Altijd maar weer die zon

En nog geven de broeikas-sceptici zich niet gewonnen. Weer is een boekje uitgebracht dat de breed geaccepteerde theorie over samenhang tussen ophoping van broeikasgassen en klimaatverandering aanvecht. Het is niet waar, zegt het boekje. De aarde wordt niet warmer omdat de concentratie CO2 stijgt, maar die concentratie stijgt omdat de aarde warmer wordt.

Auteurs zijn de emeritus-hoogleraren Arthur Rörsch en Dick Thoenes en de promovendus Florens de Wit. Geen experts op het terrein, maar voldoende kundig om een doeltreffende aanval te doen op de broeikastheorie. Rörsch is moleculair geneticus, Thoenes chemisch technoloog en De Wit technisch natuurkundige.

Maar het is wéér een boekje dat zich eigenlijk vooral afzet tegen de conclusies en het gezag van de befaamde IPCC-rapporten. Het Intergovernmental Panel on Climate Change IPCC is het in 1988 opgerichte VN-orgaan dat de recente literatuur op het gebied van broeikaseffect en klimaatverandering toetst en samenvat en geregeld met vrijblijvende aanbevelingen komt.

Rörsch c.s. houden een enigszins plechtstatig betoog over de bescheiden omvang van de huidige klimaatverandering en leggen uit dat er niet één maar twee verklaringen voor zijn. Enerzijds is er de IPCC-theorie (de broeikastheorie) die zegt dat door stijgende concentraties broeikasgassen meer aardse warmte wordt vastgehouden dan voorheen. Deze theorie houdt er rekening mee dat de optredende veranderingen door allerlei `positieve terugkoppeling' nog eens flink worden versterkt. Anderzijds is er het vermoeden van sommige geologen en astronomen dat de huidige opwarming een natuurlijke verklaring heeft en het gevolg is van een toegenomen zonneactiviteit. De zon zou de laatste 10.000 jaar nog nooit zo actief geweest zijn als nu en de opwarming die zij veroorzaakt kan de concentratie CO2 doen stijgen.

De drie auteurs leggen uit wat er niet deugt aan de IPCC-theorie en plaatsen er de voornaamste argumenten ten gunste van de eigen theorie (de zonnetheorie) tegenover. Niet alleen die ongewoon hoge zonneactiviteit, maar ook een frappante samenhang tussen de waargenomen schommelingen in CO2-concentratie en in de gemiddelde mondiale temperatuur. In jaren die ongewoon warm uitpakken blijkt ook vaak de CO2-concentratie van de atmosfeer meer te stijgen dan anders. Anders dan de IPCC-auteurs rekenen de aanhangers van de zonnetheorie juist op `negatieve terugkoppeling': veel verstoringen zullen, denken zij, door natuurlijke reacties worden opgevangen en getemperd. Vooral van de waterkringloop (verdamping, wolkvorming) verwacht men veel heil.

Is het een sterk betoog? Nee. De auteurs schragen hun fragiele theorie, die overigens heus zo gek niet klinkt, slechts met een handjevol argumenten die men makkelijk ontkracht. Dat de atmosferische CO2-concentratie incidenteel in warme jaren extra stijgt bewijst helemaal niet dat de trendmatige stijging van de CO2-concentratie door opwarming wordt veroorzaakt. De stelling dat het de extra zonne-instraling is die de temperatuur opjaagt overtuigt niet zolang niet bij benadering is aan te geven hoe de relatie kwantitatief is. Verder zijn de aanwijzingen dat de zon de laatste 70 jaar ongekend actief is (Nature, 28 okt. 2004) niet zó sterk.

Ook de aanval op de IPCC-conclusies treft geen doel. Als voornaamste zwakte van die theorie zien Rörsch c.s. kennelijk het gegeven dat de aarde al opwarmde voor de atmosferische CO2-concentratie noemenswaardig steeg. Maar dat is een misser: uit diverse waarnemingen en berekeningen blijkt dat de CO2-concentratie al rond 1830 opliep en dat de aardse oppervlak-temperatuur pas rond 1915 ging stijgen.

Net zo vreemd is de bewering dat de menselijke CO2-uitstoot praktisch in het niet valt bij de grote natuurlijke CO2-stromen uit en naar de atmosfeer zoals die wordt veroorzaakt door fotosynthese, ademhaling en gasopname of -afgifte van oceanen. Daarbij zien ze over het hoofd dat fotosynthese en ademhaling over langere termijn bezien met elkaar in evenwicht moeten zijn (er kan niet meer koolstof `verbrand' worden dan is vastgelegd) en dat het juist de humane CO2-uitstoot is die deze balans verstoort. Dat de invloed van CO2 op het klimaat alleen is te doorgronden als de snelheden van alle CO2-producerende en -verbruikende reacties bekend zijn is een misvatting.

En dat de IPCC-rapporten de rol van waterdamp als broeikasgas bagatelliseren is eenvoudig niet waar. Het zijn vooral dit soort klinkklare onwaarheden die het gezag van de brochure aantasten. En er zijn er pijnlijk veel van. Het is niet waar dat het IPCC voor zijn voorspellingen afgaat op de relatie tussen ijstijd-temperaturen en ijstijd-CO2-spanning. De aanname dat de huidige temperatuurstijging uniek is zit niet ingebouwd in de klimaatmodellen. Het is niet waar dat de betrouwbaarheid van CO2-metingen aan boormonsters uit zuidpoolijs `ernstig in twijfel is getrokken'. Het is niet waar dat de temperatuur-reconstructie voor de afgelopen 600 jaar van Michael Mann (de `hockeystick') een overwegende rol speelde bij de aanvaarding van het Kyoto-protocol.

Alsof het niet genoeg is staat het boekje vol met rare beweringen als: de opwarming van de oceaan is nog niet `experimenteel bevestigd'. Een broeikasmolecuul `zendt een ingevangen foton weer direct in alle richtingen uit'. Door infrarood-absorptie krijgt de luchtlaag bij het aardoppervlak een hogere temperatuur dan zonder dampkring. Het zal wel anders bedoeld zijn maar het kan de acceptatie van het werk in wetenschappelijke kring toch zeer bemoeilijken.

Klimaatverandering op een waterplaneet – Het CO2-vraagstuk kritisch bekeken, door Arthur Rörsch, Dick Thoenes en Florens de Wit. 91 blz. €9,95 Uitgave Veen Magazines.