Nicolas de Crécy graaft het Louvre op

Al sinds zijn debuut Foligatto in 1991 verrast Nicolas de Crécy met originele scenario's die hij op een unieke, barokke manier vormgeeft. De series Le Bibendum Céleste, Léon la Calme en (recenter en bovendien vertaald) Salvatore werden zowel door critici als publiek omarmd. Nu heeft het Parijse Louvre hem gevraagd een stripboek over het museum te maken. Het is het eerste van een vierluik waarin het neusje van de zalm op dat gebied (Marc-Antoine Mathieu, Emmanuel Guibert en Bernard Yslaire) carte blanche krijgt. De Crécy heeft de hem geboden vrijheid benut voor het schrijven van een absurd science-fictionverhaal.

Ergens in de verre toekomst is de aarde volledig bedekt met ijs. Een onderzoeksteam, begeleid door bebrilde, pratende varkens-honden, trekt over de planeet om resten van onze beschaving (waarover helemaal niets meer bekend is) terug te vinden. Bij toeval stuiten ze meteen op de hoofdprijs: het Louvre. Maar wat betekenen al die schilderijen, beelden en vreemde voorwerpen? Beschikten mensen vroeger niet over woorden en communiceerden ze met beelden? Een van de onderzoekers zet de schilderijen op een rij waardoor de picturale cultuurgeschiedenis als een stripverhaal leest. Ondertussen gaat de varkens-hond een dialoog aan met de beeldencollectie van het museum, die blijkbaar ook kan praten en blij is dat er eindelijk weer eens bezoekers zijn.

De Crécy ontdekte bij zijn eerste bezoek aan het museum dat hij `compleet onbeschaafd en onwetend' was. Dit uitgangspunt heeft hij slim omgezet naar zijn groep ontdekkingsreizigers.

Ook visueel heeft dit boek veel te bieden; het valt uiteen in twee delen: de tocht door de kale ijswoestijn met prachtige wolkenpartijen en vreemd licht (paars en oranje) en de ontdekking van het donkere museum.

Nicolas de Crécy: Période glaciaire. Futuropolis / Musée du Louvre Éditions, 78 blz. €14,50