Ontploffing als oneindig moment

Wat gebeurt er als de klok stilstaat? Regisseur Matthijs Rümke laat negen toevallige passagiers zien tijdens een bomaanslag op een station. In een `plooi van de tijd' wordt alles weer mogelijk.

13.35 uur De bomaanslag moet over. Op het lila podium staan de negen acteurs op een rij. Het decor is een wachtruimte van een treinstation, met drie rijen wachtstoeltjes. Op de geluidsband klinkt een explosie, uit de hemel regent het koffers, het licht gaat aan en uit, de toneelspelers gooien hun koffers en andere bezittingen in de lucht. Dan trekken ze snel elkaars kleding aan en klimmen op en over elkaar, om in een bevroren pose te eindigen, een kluwen liggende, staande en ondersteboven hangende lichamen, met rondom een chaos van koffers, kledingstukken en zilveren ledematen.

`Guernica' noemt regisseur Matthijs Rümke dit stilstaande beeld, naar het schilderij van Picasso over het bombardement uit de Spaanse Burgeroorlog. ,,Maar het lijkt nog te veel op acrobatiek. Kunnen jullie het ook in het donker?''

Het is een miezerige dinsdagmiddag in Roosendaal. De trein uit Amsterdam had een vertraging van 24 minuten. In de schouwburg repeteert Het Zuidelijk Toneel aan Tirannie van de tijd, een nieuw toneelstuk van drie schrijvers, Paul Pourveur, Stefan Hertmans en Claire Swyzen, dat op 24 november 2005 om 19.30 uur in de Utrechtse Stadsschouwburg in première gaat.

De schrijvers lieten zich inspireren door de bom van februari 1894 in Greenwich bij Londen, waar de nulmeridiaan loopt. De anarchist Martial Bourdin wilde de Chronometer Room van de sterrenwacht opblazen, waar de wereldklok, die Greenwich Mean Time aangeeft, was opgesteld. De toneeltekst: ,,Het schilderachtig ingeslapen Greenwich, waar boven gazon en keurig gesnoeide struiken het Observatorium torende, een soort raar kerkje volgestouwd met ankers en tandwielen, en vanuit de toren vertrokken onzichtbare draden naar alle klokken en horloges van de wereld die meteen op de maat van Greenwich liepen.''

Bourdin verzet zich tegen deze van bovenaf opgelegde standaardtijd, die immers geen ruimte laat voor de individueel gevoelde tijd. Geheel in de lijn hiermee heeft hij zijn tijdbom verkeerd afgesteld. De echte bom ging af in het park onder de sterrenwacht. De toneelbom ontploft op het stationnetje van Greenwich: ,,Een man zal ooit, om deze tirannie te breken, een bomwerk in zijn zak steken, en hij zal ingaan tot het Paradijs, zij het iets te vroeg en enigszins aan flarden, want zijn klok liep niet gelijk.''

Deze merkwaardige voetnoot bij de geschiedenis heeft Joseph Conrad gebruikt in zijn roman The Secret Agent (1908). Daarin is de dader een spion, die met zijn aanslag de anarchistische beweging in diskrediet moet brengen. In Tirannie van de tijd – dat ook heel goed Terreur van de tijd had kunnen heten – volgen we negen slachtoffers: passagiers die op het perron staan te wachten als de bom afgaat. Het toneelstuk laat in het midden of de terrorist daar tussen zit. Een van de actrices draagt wel een verdacht bommenschortje. Een ander heeft een hoge hoed met ontstekingsmechanisme. Een man wil zich net voor de trein werpen, de ander wacht op een oude geliefde van twintig jaar geleden, een vrouw is weggelopen van haar dochtertje. Allemaal worstelen ze met de onmogelijkheid om te ontsnappen aan het eigen leven. Aan de onmogelijkheid om opnieuw te beginnen.

De bomaanslag brengt ze in een `plooi van de tijd', waarin alles opnieuw door elkaar is gehusseld. De zelfmoordenaar is euforisch, eindelijk kan hij de gevangenis van zijn lichaam verlaten; de anderen peinzen over het lot, en de als-dan-scenario's. Ze komen tot een gesprek met elkaar, over de archetypische verlaten vrouw Chloë bijvoorbeeld. Opmerkelijkste personage is `het Hart', gespeeld door Betty Schuurman, dat uit een van de andere personages is gehaald en dat nu in een koelbox voor plaatsing in een nieuw lichaam wordt vervoerd. (Een opzettelijk anachronisme: de harttransplantatie wordt pas 74 jaar later uitgevonden.)

13.50 uur De bomaanslag moet nog een keer over.

14.05 uur – En nog eens.

14.15 uur – En nog eens. De scène is strak gechoreografeerd, de acteurs voeren het rustig en trefzeker uit.

14.50 uur Rümke heeft het gevonden. Hij laat het licht uit tot de berg mensen is geformeerd. Dan ziet niemand de acrobatiek, en komt de nadruk op dit ene tableau vivant te liggen.

Matthijs Rümke: ,,Bij een bomaanslag op een treinstation denkt iedereen meteen aan de aanslagen in Madrid [11 maart 2004] en Londen [7 juli 2005]. Maar vernietiging, terreur, fundamentalisme – daar is het de schrijvers niet om te doen. Ze hebben zich verdiept in wat `de tirannie van de tijd' met haar onderdanen doet. De essentie van de eenzaamheid is dat we allemaal asynchroon lopen ten opzichte van elkaar, we proberen steeds onze klokken gelijk te zetten, maar dat lukt nooit. Ondertussen dringt de tijd ons één, dwingende synchroniciteit, één ritme op. De pijl van de tijd is onomkeerbaar, niets kan opnieuw. Alle vezels in ons lijf willen stilstand, maar dat is ons niet vergund. Wij verouderen, worden steeds complexer, totdat we zo complex zijn dat we uit elkaar vallen. Het instellen van de Greenwich-tijd was een belangrijke stap in de globalisering, het gelijkschakelen van de economieën en daarmee het levensritme van de hele wereld. In die zin was Bourdin een antiglobalist.''

15.23 uur – Rümke repeteert nu een ander surrealistisch tafereel: de spelers laten uit verschillende lichaamsopeningen een rood langwerpig ballonnetje hangen; als ware het een stroompje bloed. Gijs Scholten van Aschat laat bijvoorbeeld een ballon uit zijn ontblote billen hangen.

Nu hebben de spelers een diepe wens: ze zouden zo graag eens zelf in de zaal zitten en zelf kijken naar dit tableau. Dat kan geregeld worden: in de zaal zitten precies negen mensen, inclusief de regisseur, de technici, en deze verslaggever. Scholten van Aschat roept meteen: ,,Dan moet de verslaggever met zijn billen bloot!'' Matthijs Rümke redt hem, door de billen-rol zelf op te eisen. De verslaggever hoeft slechts een ballon uit zijn ooghoek te laten hangen. Vreemd gevoel om op het podium te staan, voor iemand die gewend is in het donker te zitten. Het eerste dat opvalt: erg lastig om een ballon in je ooghoek te houden. Tweede: je ziet helemaal niets. Blijkbaar mist hij het belangrijkste gereedschap van acteurs: het derde oog waarmee ze zichzelf in de ruimte kunnen beschouwen.

Dit kleine experiment past bij een van de grondgedachtes van Tirannie van de tijd: door de bomaanslag worden de passagiers uit het keurslijf van de tijd bevrijd, alles wordt op zijn kop gezet, alle alternatieven worden mogelijk. Rümke: ,,Bij de ontploffing, die ik vijf keer terug laat komen, gooien de spelers hun kleding omhoog. Het toeval bepaalt welke ze vervolgens oprapen en aantrekken. Door de aanslag komen de personages in een gebied waar meerdere keuzes mogelijk zijn, waar de ene keuze de andere niet uitsluit. De ontploffing is een oneindig moment, en als je maar lang genoeg wacht, komen alle mogelijkheden voorbij.''

Overigens spelen de acteurs wel vals: Joke Tjalsma onthult dat zij na iedere ontploffing dezelfde wisselkleding uitkiest. Ze is bang per ongeluk kleding aan te trekken die haar niet bevalt. Dit zou haar spel negatief beïnvloeden. Rümke: ,,De andere vrouwen hebben dat ook. Het lijkt een chaos van kleding op het podium, maar ze hebben stiekem allemaal hun eigen vaste hoopje. De mannen maakt het niets uit, zij trekken gewoon aan wat ze voor de voeten komt. Eén uitzondering: Gijs Scholten van Aschat wil bij een bepaalde monoloog graag het roze jasje met rode strikken van Joke Tjalsma aan.''

11.23 uur De verslaggever vertrekt van Amsterdam Centraal naar Roosendaal en leest de tekst van Tirannie van de tijd. Tot Schiphol (11.40 uur) werd hij er chagrijnig van, omdat hij er niets van begreep. Ter hoogte van Den Haag Hollands Spoor (12.05 uur) had hij door waar het over ging. En bij Rotterdam (12.24 uur) vond hij het mooi en boeiend. Zelfs als je het op eigen tempo leest is het een moeilijk te doorgronden stuk. De eerste bladzijde is bijvoorbeeld pas te begrijpen als je bladzijde 46 hebt gelezen. Het is een complexe, filosofische tekst over een abstract onderwerp, waarin nauwelijks personages of een verhaallijn zijn te ontdekken. De personages hebben onpersoonlijke namen als `Hij1' en `Zij/a'.

Werd Matthijs Rümke aanvankelijk ook chagrijnig van de tekst? ,,Nee, maar ik dacht wel: hoe moet ik dit in godsnaam op toneel krijgen? De sleutel was dat ik de structuur van het stuk doorzag. Die heb ik ingepast in een eigen strakke, heldere structuur in de voorstelling: je krijgt vier verhalen die steeds hetzelfde patroon volgen; ze beginnen met de ontploffing, dan de `Guernica', dan de dialogen, dan een verhaal over de tijd van Joke Tjalsma, en dan weer een bevroren tafereel. Zo krijgt de toeschouwer houvast.''

Wat enorm helpt, is de hoge kwaliteit van de acteurs. Grote spelers als Gijs Scholten van Aschat, Bert Luppes, Betty Schuurman, Joke Tjalsma, Han Kerckhoffs, Malou Gorter, zijn in staat om zelfs van een Japanse gebruiksaanwijzing een aangrijpende, heldere tekst te maken.

Kan Rümke zien van welke schrijver welke tekst was? ,,Paul Pourveur heeft het bedacht en heeft de laatste versie geschreven. Hij is de man van de kwantummechanica, de rol van het toeval, God als dobbelaar. Stefan Hertmans schrijft veel meer over de wereld buiten, zodat het stuk niet te veel losgezongen raakt. Claire Swyzen benadert alles vanuit de biologie.''

Claire Swyzen is ook de schepper van het personage met het meeste vlees en bloed: `Zij3/bis' (die vermoedelijk dezelfde is als `Zij3'). Deze vrouw, gespeeld door Malou Gorter, meet haar leeftijd aan het aantal menstruatiecycli, pilstrips en het aantal eicellen dat ze nog heeft. Vrouwen moeten tegen twee klokken vechten: de maatschappelijke en de biologische. `Zij3/bis' kiest aanvankelijk voor carrière, maar als ze nog maar één procent van haar eicellen over heeft, neemt ze een kind. Vlak voor de ontploffing tracht zij haar dochter te verlaten; waarmee de schrijfster maar wil aangeven dat het voor vrouwen nog onmogelijker is om aan je eigen leven te ontsnappen.

18.19 uur – Op het station van Roosendaal komt de verslaggever net te laat voor zijn trein terug naar Amsterdam. Hij ontdekt dat hij ook zijn mobiele telefoon is kwijtgeraakt, die tevens zijn horloge is. In de stationrestauratie eet hij een Wiener schnitzel in afwachting van de trein van 19.02 uur.

Tournee t/m 28 jan. Inl. 040-2460656 of www.hzt.nl.