Op de grens van hel en aarde

Op 15 januari 1928 schreef de Portugese dichter Álvaro de Campos, een alter ego van Fernando Pessoa, het gedicht `Sigarenwinkel'. August Willemsen vertaalde het, en in zijn versie begint het gedicht als volgt: `Ik ben niets. / Ik zal nooit iets zijn. / Ik kan ook niet iets willen zijn. / Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld.' Dit is de opmaat naar nog honderdvijftig andere regels over falen, wanen en onnut. Maar als de dichter in het slotcouplet een man de sigarenwinkel aan de overkant ziet binnengaan, overvalt hem eensklaps `de plausibele realiteit'. Hij steekt een sigaret op en geniet `De bevrijding van alle speculaties / En het besef dat metafysica een gevolg van zich niet lekker voelen is'. En dan herkent hij de man, die de tabacaria is uitgekomen: `het is Steven zonder metafysica'.

Wie is die Steven? René Huigen lijkt daarop antwoord te willen geven in zijn nieuwste bundel, die geen bundel is maar een zestig pagina's lang heldendicht. Een echt antwoord krijgen we niet, want Steven blijkt al even roer- en stuurloos als de dichter in `Sigarenwinkel'. Niettemin maakt Huigen hem tot hoofdrolspeler in een kleine odyssee. Het gedicht zet ook Homerisch in met het aanroepen van de Muze, en de versvorm is al even klassiek. In vijfvoetige jamben, vaak hyperkatalectisch (met een of twee extra lettergrepen) verhaalt Huigen de koortsige avonturen van zijn held. Het zijn geen echte belevenissen; wat Steven meemaakt uit zich als een duivels visioen. Terug in de realiteit, of wat daarvoor zou kunnen doorgaan, eindigt hij waar Huigen hem bij De Campos gevonden heeft: in de deuropening van de tabacaria.

Net als aan zijn voor de VSB-prijs genomineerde bundel Geen muziek & geen mysterie (2003) gaf Huigen ook Steven! een filosofische grondslag. Er worden heel wat gedachten en theorieën gewikt, zoals in de passage waarin de dichter de Muze vraagt om inspiratie en inzicht:

Een schaduw is hij slechts, zoals U voor hem

Een schaduw bent, op de witte muur een hand:

Waar hij een vlinder ziet, schouwt U zijn ziel.

Probeert u mij, die namens Steven spreekt,

Nu eens uit te leggen hoe iets onstof'lijks

Naar iets stoffelijks kan verwijzen en hoe,

Onttrokken aan 't luie oog maar desondanks

Aanwezig en zo manifest, vrouwe

Metafysica in het schijnsel van

Zijn schemerlamp kan zijn gezeten? [...]

Dit is geen lichtvoetige poëzie. De paar keer dat Huigen zich humoristisch uit, doet hij dat met de tong in de wang. Aanvankelijk vond ik Steven! obscurantistisch; maar bij herlezing raakte ik meer en meer thuis in dit labyrint van mythologische, filosofische, historische en literaire verwijzingen. Huigens tekst is een vernuftige kruising van de Odyssee en `Sigarenwinkel'. De dichter speelt daar ook mee. Had Steven, stelt hij, niet op z'n Portugees Esteves geheten, maar op z'n Grieks Esteban, dan zou zijn huis op Ithaka hebben gestaan en heette onze held niet Steven, maar Odysseus.

Reden en drogreden wisselen elkaar zo af, en in dat grillige taalspel is op de grens van hel en aarde een mooie rol weggelegd voor Sint-Vincent, een nog niet heilige Honorius, wat pelgrims en een enkele engel. Iedereen en alles vindt zijn plek, behalve Steven. `Waar hij dacht te zullen gaan, daar was hij/ Reeds en waar hij was, bevond zich de plek/ Waar hij liever niet aan wilde denken.' Alleen de Muze kent zijn bestemming. Zo lang zij zwijgt, aldus Huigens slotregels, zal Steven dolen.

Steven! is een tour de force die bewondering afdwingt. Een vergelijking met De aardse komedie van Huigens mede-Maximaal Pieter Boskma ligt voor de hand, maar de verschillen zijn groter dan de overeenkomsten. Beiden kozen een dichtergigant als inspiratiebron, maar Boskma's epos is een roman-gedicht, heeft een verhaalstructuur, met de daarbij horende omvang. Het verhaal van Steven! is – als je het al een verhaal kunt noemen – niet na te vertellen. Daarvoor is het te verdicht. Huigens mini-epos, ook wel epyllion genoemd, is vooral ook een lofzang op de kracht van poëzie. Wanneer zijn personage, op zoek naar de plek waar hij zijn visioen ervoer, naar Sintra reist, gebeurt dat `Niet te voet, per paard of koets, maar zoals / Het edelen van geest betaamt, per canto,/ Gedichten declamerend.' De poëzie die Steven en zijn gids voeten geeft is Childe Harold's Pilgrimage, waarin Lord Byron het bonte labyrint van Sintra bezong. De toon waarop Huigen hun hooggestemde tocht beschrijft is hilarisch, maar zijn boodschap is ernstig te nemen. Steven is geen fysiek, maar een virtueel personage, dat leeft en voortgaat op de adem van het gedicht. Niet meer dan een stoelganger misschien, die vanuit zijn zetel het bestaan verkent. De stoel van Klaas Gubbels op het omslag van Steven! is dan ook emblematisch.

René Huigen: Steven! De Bezige Bij, 63 blz. €16,50