Met moeder op de slee

Niemand blijft heel in Michel Fabers sublieme nieuwe verhalenbundel De Fahrenheit-tweeling. Andrew niet, de man die na een tijdelijke gekte zichzelf weer wordt, maar prompt verdwaald blijkt in het leven dat hij ooit leidde. Ashton Allen Clark niet, de duivelse looier die in `Naar den vleze' zijn tachidermist vraagt het meisje op te zetten dat hij de vorige dag heeft vermoord. En al helemaal de baby niet, de pasgeboren baby die Christine uit haar handen laat vallen, in een verhaal in het hart van het boek. Maar een paar bladzijden lang laat Faber je in het hoofd wonen van een vrouw met een postnatale depressie, overgeleverd aan haar baby en de baby overgeleverd aan haar. `De plotselinge luide kreet van de baby vloog door het huis en vond haar in de keuken. Hij trof voor de duizendste keer zijn natuurlijke doel, te weten haar hersenen.'

Die paar bladzijden zijn genoeg. Het duurt misschien een kwartier om dit verhaal uit te lezen, maar het duurt dagen voordat je de loden herinnering eraan kwijt bent. `Hoe weinig ervoor nodig is', is de titel, een zin die eigenlijk het motto is van het hele boek. Hoe weinig is er bijvoorbeeld voor nodig om het lichaam van een mens te veranderen in een brij van bloed. Dougie uit `Kusje erop' slaat zijn vriendin vaker dan dat hij met haar praat. Hij slaat haar dood, en gaat dan op pad om zichzelf in elkaar te laten slaan, opdat de politie hem niet zal verdenken. Aan het slot blijkt zelfs een menselijk monster als Dougie fragiel.

Hoe weinig is er ook nodig om de compleetheid van een kinderwereld te veranderen in het volwassenen-universum, waarin immers altijd zoveel pijn doet en zoveel niet klopt. Neem de tweeling uit het titelverhaal, een soort ijzige sage. Ergens in een arctische woestenij verwaarloost een stel geflipte antropologen schromelijk een opgroeiende tweeling. Na de dood van hun moeder weten Tainto'lilith en Marko'cain niet wat ze met haar lichaam aanmoeten – hun vader laat de beslissing voor het gemak aan hen over. Ze trekken er dus maar op uit, met het lichaam op de hondenslee, wachtend op `een teken van het universum'. De hele tocht vol ontberingen doorstaan ze, maar zodra de spanning wijkt, blijkt de weldadigheid van een maaltijd en een bad voldoende om de eerste barst in hun symbiose te veroorzaken.

Wreedheid, onverschilligheid, sociale ellende, eenzaamheid – voor geluk lijkt in dit boek juist heel veel nodig. Maar nee, laat Faber zien, er is ook weinig voor nodig om mensen opeens gelukkig te laten zijn, zoals bij de aan drugs verslaafde moeder die voor even contact legt met haar zoontje. Of neem Don, getrouwd en vader van twee tienerkinderen, tijdens een treinreis. Zijn dochter kamt het haar van zijn zoon, die zich zojuist het kapsel van rapper Eminem heeft aangemeten (vanillegeel met bruin eronder), zijn vrouw slaapt, en een moment lang voelt Don zich volkomen gelukkig. Nuchter werkt Michel Faber naar die mededeling toe, beschrijft het moment precies, om vervolgens razendsnel in een paar alinea's door de verdere levens van Don, zijn vrouw en zijn kinderen te razen. Inderdaad, zo wordt het verhaal een voorbijrazende trein waar je een blik in werpt, het laat je achter met dat ene moment op je netvlies.

Faber, geboren in Nederland, opgegroeid in Australië en woonachtig in Schotland, beheerst een verbazingwekkend arsenaal aan stijlen, techniek en taalregisters. Hij bezit daarnaast de beheersing die nooit – of maar heel af en toe – op een loze manier te gebruiken. Vorm en inhoud wisselen bij elk verhaal totaal, maar passen telkens weer opnieuw. Geen wonder, bedenk je, dat Faber is vergeleken met zowel Dickens als Kafka als Ian McEwan. Hij is inderdaad een kameleon, zo iemand van wie elk boek – een science fictionthriller als Onderhuids of een Dickensiaanse turf als Lelieblank, Scharlakenrood – zo volkomen anders is, dat je afvraagt wat nu het eigene is aan deze schrijver.

Welnu, dat probleem lost zich op zodra je deze bundel dichtslaat, als heel die lange stoet van beurse mensen aan je ogen voorbij is getrokken. Fabers talent schuilt erin, de menselijke kern van kwetsbaarheid in talloze vormen te vermommen.

Michel Faber: De Fahrenheit-tweeling. Uit het Engels vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema. Podium, 307 blz. €18,–

Michel Faber treedt vanavond op bij Crossing Border. www.crossingborder.nl