Amerika en Europa bereiken akkoord over vrij luchtruim

De Verenigde Staten en de Europese Unie zullen elkaars luchtvaartmaatschappijen onbeperkt toegang bieden tot hun luchtruim. Onderhandelaars hebben gisteren in Washington een belangrijke doorbraak bereikt richting een akkoord over een open luchtruim.

Een vliegtuig uit Europa kan straks landen op elke luchthaven in de Verenigde Staten en omgekeerd, zo lichtte een onderhandelaar de overeenkomst toe. Het verdrag moet in de plaats komen van de vijftien afzonderlijke verdragen tussen EU-lidstaten en de VS. Vrije toegang tot elkaars markt moet leiden tot betere service, lagere ticketprijzen en meer zakelijk verkeer.

Het akkoord kwam tot stand na een week onderhandelen. Er moeten nog welbijbehorende voorwaarden worden geregeld. Bovendien moeten de Amerikaanse regering en de Europese Unie de overeenkomst nog goedkeuren. De Europese Commissie heeft het akkoord voor woensdag op de agenda staan. De lidstaten mogen er ook nog hun mening over geven.

Nederland heeft ook een open skies verdrag met de Verenigde Staten. De KLM mocht in 1992 als eerste Europese luchtvaartmaatschappij op alle bestemmingen in de Verenigde Staten vliegen.

Europa wil dat de Verenigde Staten het maximum dat zij gesteld hebben aan het belang van buitenlandse investeerders in Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen, verhogen. In Amerika ligt die grens op 25 procent, terwijl Europa de lat op 49 procent heeft gelegd.

Vorige pogingen om tot een zogeheten `open luchtruim'-verdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten te komen, strandden in juni 2004. De Europese verkeersministers verwierpen toen een voorlopig akkoord.

Ook met China en Rusland onderhandelt de Europese Commissie over `open skies'-verdragen voor een vrije luchtvaart. Ook wil Europa graag vrijere vliegverbindingen van en naar India, Australië en Chili. Jaarlijks reizen 2,6 miljoen passagiers tussen de EU en India, samen met 207.000 ton vracht. Australië is goed voor ruim twee miljoen passagiers en 24.000 ton vracht.