Voedingsbodem voor de boeman

Drijft de onderdrukking in Azerbajdzjan de traditioneel gematigde en tolerante moslims in de armen van radicale predikers, zoals de oppositie beweert? `Voor radicale islam moet je eerst moslims hebben.'

Het is druk in het mausoleum van Mir Movsum Aghanin, `de Botloze' of `Vleesheer'. Honderden Azeri draaien, gebeden murmelend, zevenmaal rond het graf van de wonderdoener, hun handpalmen geopend in de richting van de glinsterende koepel waar arbeiders mozaïeken van spiegels en koranspreuken metselen.

Mijn tolk Jelena, strikt Russisch-orthodox, sluit zich stilletjes aan bij de moslima's en draait ook zeven rondjes. ,,Ik heb tot God gebeden, niet tot Allah'', verontschuldigt ze zich. Haji Sharif, de oude koster die naast een schaal snoepjes voor donateurs van het heiligdom zit, vindt het prima. ,,Aghanin is er voor alle gelovigen van het boek'', zegt hij.

De cultus van de Botloze is populair in Azerbajdzjan, van heinde en verre stromen gelovigen naar zijn mausoleum-in-aanbouw. Aghanin, zoon van een gebedsgenezer, werd in 1883 geboren in de oude stad van Baku. Als baby liep hij een infectie op die zijn botten verweekte. Verlamd, misvormd en spraakloos kreeg de Botloze al jong de reputatie van wondergenezer. Duizenden bezochten hem. Aghanin genas kankerpatiënten door ze water met zijn spuug te serveren, zegende onvruchtbare schoten met baby's. Zichzelf kon hij niet genezen, zo heet het, omdat hij als een spons de pijn van de wereld opzoog.

De stalinisten probeerden de cultus rond de Botloze met geweld de kop in te drukken. Haji Sharif vertelt over bulldozers die het miraculeus begaven als ze zijn huis naderden, over zwarte auto's die weigerden te starten toen ze de Botloze naar de Goelag wilden afvoeren. ,,Uiteindelijk begrepen zelfs de communisten dat Aghanin een man van Allah was.'' Na zijn dood in 1950 werd het graf een bedevaartsoord, de wonderen bleven komen. Ook partijbonzen bezochten in het geniep zijn graf, weet haji Sharif. Maar pas na de onafhankelijkheid kon men geld inzamelen voor een mausoleum met moskee.

Het mausoleum van de Botloze typeert de Azerbajdzjaanse variant van de islam: gematigd, tolerant en nogal bijgelovig. Hier overheerst een volksgeloof van wonderdoeners, heilige gebeenten, waarzeggers en ram-offers. Toch waarschuwen waarnemers voor de opkomst van de radicale islam in deze olierijke, straatarme en corrupte republiek aan de Kaspische Zee. Wahabieten en salafisten zouden aan invloed winnen onder de dertig procent sunnieten in het noorden, Iraanse zendelingen ijveren onder de zeventig procent shiieten voor een theocratie. ,,Allerlei gevaarlijke religieuze elementen infiltreren ons land'', klaagde de regering onlangs.

Daarvoor waarschuwt ook de oppositie. Want terwijl de staat de boeman van de radicale islam gebruikt om de oppositie zwart te maken, doet de oppositie dat om het Westen bang te maken. ,,Help ons, Europa, anders keert ons volk uw democratie de rug toe'', dreigde een spreker vorige week tijdens een protestbijeenkomst in Baku tegen fraude bij de recente parlementsverkiezingen. Het democratische oranje maakt dan plaats voor islamitisch groen; terreur tegen westerlingen en hun miljardeninvesteringen in de oliesector dreigt.

Om dat gevaar te accentueren, hield de oppositie deze week haar derde betoging tegen de stembusfraude niet in Baku, maar in Nardaran. Dit stoffige dorp van tweeduizend zielen ligt in een woestenij van roestige oliepijpen, boortorens en jaknikkers. Nardaran is het religieuze hart van Azerbajdzjan. Hier ligt de zevende imam van de shi'ieten naast zijn echtgenote begraven, hier steken minaretten van vijf moskeeën boven de lage huisjes uit. Tegen de hoge hakken en korte rokjes van Baku stelt Nardaran de chador, in plaats van neon biedt het grafitti met koranspreuken en van bloed druipende kromzwaarden. In 2002 kwam het straatarme Nardaran in opstand tegen het goddeloze Baku: de bewoners sloegen de oproerpolitie een dag lang terug. De enige dode van die straatrellen is als martelaar naast de zevende imam begraven.

Dreigt Azerbajdzjan het voorbeeld van andere seculiere republieken in de noordelijke Kaukasus en Centraal-Azië te volgen, waar na een decennium van corruptie, verpaupering, onderdrukking en stembusfraude radicaal islamitisch verzet het enige alternatief lijkt? Imam Ilgar Ibrahimoglu gelooft dat de staat een gevaarlijk spel speelt. ,,Wie serieus over religie is, wordt als fanaticus verketterd'', zegt hij. ,,Tegelijk cultiveert men radicale groepen om onderdrukking te legitimeren.'' Ibrahimogu doelt daarmee op de zeer strikte sunnitische Abu Bakr-moskee, die de staat ongemoeid laat.

Imam Ibrahimoglu en zijn drukke gemeente hebben het wel moeilijk. Deze zomer werd hij uit zijn Juma-moskee gezet: die was in de sovjettijd een tapijtenmuseum en moet dat volgens de rechtbank weer worden. Sindsdien komen Ibrahimoglu en zijn volgelingen bijeen in flats en woonhuizen. De jonge imam studeerde theologie in Iran ,,toen de liberale golf over het land spoelde'', zegt hij. Na Iran werd hij in Polen bijgeschoold tot mensenrechtenactivist. Terug in Baku kwam hij met het idee om van Ashura, de dag waarop shi'ieten elders de dood van hun imam Hussein gedenken met bloedige zelfkastijding, een dag van bloeddonatie te maken. ,,Vorig jaar haalden we duizend liter binnen'', zegt Ibrahimoglu trots.

Maar de imam steunt de oppositie en zat in 2003 vijf maanden gevangen omdat hij bij een protestactie was die uit de hand liep. De staat brandmerkte hem als extremist en Iraanse huurling. Nadat de Amerikaanse ambassadeur deze zomer als steunbetuiging zijn Juma-moskee bezocht, veranderde men van tactiek. ,,Nu noemen ze me een Amerikaanse huurling'', glimlacht Ibrahimoglu. ,,Lariekoek. Iedereen weet dat ik streef naar een liberale islam die in de moderne wereld staat, een islam van democratie en mensenrechten. Vrijdag naar de moskee, daarna voetballen of naar popmuziek luisteren.''

Dreigt de staat in Azerbajdzjan moslims in de handen van extremisten te drijven? Ibrahimoglu wuift het weg. ,,Het Westen denkt: in het zuiden Iran en Irak, in het noorden Tsjetsjenië, dus moet het in Azerbajdzjan ook gebeuren. Maar hier gebeurt niets. Voor radicale islam moet je moslims hebben, maar slechts vijf procent van de Azeri bezoekt de moskee. Dit land kent geen serieuze islamitische renaissance.'' Uitzonderingen als de bloeiende cultus rond de Botloze daargelaten. ,,Prachtig, levend geloof'', vindt de iman.

Haji Sharif, de koster van het mausoleum van de Botloze, werd in 1983 wedergeboren als moslim. Hij was truckchauffeur, vloeker en wodkadrinker tot hij Allah om vergeving van zijn zonden smeekte. Misschien, zo peinst hij, opende de Botloze zijn ogen voor Allah. ,,In 1945 bezocht ik hem. Hij zegende mijn hoofd en schouders. Die ogen – ik vond hem doodeng.'' Zijn moeder liet die dag een ram offeren, opdat haar echtgenoot behouden van het front zou terugkeren. ,,Mijn vader keerde terug, zwaar gewond. Een jaar later scheurde de wond open tijdens het sjouwen, hij ging liggen en stond nooit meer op. Hij ligt naast Aghanin begraven.''

Vreest de koster de opkomst van de radicale islam in Azerbajdzjan? ,,Shia is Shia'', zegt haji Sharif. ,,Ik wil geen kloof met onze Iraanse broeders. Maar fanatici slaan we voor hun kop, alleen onze eigen mullah mag hier prediken.''