Tovenaarsleerling

Hoe het begon:

In de stad woonde een griezelige tovenaar met een knecht. Een keer ging de tovenaar met vakantie en hij had één ding verboden: de knecht mocht niet in de boeken kijken. Maar toen de tovenaar terugkwam, merkte hij toch dat de knecht in de boeken had gekeken. De tovenaar werd boos op de knecht.

Het gevecht:

Toen zei de knecht: `Ik wil met jou vechten. Als ik win, mag ik voor altijd in jouw boeken kijken.' En de knecht won. De tovenaar werd heel boos.

Hoe het afliep:

De knecht las maar. En hoe meer hij las, hoe bozer de tovenaar werd. En toen werd de tovenaar zo boos dat hij geen spreuk meer kende. Op één spreuk na. En die spreuk zei hij, maar er gebeurde niets. De knecht zei een andere spreuk terug. Toen zei de tovenaar: `Stop!' De knecht stopte. `Zeg wat vind je om samen te lezen?' vroeg de tovenaar. `Goed', zei de knecht.

Einde

Eigen tovenaarsleerlingvariatie van Job van Witsen, 7 jaar, uit Den Haag