Muziek is groter dan de luisteraar

Op 16 december houdt musicoloog Elmer Schönberger de Huizingalezing. Hij beweert daarin dat er tegenwoordig niet meer echt naar muziek geluisterd wordt, terwijl die muziek toch overal te horen is.

'Ik roep op tot snobisme'', zegt Elmer Schönberger. Het is een snobisme dat niets met kleding of aanstellerig gedrag te maken heeft, maar met muziek, met het aandachtig luisteren naar muziek, het `Grote Luisteren'. Enkele weken voordat hij onder die titel in de Leidse Pieterskerk de 34ste Huizingalezing houdt, neemt hij met die provocerende oproep een voorsprong op zijn betoog. Zijn stelling is dat we steeds meer muziek om ons heen horen, maar er steeds minder goed naar luisteren.

Voor de musicoloog, componist, publicist en (toneel)schrijver Elmer Schönberger (Utrecht, 1950) maakt dat luisteren deel uit van zijn stofwisseling. Zonder muziek bestaat er geen leven, zonder intens luisteren rest een oppervlakkig niets van goedkope emoties die weinig met kunst te maken hebben.

Bij Schönberger kwam de `klassieke muziek' – ,,ik haat die belegen term'' – op jonge leeftijd aanwaaien. ,,Mijn eerste kick kreeg ik rond mijn tiende toen ik in een katholiek kerkkoor zong'', zegt hij in zijn penthouse met uitzicht op alle kerk- en kantoortorens van Amsterdam. ,,Er werd goede muziek gezongen: Mozart, Bruckner, Bach, Hassler, Nieland, Andriessen. Die sensatie was groter dan mijn pianoles, waarmee ik een paar jaar eerder was begonnen.''

Wat voor een gevoel had u als u een mis van Bruckner zong?

,,Het gevoel dat er iets was waarvan je niet wist dat het bestond. Een gevoel dat oneindig veel verder gaat dan die mooie muziek zelf. Alsof er ergens zoiets als een parallel universum bestond, waar je door een kiertje naar binnen mocht kijken. Ook hield het de grote belofte in dat er nog veel meer moest zijn.''

Ging u toen zelf op onderzoek uit?

,,Mijn oudere zusje had een bandrecorder, die ik op een gegeven moment kon overnemen. Vanaf dat moment ben ik van alles van de radio gaan opnemen, met een microfoontje. Van het Loosdrechts jazzconcours tot pianomuziek van Schönberg. Ook begon ik in die tijd met het schrijven van muziek, zoals een vierstemmige mis voor orgel en koor. Het leek nergens op, maar die notenboekjes moesten nu eenmaal volgeschreven worden.''

U wilde toch zeker concertpianist worden?

,,Op de middelbare school heb ik er wel van gedroomd, maar ik had al snel door dat het er niet in zat. Ik woonde naast een heel goede pianolerares met een lespraktijk voor kinderen. Jaarlijks organiseerde ze een leerlingenuitvoering. Een neefje van haar kon echt spelen – die is later een heel goede organist geworden. Terwijl ik van mezelf wist dat ik een handige, maar geen virtuoze pianist was. Na mijn kandidaats musicologie ben ik naar het conservatorium gegaan om een aantal jaren heel hard piano te studeren en er de tijd voor te nemen. Ik wist dat het er later niet meer van zou komen.''

Begon in die tijd voor u het Grote Luisteren?

,,Tijdens mijn musicologiestudie ontdekte ik inderdaad dat ik een luisteraar en een schrijver was. In het tweede jaar van mijn studie begon ik concertrecensies te schrijven voor het Utrechts Nieuwsblad, later voor de Volkskrant. In 1976 ben ik naar Vrij Nederland gegaan, waar ik tot vorig jaar een tweewekelijkse column over muziek had.''

Wat betekent klassieke muziek voor u?

,,Klassieke muziek bevrijdt je – in tegenstelling tot popmuziek – van je generatie, je klasse, je leeftijdgenoten. Dat heb ik altijd heel belangrijk gevonden. Als jongen luisterde ik ook naar pop hoor, maar die andere muziek was van mij alleen, dat was een tête-à-tête, zogezegd de kortste verbinding tussen een twintigste-eeuws en pakweg een achttiende-eeuws hoofd. Muziek is een tijdmachine. Je kunt Leipzig anno 1725 niet dichter naderen dan door naar de cantates van Bach te luisteren. Maar hoe meer je daarnaar luistert, hoe meer je ervan doordrongen raakt dat die cantates maar tot op zekere hoogte als abstracte muziek te begrijpen zijn. Dat het luisteren ernaar een cultuurhistorische dimensie heeft. Als het straks definitief afgelopen is met het christendom snapt niemand er meer iets van.

,,Muziek is ook iets veel groters dan wat jij als luisteraar bent. Het is een complete wereld in zijn expressie, vormen, structuur, en niet alleen maar in zijn emotie, wat tegenwoordig het sleutelwoord is voor alles.''

Zo'n emotie is dus iets anders dan sentiment?

,,Op sentiment heb ik niets tegen, maar er zit in muziek iets belangrijkers. Muziek begint met een grote verleiding. Iedereen kent het moment van openbaring, als je ineens door iets geraakt wordt. Maar bij zo'n moment moet het niet blijven. Het is een initiatie – je wordt geraakt en voelt: dit is iets voor mij. Vervolgens moet je naar die muziek toe gaan, je moet er iets voor doen. Het is een wisselwerking, zoals dat ook met poëzie en andere kunsten het geval is. Maar nu muziek langzamerhand een dingetje geworden is dat je aan of uit zet, wordt ze gezien als iets dat op maat gemaakt is en hoef je er geen moeite meer voor te doen.''

Bedoelt u: Ik heb zin in een Händeloperaatje en lees tegelijkertijd de krant?

,,Als je luistert en tegelijkertijd andere dingen doet, luister je alleen naar een muzikale stijl, die je al dan niet bevalt. Dat is iets anders dan naar een muzikale bewering luisteren. Een muzikale bewering heeft tijd nodig en is niet in een à twee minuten vast te stellen. Daar is ander soort aandacht voor nodig.''

Zonder overgave en verdieping kun je muziek dus niet begrijpen?

,,Je kunt het best tot muziek doordringen als je die zelf speelt. Want dan maak je je elke noot technisch eigen, en daarin moet je veel investeren. Als je voor het eerst een stuk doorspeelt, kun je niet meteen zeggen: oh, dat zit zo en zo, daar vind ik dat en dat van. Als luisteraar moet je je opstellen als een musicus zonder instrument die op een andere dan een louter gevoelsmatige manier greep wil krijgen op wat er klinkt. Het gaat dan niet om theorievorming of om het wonder van terts en septiem, maar om het verkrijgen van een mentaal beeld van die muziek. Als je een muziekstuk goed kent, heb je er ook een mentale representatie van. Echt luisteren is luisteren naar een bewering, niet alleen naar de toon waarop die bewering wordt gedaan. Een strijkkwartet is geen stijloefening, maar een bewering of een betoog in een bepaalde stijl.''

Wat beweert Beethoven bijvoorbeeld in zijn strijkkwartet opus 74?

,,Het is te vergelijken met wat een architectonisch werk of een schilderij beweert. Je moet het van links naar rechts lezen, het rechterdeel in verband brengen met het linker. Het is verbanden leggen, horen dat de muziek iets doormaakt in de tijd dat ze speelt. Dat je ergens start en ergens uitkomt en er intussen iets met een aantal dingen, zoals thema's en ritmiek, is gebeurd. Als dit op een evocatieve, veelzeggende, expressieve manier plaatsvindt, zal die muziek iets met ons doen. Daarna denken we niet: wat heerlijk dat het dit met me heeft gedaan. Nee, dan denken we: wat heerlijk dat die muziek zo in elkaar zit.

,,Het kan ook op een tegenovergestelde manier. Zo heb ik Schuberts Winterreise ooit gehoord in een uitvoering van altvioliste Tabea Zimmerman met Hartmut Höll aan de piano. Zij lieten de luisteraar met totaal nieuwe oren naar dat stuk (voor zang en piano) luisteren. Daardoor begreep je ineens dat de Winterreise niet alleen maar uit mooie melodieën bestaat – want dan maakt het niet uit of ze gezongen worden of op altviool gespeeld. Maar die altviool toonde aan dat er met die melodieën iets is waardoor ze gezongen móeten worden. Het was een statement om op die manier te laten horen hoe het níet moet. En ook was het een goede ervaring je te realiseren dat luisteren meer is dan het incasseren van stroomstootjes emotie zus en stroomstootjes emoties zo.''

Geldt die ervaring van het Grote Luisteren dan niet slechts voor een kleine groep, die noten kan lezen en verstand heeft van structuren in composities?

,,Nee, al scherpt praktische kennis van muziek natuurlijk het oor. Maar het Grote Luisteren veronderstelt in de eerste plaats een zeker talent voor verwondering. Wie zich verwondert wil niet zomaar ondergáán, die wil ergens in óndergaan. Maar dan moet de muziek natuurlijk wel iets substantieels te bieden hebben. Langzamerhand wordt de indruk gewekt dat alle muziek zo'n beetje van hetzelfde laken een pak is, het pak van de amusementscultuur. Daardoor is de hiërarchie in het luisteren verdwenen. Dat alles min of meer gelijkwaardig is, vind ik een idiote conclusie.''

Zou het ook niet komen doordat voor veel mensen klassieke muziek iets ernstigs is en ze daar geen zin in hebben?

,,Het besef dat je misschien iets aan zogeheten klassieke muziek zou kunnen missen, bestaat niet meer. Vroeger zochten mensen die met zogenaamde zware muziek geen raad wisten de oorzaak daarvan nog wel eens bij zichzelf in plaats van bij de muziek. Het bewustzijn is verdwenen dat er iets is wat, als je er eenmaal toegang toe had, meer met je zou kunnen doen en een grotere betekenis voor je zou kunnen hebben dan datgene waar je je jaar in jaar uit mee tevreden stelt.''

Legt de klassieke muziek het af tegen de simpeler structuren van de popmuziek?

,,Nee, er bestaat veel simplistische popmuziek, maar er is ook enorm veel simplistische klassieke muziek die wat mij betreft allang vergeten had mogen worden. Sjablonebarok, romantische rommel. Middelmatige hedendaagse muziek valt verre te preferen boven middelmatige oude koek.''

Maar ook die slechte klassieke muziek wordt toch vaak heel goed gespeeld.

,,Het spelen heeft de laatste dertig jaar een enorme sprong voorwaarts gemaakt. Dat zie je aan wat de talentvolle leerlingen aan de conservatoria allemaal kunnen als ze hun opleiding hebben voltooid. Stukken waar je vroeger twintig repetities voor nodig had kunnen nu in drie repetities worden uitgevoerd.''

Hoe komt dat?

,,Ik heb er geen verklaring voor. Wel weet ik dat het enorme gemak in het spelen de muziek niet alleen maar dient. Er is iets niet in balans tussen de uitzonderlijke technische virtuositeit van het hedendaagse musiceren en de artisticiteit. Ik geef de voorkeur aan doorleefde misslagen boven steriele perfectie. Dat hele muziekcircus: opgefokte jonge solisten die alles op cd moeten opnemen. Aan de ene kant leidt het tot een uniforme virtuoze stijl en aan de andere kant tot een oneindig maniërisme, wat even onverdragelijk is.''

Een knieval voor de commercie?

,,Natuurlijk. Als solist ligt de wereld aan je voeten. Een acteur is aan een taalgebied gebonden, een musicus kan overal spelen. Iedere klassieke pianist meet zich in principe met elke andere pianist. Het gevaar daarvan is een nivellering van speelstijlen. Dat gebeurt ook met orkesten, die gaan steeds meer op elkaar lijken. Vijftig jaar geleden was het verschil tussen het Concertgebouworkest, de Berliner Philharmoniker, het New York Symphony Orchestra en het Philadelphia Orchestra veel groter dan nu. Dat komt doordat voor alle orkesten dezelfde dirigenten staan. Vervolgens spelen al die orkesten dezelfde stukken over de hele wereld en op cd. Het heeft geleid tot een globalisering van klank en musiceren.''

Hoe eigen zijn de Nederlandse componisten?

,,Sommige van de beste componisten van Nederland worden niet of nauwelijks in het buitenland gespeeld. Dat betekent misschien dat hun muziek daar niet begrepen wordt. We zijn geneigd te denken dat bij het sentiment van de muziek een taal zonder grenzen hoort die overal begrepen wordt. Het cliché wil dat muziek een taal zonder grenzen is. Nou, dat is sentimenteel bijgeloof en dat begrijp je zodra je in een cultureel gesproken ver buitenland bent en ter plaatse geconfronteerd wordt met werk van lokale beroemdheden. Als je dan heel erg je best doet, kun je nét begrijpen waarom het, in dát land, met díe geschiedenis, beroemdheden zijn. Maar je realiseert je ook dat er van dat begrip niets meer over is zodra je hun werk naar Amsterdam verplaatst.

,,Ik ben geneigd te denken dat alleen de allerbeste muziek buiten de begrenzingen van de eigen cultuur en tijd haar werking behoudt, al hoeft dat niet de oorspronkelijke, authentieke werking te zijn. Kijk maar naar wat er met oer-Russische componisten als Goebajdoelina en Oestvolskaja is gebeurd. Neem je aan de andere kant Guus Janssen of Cornelis de Bondt, een paar van onze sterkste componisten, dan zie je dat hun werk nauwelijks de grens over komt. Heel vreemd. Tegen de achtergrond van bepaalde middelmatige muziek die de grenzen wel passeert ben ik overigens bijna geneigd dit als een aanbeveling te zien.''

Zijn de luisteraars naar die moderne muziek de elite van de laatste echte luisteraars?

,,Ik hoop het. Want zo klein is die elite niet meer. Onlangs was er in het nieuwe Muziekgebouw zelfs een volle zaal voor een Xenakis-concert. Of neem de Zaterdagmatinee van het Concertgebouw in Amsterdam, waar toch heel wat nieuwe muziek klinkt. Daar komt een groot en gemêleerd publiek op af van liefhebbers en mensen die die muziek een kans geven. Het tijdstip van de zaterdagmiddag is ideaal, twee uur 's middags en niet 's avonds als je slaperig van eten en drank naar de rauwkost van een avantgarde-componist moet luisteren. Maar ik heb niet de illusie dat het publiek voor Boulez en Birtwistle ooit zo groot zal worden als voor Sjostakovitsj. En dat moeten we ook helemaal niet willen. Het publiek voor strijkkwartetten is toch ook niet zo groot. En niemand zal zeggen dat het strijkkwartet daardoor een mindere vorm van muziek is.''

In uw lezing beweert u dat `we zijn wie we luisteren'. Wat bedoelt u daar precies mee?

,,Ik bedoel dat degenen die het goede voorbeeld moeten geven in de samenleving niet meer uitstralen wat belangrijk is. Iemand als prins Claus deed dat wel en was daardoor een goede ambassadeur van de cultuur. Van politici weten we hoogstens dat ze saxofoon spelen, zoals Bill Clinton en Hans Dijkstal, maar wie weet bijvoorbeeld dat de ARP-politicus prof.mr. I.A. Diepenhorst een groot bewonderaar van Webern was. Uit de hele spraakmakende wereld van nu neemt niemand het nog op voor iets anders dan een Mahler-event. Het klinkt heel ouwezakkerig, maar vandaar mijn oproep tot snobisme. Er moet een snobisme bestaan voor bedreigde muzieksoorten, in het Muziekgebouw, het BIM-huis. Iemand als Mahler heeft het niet nodig.

,,Dat staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan het Fonds voor Scheppende Toonkunst wil opheffen en op de grote subsidiehoop wil gooien, vind ik ronduit een schande. Dankzij het Fonds is componist in Nederland een heus beroep geworden. Nu geldt als het hoogste wat een kunstenaar kan bereiken dat hij onafhankelijk van staatssubsidie wordt. Die economisering van de kunst is ijzingwekkend. Alles wordt in economische termen uitgedrukt. Daarom hebben we rijke snobs nodig die geld in zogenaamd onmogelijke projecten van talentvolle, eigenwijze componisten en musici steken, snobs die misschien geen idee van muziek hebben maar wel denken: mijn vriend X heeft er verstand van en zegt dat Y een goede componist is, en er dan voor zorgen dat die componist een opdracht krijgt. Snobs die erkennen dat er mensen zijn die meer verstand van iets hebben dan zij, over dat soort snobisme heb ik het eigenlijk.''

Kunnen mensen eigenlijk nog wel leven zonder geluid?

,,We zijn verslaafd aan gelijkmatige ruis. We woonden een tijdje aan het Vondelpark en in de tuin hoorden we voortdurend getrommel. Mijn vrouw is toen naar de trommelaar gegaan en heeft haar gevraagd of er ook wel eens niet getrommeld kon worden. Ze kreeg als antwoord: Stilte is de dood.''

Op 16 december verschijnt bij uitgeverij Meulenhoff `Het Gebroken Oor', een gethematiseerde bloemlezing uit Elmer Schönbergers artikelen in Vrij Nederland, waarin tevens de Huizingalezing is opgenomen. Op dinsdag 13 december vindt in de Grote Zaal van het Muziekgebouw in Amsterdam de première plaats van een nieuwe versie van Schönbergers compositie `Dovemansoren', uitgevoerd door het Schönbergensemble o.l.v. Micha Hamel. Aanvang 20.30 uur. Inl.: www.muziekgebouw.nl of 020-788200

`De muziek heeft rijke snobs nodig'

`We zijn verslaafd aan gelijkmatige ruis'