's in vlammen op en gingen jongens uit de voorsteden vorig weekeinde in het centrum van Lyon met de politie op de vuist, een paar dagen vóór de landelijke rellen uitbraken, was het ook al raak. Aanleiding, opnieuw: het bekende sommetje `incident met politie' plus `gerucht'. Twee jongens gingen er op de scooter vandoor voor een politiecontrole en kwamen ten val tegen een auto. Een van hen verbrijzelde zijn enkel, maar volgens geruchten was hij in coma. Twee dagen lang vochten jongeren met de politie, in het hart van de probleemwijk Mas de Taureau.

,,Grote rellen beginnen altijd in Vaulx-le-Velin'', zegt scholier Jean-Jacques (17) stoer. Geschrokken slikt hij die woorden weer in: ,,Maar wij zijn hier niet zoals in Clichy.'' Jean-Jacques zit op het lycée Robert Doisneau, na rellen in 1994 gebouwd op de plaats van een geplunderd winkelcentrum. Drie leerlingen zijn vorig jaar met een voorkeursbehandeling toegelaten op de eliteschool Sciences-Po in Parijs. Jean-Jacques wil ingenieur worden. Ondanks zijn Afrikaanse achternaam moet dat lukken. ,,Ik moet gewoon briljant zijn'', zei hij.

,,Wat toen, in 1990, tot explosie kwam, is hetzelfde als nu'', zegt wethouder Abdel Belmokadem (37). ,,Overlopende frustraties over werkloosheid, armoede, permanente discriminatie en de politie.'' Belmokadem stond tijdens de rellen in 1990 tussen de relschoppers om ze te kalmeren. Hij was bokser, op nationaal niveau, had een eigen bedrijfje: een logisch `goed voorbeeld'. Na de rellen werd hij de eerste, door de overheid betaalde `mediator' van Frankrijk. Nu is hij wethouder in Vaulx-en-Velin met een adviesbureau voor het tegengaan van stedelijk geweld. Zijn remedie: contacten leggen tussen jongeren en de `bovenwereld' van bedrijven, rechterlijke macht en autoriteiten. ,,Je moet elkaar tegenkomen in situaties zonder conflict. Anders gaan de twee werelden elkaar nooit begrijpen.''

In Vaulx-en-Velin vind je alle afkortingen die horen bij vijftien jaar achterstandsbeleid. De stad heeft ZUS (zones urbaines sensibles, `gevoelige' wijken), ZEP (zones d'education priotaire, gebieden waar extra onderwijsgeld naartoe gaat) en ZFU (zones franches urbaines, gebieden waar bedrijven zich belastingvrije kunnen vestigen). Valux-en-Velin maakt ook nog deel uit van een GPV, Grand Projet de la Ville, een bundeling van hulpprogramma's en een ambitieus programma van afbraak en wederopbouw.

Doel is van de voorstad een stad maken. Met een eigen centrum en economische activiteit. Vaulx-en-Velin heeft bijna tweeduizend bedrijven binnen de grenzen en sinds tien jaar zijn er een hogeschool voor architectuur, een planetarium en een school in het hart van de stad. Voor een doorsnee Franse voorstad zeer ongewoon.

Dat alles kost geld, veel geld. Alleen al sinds 2000 heeft de Franse overheid landelijk 34 miljard euro geïnvesteerd in de voorsteden. Dit jaar gaat er 7,2 miljard naar de verschillende programma's.

Sinds 2002 legt minister van Sociale Cohesie Jean-Louis Borloo de nadruk op versnelde nieuwbouw. Net als in naburige voorsteden als Venissieux gaan in Vaulx-en-Velin de komende drie jaar enkele tientallen torenhoge `cités' tegen de grond. Hiervoor komen nieuwe flats van niet meer dan vijf etages hoog in de plaats. Het hart van de wijk Le Mas du Taureau gaat binnen drie jaar tegen de grond. Als de stadvernieuwing althans te betalen blijft. Want de kosten van materiaal en arbeid zijn de laatste jaren verdubbeld. Dit brengt het ideaal van een gevarieerder aanbod van duurdere en goedkopere woningen in gevaar. Bovendien is er verzet tegen de nieuwbouw. Want in de nieuwe flats zijn de woningen ruimer en minder talrijk. Dat betekent: minder woningen en hogere huren. En niet iedereen is bereid op last van de overheid te verhuizen.

Schilder

Stadsvernieuwing is ,,iets voor marathonlopers, niet voor sprinters'', meent burgemeester Charrier. Werkgelegenheidspolitiek dan, levert dat snellere resultaten op? Toubia Naimou – over een week 21 jaar, zegt hij trots – kan binnen drie maanden een gesprek op het arbeidsbureau verwachten. En daarna een `concreet' voorstel voor een stage, werk of opleiding. Dat heeft premier Dominique de Villepin immers beloofd aan alle jongeren in de `gevoelige zones' onder de 25 jaar.

Verwacht Toubia Naimou er wat van? Nee, bekent de verlegen jongen uit de Mas du Taureau. Hij heeft zijn hoop gevestigd op een tijdelijk baantje bij de supermarkt aan de overkant, of in de bouw, waar immers tal van extra handen nodig zijn. Maar als Toubia zijn naam zegt, of zijn adres, krijgt hij tot nu toe maar één antwoord: kom over anderhalve maand maar terug. En toch heeft hij al werkervaring. In Mulhouse in Oost-Frankrijk, waar hij eerst woonde, werkte hij als schilder. Maar daar hadden zijn familie en hij weer geen bekenden. Ze voelden zich geïsoleerd.

In de Mas du Taureau vermaakt hij zich prima, verzekert Toubia. ,,Ik loop hier elke dag met mijn vrienden'', wijst hij naar de hoge grauwe flats om zich heen. ,,We doen niemand kwaad.'' Iets verderop is een andere schilder aan het werk: een klein figuurtje op negenhoog, in een bak aan een kraan halverwege een blinde muur. Hij is in zijn eentje, met een verfroller, een muur van achttien etages aan het witten.

De werkloze jongeren in Vaulx-en-Velin hebben allemaal weleens een gesprekop het arbeidsbureau gehad. Maar de werkloosheid is er niet van omlaag gegaan. De realiteit van werkloosheid en discriminatie is de afgelopen vijftien jaar alleen maar ernstiger geworden, zegt Michel da Silva, hoofd van de afdeling jeugdzaken van de gemeente. De kinderen van immigranten hebben meer moeite werk en stageplaatsen te vinden dan hun ouders. Dat is geen kwestie van gebrekkige culturele integratie, zegt hij erbij. ,,Wat we nodig hebben is een andere houding in de hele Franse samenleving. Bedrijven, politici, scholen moeten eindelijk de diversiteit van de inwoners van het land gaan erkennen, in plaats van die te zien als een probleem. We kunnen ons niet nog eens tien jaar lang vergissen in de oplossing. Dan wordt het nog veel erger.''

Da Silva leidt een team van 12 mediators, allen afkomstig uit de `probleemwijken'. Geen grands frères, zoals de stoere jongens worden genoemd die in sommige steden in de lastige buurten, met shirts van de gemeente aan, de orde bewaken met hun eigen regels. Om `mediator' te worden in Vaulx-en- Velin, mag je om te beginnen geen strafblad hebben. Het werk is `sociaal'. ,,We helpen mensen de weg te vinden naar de juiste instanties. Maar we lossen hun problemen niet voor hen op. Dat moeten ze zelf doen.'' Soms grijpt Da Silva wel naar de telefoon om een jongere aan te bevelen bij de een bedrijf. ,,Want als je uit de Mas du Taureau komt, heb je nu eenmaal geen netwerk, geen referenties. Dat is een grote handicap, bovenop de discriminatie.''

De organisatie Vaulx-en-Velin Entreprises telt 180 bedrijven en bedrijfjes. Een flink aantal is gevestigd in de twee belastingvrije zones die in 1996 ingesteld zijn om de economie te versterken. Om ervan te profiteren, moeten ondernemers een deel van hun personeel recruteren uit de omgeving, vertelt Nobert Hekiman, consultant en universitair docent organisatiekunde.

Dat is niet altijd gemakkelijk, zo blijkt bij een vergadering van de veiligheidscommissie van de vereniging. ,,Ik neem wel jongens aan uit de buurt'', vertelt ondernemer Alain Chassury, ,,maar het probleem is hun gedrag. Als ze alleen maar hard kunnen praten zoals ze in hun wijk gewoon zijn, of niet begrijpen dat je je capuchon af moet doen, als je bij een klant op bezoek gaat, kan ik niet met ze werken. Want dan heb ik meteen daarna die supermarkt of een andere klant aan de lijn die zegt: ik had niet zo'n goed gevoel bij uw vertegenwoordiger. Kunt u de volgende keer een ander sturen?''

Norbert Hekiman bevestigt het probleem. Hij is een van de veertig ondernemers die ook vrijwillig coach zijn van een jonge werkzoekende uit Vaulx, ,,om iets terug te doen voor de stad''. In de praktijk komt dat neer op een paar gesprekken per maand. ,,Wat jongeren moeten leren, is vaak niet het savoir-faire,'' zegt Hekiman, ,,maar het savoir-être.'' Ook jonge werknemers uit de banlieue met diploma's moeten nog eenvoudige regels leren als op tijd komen, netjes spreken, of jezelf verkopen in een sollicitatiebrief.

Discriminatie op adres en naam zijn aan de orde van de dag, bevestigt ook Hekiman. ,,Uitzendbureaus vragen er soms ook naar bij ondernemers: wilt u een `rood-wit-blauwe' (blanke Fransman, red.) of maakt het u niet uit?'' Frankijk belijdt graag de grote principes, gelijkheid voorop. Maar het is ten diepste een land van ongelijkheden, meent hij. Hij ziet het ook op de universiteit, toch een staatsinstelling. ,,Er zijn docenten die voor de beslissing over toelating kijken naar het adres van de school waar de leerling vandaan komt. Als je uit Vaulx of een andere `lastige' voorstad komt, heb je gewoon minder kans.''

Maar Hekiman waarschuwt tegen een gevoel van slachtofferschap. ,,Hier in Frankrijk is het altijd de ander die het gedaan heeft'', meent hij, ,,of het nu de uitsluiting is in de voorsteden of de grote hervormingen in de verzorgingsstaat.'' Zijn boodschap: de weg naar succes is langer uit een voorstad als Vaulx, maar je moet het zelf doen.

Geen capuchons

Het weren van de `cultuur van de wijk' is ook een van de hoofdopdrachten die Cris Laroche zichzelf heeft gesteld, rector van het lycée Robert Doisneau in het centrum van Vaulx. Het duurt even voordat ze wegkan van haar bureau om haar trots te laten zien: een graffiti-loos, licht, veelvormig schoolgebouw in het centrum van de stad vol leerlingen van allerlei origine. Zonder hoofddoek natuurlijk, die is verboden, maar ook zonder capuchons en telefoons. Eerst moet ze aan de telefoon nog even de vader van `Jules' toespreken. Die heeft er geen vertrouwen meer in dat hij zijn negentienjarige zoon nog in het gareel krijgt. ,,Nee meneer, u moet het nooit opgeven'', hamert Chris Laroche. ,,Hij is wel meerderjarig, maar eigenlijk nog een kind... Komt u zaterdag met mij spreken... Heeft u er bezwaar tegen als ik ook uw vrouw uitnodig?''

Streng zijn en tegelijk begrip tonen, dat zijn de sleutels waarmee het Lycée Robert Doisneau zich de afgelopen jaren heeft opgewerkt tot een school met een slagingspercentage dat bijna tot de landelijke middenmoot behoort, 77 procent. Heel wat voor een school in een ZEP-zone. In haar boek Proviseure à Vaulx-en-Velin, dat vorige maand is verschenen, beschrijft Laroche de dagelijkse strijd om jongeren los te weken van een wijkcultuur die wordt gekenmerkt door het recht van de sterkste, een omertà tegenover de autoriteiten en ook, vooral, een ondergeschikte positie van de vrouw. Ze beschrijft ettelijke scènes van meisjes die door broers aan hun haren naar school of er juist vandaan worden gesleept, vaders die weigeren hun dochter naar school te laten komen zonder hoofddoek, jongens in de klas die niet begrijpen waarom een klasgenoot die een meisje ernstig heeft mishandeld van school moet.

Maar Chris Laroche weigert te denken dat zulke incidenten te maken hebben met de toenemende invloed van dogmatisch denkende moslims in de wijken. ,,Radicalen heb je overal'', meent zij. ,,Het is veeleer de macho-cultuur. Die heerst ook elders in de samenleving, maar in de arme wijken het meest.'' Armoede ziet zij als belangrijkste oorzaak van de neiging van mensen om zich in de eigen gemeenschap terug te trekken. Laroche is een fervent verdediger van de republikeinse emancipatiemodel dat de staat daartegenover moet stellen. ,,Een meisje mag best zelf de overtuiging hebben dat ze ondergeschikt is, maar ze mag dat idee niet actief verspreiden op school'', vindt zij. Juist het republikeinse gelijkheidsheidideaal zorgt er volgens haar voor dat de bruggen tussen de bijna vijftig nationaliteiten van de voorstad openblijven. Dat meisjes op school steeds vaker een vriendje krijgen van een andere achtergrond dan zijzelf. Dat er gemeenschappelijke grond blijft bestaan in plaats van gemeenschappen.

Bedevaart naar Mekka

De markt van de wijk Mas du Taureau is multicultureel. Politici zijn er niet te vinden. Wel drie dames van de bijbelclub, die vanmorgen nog geen aanspraak zeggen te hebben gehad – ze houden de moed erin. En Fhaid, die iets verderop met flyers werft voor de bedevaart naar Mekka in januari. Hij heeft het druk.

De helft van de vrouwen op de markt is gesluierd, maar niemand kijkt je er op aan als je als vrouw bloothoofds over straat gaat, vertelt de Tunesische Jeannette (43), als ze een stukje verderop op een bankje gaat zitten. ,,Het gaat er ook om wat de vrouw zelf wil, hè'', voegt ze er aan toe. Zelf draagt ze `nog' geen hoofddoek, zegt ze. Waarom niet? ,,Omdat ik werk wil vinden. Dat lukt niet met een hoofddoek''.

Als illegaal heeft Jeannette vijftien jaar in de kinderopvang gewerkt, maar nu ze haar verblijfsvergunning heeft blijkt elke post waarop ze solliciteert al vergeven. ,,Tenminste, dat zeggen ze zodra ze mijn familienaam horen.'' Jeannette geeft toe dat ze af en toe ontmoedigd raakt. Kinderen wil ze niet. ,,Die kun je hier niet opvoeden. Er zijn te veel verkeerde mensen in deze wijk, die hun kinderen altijd buiten laten, in louche zaken verwikkeld zijn.'' Dat zijn ook de jongens die de rellen veroorzaken, verzekert Jeannette. ,,Die zijn niet goed opgevoed.''

Een paar kilometer verderop, in de oude centrum van Vaulx-en-Velin, geeft Abid Saït (45 jaar, Algerijn) haar volop gelijk: de keuze voor de hoofddoek is een keuze tegen werk. Samen met Sabine Rougé bestiert hij een vereniging die zich erop toelegt sociale activiteiten te organiseren voor alle wijkbewoners. Passerelles Horizons heeft geen politieke kleur, maar Saït heeft wel een mening, en die wil hij niet verbergen. Hij maakt zich grote zorgen over de ,duidelijk zichtbare'' opkomst van radicale geloofsgenoten. En die wordt volgens hem de hand gewerkt door ,,politici die om kiezers te winnen inspelen op angst.'' Vooral minister van Binnenlandse Zaken Sarkozy vindt hij gevaarlijk: ,,Dat is tuig dat tegen tuig praat''.

Hoe scherper de conflicten worden uitgevochten, des te moeilijker zal het worden om de gematigde delen van bevolking in de voorsteden, nog altijd de meerderheid, rustig te laten samenleven, meent hij. Niet alleen jongens, ook een volwassen huisvader als Saït maakt regelmatig vernederende politiecontroles mee. Als hij er 's morgens weer eens eentje tegenkomt, blijkt hij op zijn ventilatiebedrijf steevast de enige te zijn die is gecontroleerd. Zijn collega's zijn allemaal blank. ,,Ik heb wel eens de vraag gehad van een agent waar ik mijn auto vandaan heb. Meneer, zeg ik dan, ik werk.''

In het gemeentehuis is Abdel Belmokadem al even getergd. Hij mag dan wethouder en ondernemer zijn, `mooie kleren' doet hij zelden aan. ,,Want weet je wat ik dan te horen krijg: `Met welk handeltje zou hij dat verdiend hebben'?''

De vraag van welke politieke partij hij lid is, vat Belmokadem op als een belediging. ,,Politieke partijen zijn machines van uitsluiting'', meent hij. ,,Of ze nu links zijn of rechts. Bij partijen werkt iedereen voor zijn eigen carrière. Bij elke niet-blanke zijn ze bang dat die zijn eigen achterban meeneemt en ze zo van hun plaats drukt. Als ik burgemeester zou willen worden, leggen ze me zo snel mogelijk om. Maar ik ben er voor elke inwoner van Vaulx-en-Velin, van welke afkomst ook.'' Volgens Belmokadem moet een politieke oplossing voor de problemen in de banlieues van een nieuw politiek systeem komen, ,,een republiek waarin het niet om politiek gewin gaat, maar omoplossingen. Die niet gebaseerd is op waar mensen vandaan komen, maar op wat ze denken.''

Als jongeren niet begrijpen dat je je capuchon af moet doen als je bij een klant op bezoek gaat, kan ik niet met ze werken