Tussen middeleeuwen en Renaissance

Fra Angelico, de engelachtige broeder, was de bijnaam van de Dominicaner monnik Guido di Piero, zo genoemd vanwege zijn bijbelse schilderingen, die door zijn tijdgenoten hemels gevonden werden. In het San Marco-klooster in Florence beschilderde hij tussen 1439 en 1446 de cellen van de monniken. Daardoor bezitten veel cellen naast een klein betralied venster op de werkelijkheid ook een stralend fresco-venster op de eeuwigheid.

Het intrigerende aan Fra Angelico's werk is dat het met één been nog in de middeleeuwse kunsttraditie staat – waarin een kunstwerk een uitdrukking van devotie is, een gebed in verf, gebonden aan strenge regels van compositie en kleurgebruik – terwijl het met het andere been al in de Renaissance uitkomt. Niet langer is de blik op God gericht, maar op de mens. De ontdekking van het perspectief geeft schilders de kans die mens ook levensecht af te beelden, als individu dat lijdt en liefheeft.

De schilder Masaccio, een jonggestorven tijdgenoot van Fra Angelico, paste die noviteit zo briljant toe, dat zijn weergave van de schaamte en het verdriet van Adam en Eva die uit het paradijs verdreven worden nog steeds je hart breekt. Masaccio toont de psychologie achter de bijbelse gebeurtenis, de werkelijkheid trad binnen in de voorstelling. Tijdgenoten stonden model voor kunstenaars, vaak vrienden of bedienden, boerenmeisjes moesten Maria uitbeelden. De kleding en architectuur die wordt afgebeeld is eveneens fonkelnieuw; middeleeuws, en niet langer bijbels.

Bij Fra Angelico komen deze veranderingen nog niet tot volle bloei, hij wiebelde van zijn middeleeuwse been naar zijn Renaissancebeen en terug. Voor een monnik moet de keuze tussen God en de mens, die hij als schilder wilde maken, moreel niet eenvoudig zijn geweest. Die worsteling zie je terug in zijn werk. Zijn modellen houden bijna altijd iets middeleeuws verstards, ze zijn dragers van ideeën in plaats van emoties, hoewel hij daarnaast volop gebruik maakte van de werking van het perspectief om zijn voorstellingen tot leven te roepen. Fra Angelico, gewetensvolle wiebelaar. Het zou geen vijftig jaar meer duren voordat Botticelli met een lange traditie van christelijke schilderkunst zou breken door in 1480 de Primavera, een frivole verbeelding van een heidens lenteritueel, te schilderen.