Studiehuis kon niet slagen

Vakkennis wordt in het voortgezet onderwijs weer op het eerste plan gezet. Dat kan niet zonder universitair opgeleide leraren, vindt Arnold Heertje.

De samenleving slaakt een zucht van verlichting. Minister Maria van der Hoeven kondigde deze week aan vakkennis in het voortgezet onderwijs weer op het eerste plan te zetten. Het signaal is gegeven om aan de overwoekering door het verwerven van vaardigheden een einde te maken.

Op de werkvloer van het voortgezet onderwijs is het studiehuis verworden tot het bolwerk van leerlingen die zichzelf spelenderwijs bezighouden en begeleiders die het chaotische leerproces passief volgen. Dat was niet de bedoeling. Voorop stond een nieuw evenwicht tussen de overdracht van solide vakkennis door bekwame docenten en een zelfstandige verwerking van het gebodene door de leerlingen.

Het studiehuis is een doodgeboren kind, omdat de geboorte samenviel met de grote scholengemeenschappen, de opkomst van de klasse van beheerders in de scholen en het overlaten van de lerarenopleiding aan het hoger beroepsonderwijs. Zo wordt verklaard dat op kleinere scholen met een ouderwetse rector aan het hoofd en universitair gevormde, vakbekwame docenten het studiehuis hanteerbaar is. Die situatie is echter een uitzondering. De ingreep van minister Van der Hoeven verdient positieve waardering, omdat verdere schade aan generaties leerlingen en de samenleving wordt voorkomen. Het kan echter niet blijven bij het aankondigen van de beleidswijziging. Op de werkvloer is meer nodig.

Ten eerste moet allerwegen afstand worden genomen van de opvatting van de vertegenwoordigers van het hoger beroepsonderwijs, dat vakkennis mooi is, doch niet ten koste mag gaan van het studiehuis. Hier wringt op de achtergrond de schoen van de lerarenopleiding, waaraan het hbo status en budget ontleent. Het hbo heeft geen leraren met vakkennis, maar uitsluitend begeleiders van vaardigheden in de aanbieding. Een product dat wel past in de nu afgezworen variant van het studiehuis, maar niet het voertuig is voor verantwoorde lessen in Frans, wiskunde en geschiedenis.

Nu Van der Hoeven A heeft gezegd, moet zij ook B zeggen. Wie de vakkennis in de scholen terug wil halen, moet leraren langs universitaire weg opleiden. Een doctoraal Frans, wiskunde of geschiedenis moet de voorwaarde zijn voor een gezaghebbend leraarschap in het voortgezet onderwijs. Rond deze hoofddocenten, die ook de mogelijkheid moeten hebben te promoveren, mogen best door het hbo opgeleide leraren worden geplaatst, die bereid zijn de lange weg van het verwerven van vakkennis in te slaan. Kortom, de universiteiten moeten het voortouw nemen als vakkennis weer in het vaandel wordt geschreven.

Voorts moet de hele werkwijze rond de eindexamens aan een kritisch onderzoek worden onderworpen. De verhouding tussen gemiddelde cijfers voor schoolonderzoeken en het centraal schriftelijk wijst op gesjoemel, de procedure met de tweede corrector is een wassen neus, de eindexamens worden elk jaar makkelijker. De normering wordt herhaaldelijk door de frauduleuze Centrale Examencommissie CEVO versoepeld, mede doordat vaak van foutieve opgaven sprake is. Financiële overwegingen werken als perverse prikkel. Herstel is nodig van de rol van deskundigen bij de eindexamens.

Van der Hoeven biedt de ruimte de regels voor scripties en profielwerkstukken soepel te hanteren. Hoewel deze werkstukken het hart van het studiehuis vormen, is de vraag of niet beter kan worden gestopt met dit instituut. De praktijk is anders dan de theorie. Leerlingen die zelfstandig een werkstuk maken, op de achtergrond gesteund door een lerares behept met vakkennis, doen ervaring op met het verzamelen van materiaal en het zelfstandig verwoorden van de verworven inzichten.

Deze uitwerking van de werkstukken komt voor, doch het is een uitzondering. De praktijk is dat werkstukken fungeren als alibi voor de overdracht van kennis, worden gemaakt met behulp van internet, geen enkele eigen bijdrage bevatten en berusten op een letterlijke weergave van wat wereldwijd op een website wordt aangetroffen. De docenten in hun rol van begeleider vinden het prachtig omdat zij niet over de vakkennis beschikken de leerlingen aan te zetten tot eigen werk. Daarom is het beter voortaan van deze poppenkast af te zien.

Ten slotte heeft de ommekeer van de minister gevolgen voor de positie van de vele hoogleraren in allerlei varianten van onderwijskunde en de vele beheerders van instituten voor het onderwijzen van peuters, pubers, volwassenen en bejaarden die ons land rijk is. Jarenlang hebben zij zich ongehinderd verlustigd in theoretische bespiegelingen over systemen en structuren in het onderwijs zonder zelf ooit met de benen op de vloer van een klas te hebben gestaan. Deze beroepsgroepen hebben grote schade aan onze jeugd en daarmee aan onze samenleving toegebracht.

Nu eindelijk de vakkennis weer op de agenda staat, kunnen de belangenbehartigers van het `gogisch geweld' hun vervuilde pijpen ten behoeve van de kwaliteit van het bestaan aan Maarten geven.

Prof.dr. A. Heertje is oud-hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.