Bush vloekt in Chinese kerk

Aan de vooravond van zijn bezoek aan China heeft president Bush gepleit voor een Chinese democratie naar Taiwanees model. Vooralsnog houdt Peking zich in zijn reacties in.

De Amerikaanse president George W. Bush, die vandaag aan een driedaags bezoek aan China begint, komt naar een land dat sinds zijn vorige bezoek in 2002 alleen maar aan kracht, positie en aanzien heeft gewonnen.

Dat heeft Bush er niet van weerhouden om China al vóór zijn aankomst de les te lezen. Hij stelde China deze week het politieke model van Taiwan als voorbeeld voor een democratisering die hij ook in China nodig en onontkoombaar acht. ,,Door vrijheid te omarmen, heeft Taiwan welvaart aan zijn bevolking geschonken en een vrije en democratische Chinese maatschappij geschapen'', aldus Bush.

Voor China is zo'n uitspraak om meerdere redenen vloeken in de kerk. De overheid ziet een meerpartijensysteem in een Chinese context als niets anders dan een recept voor chaos, en juist het voorbeeld van Taiwan is ongelukkig.

Taiwan is in China's ogen een dissidente provincie die zich vroeg of laat weer onder het gezag van China zal moeten stellen, en het gebied heeft in de ogen van China's leiders juist een stap achteruit gezet door de president direct verkiesbaar te stellen. Dat heeft er toe geleid dat Taiwan is gaan spelen met de gedachte aan een officiële afscheiding van China. Dat gaat volgens China in tegen de werkelijke belangen van de Taiwanese bevolking, die zich jammerlijk laat misleiden door provocateurs.

Maar er is nog een fundamentelere reden die de uitspraak van Bush zo onacceptabel maakt. Bush vindt het onvermijdelijk dat China zich ooit uit zijn `achterlijkheid' zal verlossen om uiteindelijk het `superieure' – want `vrije' westerse – politieke systeem over te nemen. Die redenering accepteert Peking niet. Het ziet zijn aangepaste, Chinese vorm van communisme als een superieure staatsleer.

Een meerpartijstaat kan in Chinese ogen slechts leiden tot chaos, en het nastreven ervan zou desastreuze gevolgen hebben voor China's 1,3 miljard inwoners. Dat standpunt doet overigens ook opgeld onder Westerse investeerders, die aan de repressieve staat een stabiel arbeidsklimaat te danken hebben.

De Chinese leiders vinden het ook aanmatigend dat Amerika meent zich te moeten uitspreken over de interne aangelegenheden van de soevereine Chinese staat. Toch heeft China niet expliciet gereageerd op de uitspraken van Bush, en in de media is ook nauwelijks vermeld wat Bush precies heeft gezegd, want China staat geen publieke discussie toe over dit soort zaken, uit angst dat de bevolking de uitspraken van Bush wel degelijk onderschrijft. Maar zolang Amerika officieel vasthoudt aan het Chinese dogma dat China en Taiwan deel uitmaken van één land, houdt China zich in.

Dat doet het land vooral om economische redenen. China, dat door de buitenwereld al gezien wordt als een supermacht, beseft intern heel goed dat het land ondanks de sterke groei nog lang geen partij is voor Amerika, dat zowel militair als economisch nog steeds oppermachtig is.

China's president benadrukt de laatste maanden graag dat China uit is op een ,,harmonieuze wereld'', dit in impliciete tegenstelling tot Amerika's ,,hegemonisme''. China's leiders weten dat het nu nog te vroeg is om een conflict met Amerika aan te gaan. Voor China is Amerika een enorme afzetmarkt, en het Chinese handelsoverschot neemt alleen maar toe. Met dat groeiende overschot koopt China steeds grotere stukjes van de VS, inmiddels ook door directe investeringen in Amerikaanse bedrijven, maar veel meer door de aanschaf van staatsobligaties.

Is de enorme Chinese export schadelijk voor Amerika? Amerikaanse producenten roepen om het hardst van wel, en de druk op Bush om over te gaan tot protectionistische maatregelen om de Amerikaanse werkgelegenheid te beschermen is groot.

De Amerikaanse bedrijven in China vertellen een ander verhaal. Zij stellen juist dat een groot deel van de export weliswaar in China wordt geproduceerd, maar dan wel door Amerikaanse bedrijven die daarmee de Amerikaanse welvaart verhogen. Zij stellen dat Amerika zijn economie niet kan redden door protectionisme, maar dat het zijn interne economische structuur moet aanpassen aan de nieuwe omstandigheden, waardoor China eerder een kans dan een bedreiging voor de Amerikaanse economie wordt.

China stelt fijntjes dat het heus wel belangstelling heeft voor Amerikaanse producten, maar dat Amerika zelf niet wil leveren. Volgens China stelt Washington te strenge eisen aan de export van technologie die mogelijk ook voor militaire doeleinden gebruikt kan worden. Amerika hanteert strengere normen dan Europa. Dat heeft te maken met de angst China ooit ook militair tegenover zich te treffen, een angst die voor Europa veel minder reëel is.

Sinds Bush aan de macht is, heeft hij nogal eens gezwalkt in zijn China-beleid. China heeft als geen ander land geprofiteerd van de aanslagen op 11 september, die de Amerikaanse aandacht hebben afgeleid van het thema van China als ,,strategische concurrent''. Ook nu nog is de aandacht van Bush zo sterk op het Midden-Oosten gericht dat China vooral, maar niet alleen, in Azië heeft kunnen uitgroeien tot een regionale leider. Een leider bovendien die, hoe gevreesd en gewantrouwd door de meeste buurlanden ook, een zekere sympathie heeft weten te winnen door een hele serie van samenhangende initiatieven te nemen om de regionale samenwerking vooral op economisch gebied te versterken.

Bush heeft dat veel minder gekund. Hij hamerde lange tijd vooral op de bestrijding van het terrorisme, voor veel landen in Oost- en Zuidoost-Azië veel minder een centraal thema dan voor het in hun ogen vooral op zijn eigen veiligheidsbelangen gerichte Amerika.

Het is de vraag of Bush de Aziatische invloed die hij sinds zijn vorige bezoek aan China heeft verspeeld makkelijk zal terugwinnen. Veel van China's buurlanden zitten toch eerder op China's economische plannen dan op Amerika's vrijheidsretoriek te wachten.