Vestdijk

In haar artikel over mijn Vestdijkbiografie (Boeken 11.11.05) trekt Elsbeth Etty mijn integriteit in twijfel door te suggereren dat ik aan de leiband van mevrouw Vestdijk heb gelopen. Zij stoelt haar argumentatie op uitspraken van mijn voorganger-biograaf Hans Visser die ik of niet heb overgenomen of niet heb weerlegd. Een polemiek met Hans Visser is niet iets wat mij bij het schrijven van mijn biografie voor ogen stond. Etty geeft voorbeelden die moeten aantonen dat ik met opzet verhuld heb in plaats van onthuld. Zo schrijft zij dat ik niets heb geschreven over Vestdijks huwelijksaanzoek in 1965 aan Maria Schrader. Ik schreef (blz. 942): `Dat Vestdijk Maria Schrader gesmeekt had om met hem te trouwen, zoals Nol Gregoor en Hans Visser wel hebben beweerd, komt niet overeen met Vestdijks houding in deze tijd. Hij schreef er in zijn openhartige brieven aan Saar Bessem, Herman Mulder en V. niet over.' Een kwestie van een vermeend bezoek van Germaine de Vries aan Vestdijks sterfbed, volgens Etty door mij volkomen genegeerd, bracht ik eveneens ter sprake.

Ik heb niet alles weersproken van wat van mijn voorganger door Etty is opgerakeld. Er is zoveel beweerd. Visser schreef, in navolging van Nol Gregoor, dat Mieke Vestdijk brieven van haar man aan en van Ans Koster heeft vernietigd (ik heb er ruim uit geciteerd), of dat Dick Vestdijk niet de zoon van Simon was, of dat Vestdijks geliefde Henriëtte van Eyk na haar vijftigste abortus heeft moeten plegen. Deze beweringen worden door Etty verzwegen. De suggestie dat ik geliefden of situaties heb verdonkeremaand omdat zij mevrouw Vestdijk onwelgevallig waren verwijs ik naar het rijk van Etty's fabuleren. Ik citeerde bijvoorbeeld uitvoerig uit brieven aan een tot nu toe onbekende jonge vrouw, volgens de methode-Etty geen onthulling. Dat ik niet citeerde uit een brief aan één geliefde heeft niets met geheimzinnigheid te maken. Ik vond deze brief niet relevant voor de biografie. Er is uit misschien wel duizend brieven niet geciteerd, maar zij bepaalden wel mede de inhoud van de biografie. Over de affaire met de bedoelde dame bracht ik natuurlijk wel verslag uit. Vestdijk schreef meer dan eens (en ik citeerde hem) dat er na zijn dood een tijdlang meer belangstelling voor zijn brieven dan voor zijn romans zou kunnen bestaan. Wie weet komt het nog eens tot een uitgave van alle brieven en wordt Etty's voyeurisme, dat te vergelijken is met dat van de hoofdfiguur uit de roman Meneer Visser's Hellevaart, geheel bevredigd. Haar artikel beslaat nu voor een gedeelte uit een vergelijkend roddelonderzoek van twee biografieën en ik begrijp dat ik het er op dat niveau slecht heb afgebracht.