Oefenen voor een `three-block war'

De voorgenomen Nederlandse missie naar centraal-Afghanistan is riskant. De Air Manoeuvre Brigade oefende deze week met het oog op alle gevaarlijke missies.

,,Terug, terug!'', schreeuwt de officier en hij lost achterwaarts nog een ratelend salvo in de richting van de vijand. Om hem heen springt een dozijn zwaar bewapende struiken op, zwartgroene verf op het gezicht, takken op de helm. Struikelend bereiken ze de dekking. De tegenstand op de plaats waar de twee helikopters ze net hebben afgezet, is groter dan de `intel' ze had beloofd. Granaten knallen, lichtspoormunitie vlamt.

Als de Apache-gevechtshelikopters voor de luchtdekking maar onderweg zijn. Het scenario lijkt een exacte kopie van Operatie Anaconda, de verkeerd gelopen aanval in 2002 toen Amerikaanse helikopters manschappen afzetten op een Afghaanse berghelling. In plaats van de verwachte dertig tegenstanders, bleken zich misschien wel vijfhonderd Al-Qaeda- en Taliban-strijders te hebben ingegraven. Pal op de landingszone. Aan Amerikaanse kant vielen destijds acht doden.

De overeenkomsten tussen dit draaiboek op de Lüneburgerheide en dat Afghaanse slagveld zijn geen toeval. Deze mannen en deze heli's maken deel uit van de Air Manoeuvre Brigade die bestaat uit de Luchtmobiele Brigade van de Koninklijke Landmacht en de Tactische Helikoptergroep van de Koninklijke Luchtmacht.

Als het aan minister Kamp (Defensie, VVD) ligt wordt deze eenheid, plus ondersteunende eenheden van het Korps Mariniers, nog deze lente in de centraal-Afghaanse provincie Uruzgan gestationeerd. Juist gisteren lekte uit dat de Militaire Inlichtingen en Veiligheid Dienst (MIVD) in een rapport zou waarschuwen voor de gevaarlijke situatie voor deze geplande missie van meer dan duizend manschappen. En dat is niet verbazingwekkend, want die provincie ligt niet alleen in de instabiele regio waarvan wordt gezegd dat de Taliban-leider Mullah Omar er zich schuil houdt, sinds hij in 2002 op een motorfiets aan Amerikaanse special forces ontkwam. Maar het is ook uitzonderlijk ruig terrein, met bergen van meer dan vier kilometer hoog. Een operatie in het voorjaar maakt het overigens waarschijnlijk dat kleinschalige verkenningen intussen al zijn uitgevoerd. Ook is de kans groot dat de Nederlandse ,,special forces'' van het Korps Commando Troepen (KCT) en het Korps Mariniers, die nu nog rond Kandahar zijn gelegerd, hun operatiegebied binnenkort naar deze regio moeten verleggen om de komst van de vredesmissie voor te bereiden.

De Nederlandse special forces zouden moeten samenwerken met Noorse en Canadese commando's, en later met reguliere eenheden van die landen. Aan de voorbereiding zal het wat betreft de Air Manoeuvre Brigade niet liggen. ,,Het klinkt gek, maar dit soort complexe, geïntegreerde operaties met heli's en grondtroepen hebben we nog nooit getraind'', zegt de majoor Ronald Gillesse van de Air Manoeuvre Brigade die de samenwerking tussen de grondeenheden en de helikopters moet coördineren. Natuurlijk oefen je dat er van alles fout loopt, zegt hij. ,,Bij een goed lopende operatie lossen wij vier schoten en doden de vier slechteriken. Ideaal, maar daar leer je dus niks van.''

Het risico dat er iets mis gaat, is door de aard van de vredesmissies alleen maar toegenomen. ,,Militairen moeten tegenwoordig een `three-block war' kunnen voeren. In één wijk delen we dan voedselpakketten uit. In een andere wijk voeren we een zoekactie uit. En in een derde wijk is het gewoon full-scale oorlog.'' Vredesmissies die kunnen escaleren eisen ook veel van de bemanningen van de helikopters, in Afghanistan, Irak of waar dan ook. Dat is ook de reden dat de luchtmacht voor een deel van de vliegers en `loadmasters' een speciale, elf weken durende cursus heeft opgezet, de Helicopter Weapons Instructor Course. De complexe schijngevechten op de Duitse hei, waarbij met scherp wordt geschoten, vormen het examen voor de eerste cursisten. De opleiding is streng: van de elf kandidaten is er al eentje afgevallen, en, weet een examinator, ,,eentje zit op de wip''.

Voor de samenwerking met commando's zijn de Chinook-helikopters, die voor de missies in Afghanistan onmisbaar zijn en waarvan minister Kamp er snel meer wil bestellen, uitgerust met een zogeheten `special forces package'. In dat `pakket' zitten onder meer betere radio's en bepantsering. Volgens loadmaster Fons bemanningen mogen om veiligheidsoverwegingen alleen met hun voornaam in de krant maakt de gemonteerde FLIR (Forward Looking Infrared) warmtezichtapparatuur ook ,,onzichtbare communicatie met de commando's mogelijk''. De zware helikopters kunnen, evenals de Apaches, volautomatisch hete fakkels afschieten om hittezoekende raketten af te leiden. De bemanningen hebben in Afghanistan en Irak nog nooit last gehad van hittezoekende raketten. Ongeleide RPG-raketgranaten en zware mitrailleurs waarmee in Irak Amerikaanse Apaches zijn neergeschoten vormen misschien nog wel een groter gevaar. Wat daartegen te doen? ,,Blijven bewegen?, zegt majoor Peter Grijspaardt.

Dat vliegen in het hooggebergte ook zonder Taliban-luchafweer al riskant is, bleek nog eens op 31 oktober. Toen vloog een Nederlandse Chinook van de noordelijke stad Mazar-i-Sharif, naar het gebied rond Kandahar. Daarbij moest de helikopter de bergrug Hindu Kush oversteken, maar dat lukte niet. De piloot moest zijn helikopter op vier kilometer hoogte op een berghelling `parkeren'. Dat bracht zoveel materiële schade toe dat het toestel is afgeschreven. Nadat waardevolle en geheime onderdelen waren geborgen, is het toestel begin deze week met explosieven vernietigd.

Op de Duitse heide laat de luchtdekking intussen niet lang op zich wachten. Twee Apaches zwenken halverwege boomtophoogte over het landschap en laten hun kanonnen ratelen. Het `worst case scenario' loopt goed af. Deze keer.