Betaalbare, betrouwbare en duurzame stroom 2

Het mateloze vertrouwen van de heren Brinkhorst en Van Wijnbergen (NRC Handelsblad, 9 en 10 november) in de marktwerking maakt hen blind voor de negatieve gevolgen van liberalisering van de energiesector. Sinds de eerste stappen gezet zijn om de nutsbedrijven te privatiseren met splitsing als sluitstuk zijn de prijzen gestegen, is de dienstverlening verslechterd en de impact op het klimaat vergroot. Gezien deze slechte ervaringen is het hoog tijd om het avontuur in heroverweging te nemen voordat er onomkeerbare stappen worden gezet.

Het huidige proces van liberalisering heeft ertoe geleid dat de impact van de energiebedrijven op klimaatverandering is gegroeid. Zo heeft de afschaffing van het Landelijk Elektriciteit Optimalisatiesysteem vanwege het concurrentiebeding in de vrije markt geleid tot een efficiencyverlies van 20 petajoule per jaar, voldoende om 1.390.000 huishoudens een jaar van elektriciteit te voorzien. Meer stroomverbruik gaat gepaard met een stijging van de uitstoot van broeikasgassen. Ook worden verouderde inefficiënte energieproductiecentrales niet vernieuwd en de innovatie voor duurzame energie stagneert.

Energiebedrijven zijn verantwoordelijk voor eenderde van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland. In een geliberaliseerde markt nemen bedrijven niet vanzelf hun verantwoordelijkheid voor hun aandeel in het klimaatprobleem. Dat blijkt ook uit onderzoek van Milieudefensie: van de vier grote energiebedrijven heeft maar één bedrijf klimaatbeleid. En nu geeft de overheid de laatste middelen uit handen om toch nog aan te kunnen sturen op duurzaamheid.

Het aanbod van de energiebedrijven om te komen tot een convenant (NRC Handelsblad, 10 november) is gezien de urgentie van de huidige situatie volstrekt onvoldoende, want te vrijblijvend. Willen de energiebedrijven dat maatschappelijke organisaties serieus ingaan op hun verzoek om de privatisering te heroverwegen moeten zij het initiatief nemen voor een ambitieuze en bindende maatschappelijke overeenkomst. In zo'n overeenkomst moeten onder andere bindende doelen worden opgenomen over het aandeel duurzame energie, een verlaging van de hoeveelheid broeikassen per geleverde kilowattuur stroom en het stimuleren van jaarlijkse energiebesparingen.