Zwarte school

De Corantijn, een kleine openbare basisschool in het Amsterdamse stadsdeel de Baarsjes, houdt een informatieavond voor ouders. Het is een zogeheten zwarte school, wat in dit geval globaal betekent dat de kinderen voor tachtig procent van niet-westerse (hoofdzakelijk Turks-Marokkaanse) afkomst zijn.

Daar merk je weinig van als je zo'n school, samen met veertien ouders, 's avonds bezoekt. Die ouders zijn voornamelijk van Nederlandse afkomst, zij staan voor een lastiger dilemma dan al die andere ouders die thuis zijn gebleven. Kunnen zij hun kind wel naar zo'n zwarte school sturen? Zal het daar niet vereenzamen of tot onnodig slechte prestaties vervallen?

Die zorgen had ikzelf niet toen ik 25 jaar geleden een school voor mijn kinderen uitzocht. Er liep nog maar één Marokkaans meisje rond, wat eerder vertedering dan vervreemding opwekte. De sfeer op zulke informatieavonden was relaxt, nu voel je een onderhuidse spanning. De leiding vecht als een leeuw voor het voortbestaan van de school, de ouders kijken de kat uit de boom.

De woorden `zwart' en `wit' vallen zelden, en zijn ook niet altijd toepasbaar omdat nogal wat kinderen uit gemengde huwelijken voortkomen.

,,Hoe zijn de resultaten?'', vraagt een ouder. De hamvraag.

,,Goed'', zegt directrice Minke Westveer, ,,we liggen boven het landelijk gemiddelde.''

Iemand vraagt naar de getalsmatige verhouding tussen autochtone en allochtone kinderen. Een Nederlandse moeder zegt: ,,Als het kind zich maar prettig voelt in de groep.''

De Corantijn was tot drie jaar geleden van 140 naar 98 kinderen gedaald. Veel ouders in de buurt hadden de wijk genomen naar witte scholen elders. De ondergang dreigde. Inmiddels is de school weer opgekrabbeld naar 110 kinderen – te weinig nog, maar mogelijk toch het begin van het herstel.

Dit jaar begonnen twee Nederlandse vrouwen, Margreth Hoek en Caroline Vonk, voor de Corantijn een intensieve lobby onder ouders. Flyers, posters, persoonlijke gesprekken. Het werkte. Vijftien `lobbykinderen' konden worden binnengehaald. Daartoe hoorden ook kinderen uit gemengde huwelijken, waar de weerstand tegen zwarte scholen ook groot kan zijn.

Margreth Hoek brengt volgend jaar haar eigen zoontje naar deze school. Dat had ze vroeger niet kunnen denken. Ze voelde weinig voor een zwarte school, maar toen ze eenmaal op de Corantijn was geweest, raakte ze snel overtuigd. ,,Ik vond het een prettige, kleinschalige school, waar open op mijn vragen werd gereageerd'', vertelt ze de ouders.

Ze krijgt veel respons op haar initiatief, ook op deze avond. ,,Ik vind het geweldig dat je je zó inzet'', zegt een moeder tegen haar.

We krijgen een rondleiding door het gebouw en dan pas, in een van de klaslokalen, doemen de kinderen voor me op die hier overdag zijn. Hun tekeningen hangen aan de muur, ze zijn ondertekend door Ares, Nadia, Orhan, Sabir, Maria, Quiam, Roxy, Davincio, Nassan, Altan, Karim, Zorbir, Nurel en Romaisja.

In één flits zie je dat het Nederland van vroeger niet meer bestaat.